Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1988

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Saddledome
Katarina Witt

Het kunstrijden is een van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1988 in Calgary.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het was de zeventiende keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 14 tot en met 27 februari in het Olympic Saddledome.

In totaal namen 129 deelnemers (63 mannen en 66 vrouwen) uit 26 landen deel aan de vier disciplines.

Soliste Kira Ivanova en het ijsdanspaar Natalja Bestemjanova / Andrej Boekin uit de Sovjet-Unie namen voor de derde keer deel aan de olympische spelen. Acht mannen, zes vrouwen, twee paren en drie ijsdansparen namen voor de tweede keer deel. Bij de paren namen Jill Watson en Lloyd Eisler en bij het ijsdansen namen Scott Gregory, Roberto Pelizzola en Zhao Xiaolei met een andere schaatspartner deel.

Bij de vrouwen prolongeerde Katarina Witt haar olympische titel. In het mannentoernooi veroverde Brian Orser net als in 1984 de zilveren medaille. Bij de paren behaalde het paar Jelena Valova / Oleg Vassiljev na hun titel in 1984 nu de zilveren medaille. Bij het ijsdansen behaalden twee paren hun tweede olympische medaille. De zilverenmedaillewinnaars van 1984, Natalja Bestemjanova / Andrej Boekin behaalden nu de olympische titel binnen. De bronzenmedaillewinnaars, Marina Klimova / Sergej Ponomarenko, veroverden nu de zilveren medaille.

Uitslagen[bewerken | brontekst bewerken]

Eindrangschikking
Elk van de negen juryleden rangschikte de solisten/de paren per fase van hun te schaatsen programma van plaats 1 tot en met de laatste plaats. Deze rangschikking geschiedde op basis van het toegekende puntentotaal door het jurylid gegeven. De uiteindelijke rangschikking per fase geschiedde bij een meerderheidsplaatsing. Wanneer een deelnemer/paar als enige bij meerderheid als eerste was gerangschikt, kreeg deze de eerste plaats toebedeeld. Vervolgens werd voor elke volgende positie deze procedure herhaald, waarbij het aantal plaatsingen voor die positie werd bepaald door het aantal keren dat diezelfde positie of hogere positie werd behaald (dus, voor plaats 2 telden alle top 2 plaatsen, voor plaats 3 alle top 3 plaatsen, enz.). Wanneer geen meerderheidsplaatsing kon worden bepaald dan werd de procedure voor de volgende positie ingezet. Wanneer meerdere deelnemers een gelijk aantal meerderheidsplaatsingen hadden dan waren de beslissende factoren: 1) meerderheidsplaatsing voor de eerst volgende positie, was dit aantal ook gelijk dan waren de beslissingsfactoren: 2) de laagste som van de meerderheidsplaatsingen, 3) laagste som van plaatsingcijfers van alle juryleden.

Na elke fase werd het plaatsingcijfer per fase vermenigvuldigd met een factor:

bij de solisten:
x0.6 (30%) voor de verplichte figuren,
x0.4 (20%) voor de korte kür en
x1.0 (50%) voor de vrije kür.
bij de paren:
x0.4 (28,57%) voor de korte kür en
x1.0 (71,43%) voor de vrije kür.
bij het ijsdansen:
x0.6 (30%) voor de verplichte figuren,
x0.4 (20%) voor de originele kür en
x1.0 (50%) voor de vrije kür.

De som van de factorplaatsingcijfers per fase bepaalde de eindrangschikking. Wanneer meerdere solisten/paren dezelfde factorplaatsingcijfer behaalden, was het laagste plaatsingcijfer van de vrije kür beslissend.

Mannen[bewerken | brontekst bewerken]

Van 17-20 februari (verplichte figuren, korte kür en vrije kür) streden 28 mannen uit 21 landen om de medailles.

pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/vf = plaatsingcijfer/verplichte figuren (x0.6; 30%), pc/kk = plaatsingcijfer/korte kür (x0.4; 20%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 50%),
rang sporter(s) land pc pc/vf pc/kk pc/vk
Goud Brian Boitano Vlag van Verenigde Staten USA 3.0 1.2 0.8 1.0
Zilver Brian Orser Vlag van Canada CAN 4.2 1.8 0.4 2.0
Brons Viktor Petrenko Vlag van Sovjet-Unie URS 7.8 3.6 1.2 3.0
4 Aleksandr Fadejev Vlag van Sovjet-Unie URS 8.2 0.6 3.6 4.0
5 Grzegorz Filipowski Vlag van Polen POL 10.8 4.2 1.6 5.0
6 Vladimir Kotin Vlag van Sovjet-Unie URS 13.4 3.0 2.4 8.0
7 Christopher Bowman Vlag van Verenigde Staten USA 13.8 4.8 2.0 7.0
8 Kurt Browning Vlag van Canada CAN 15.4 6.6 2.8 6.0
9 Heiko Fischer Vlag van Duitsland FRG 16.8 2.4 4.4 10.0
10 Paul Wylie Vlag van Verenigde Staten USA 19.4 7.2 3.2 9.0
11 Richard Zander Vlag van Duitsland FRG 23.2 5.4 6.8 11.0
12 Oliver Höner Vlag van Zwitserland SUI 24.0 6.0 4.0 14.0
13 Petr Barna Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 27.0 9.0 6.0 12.0
14 Lars Dresler Vlag van Denemarken DEN 28.2 8.4 4.8 15.0
15 Axel Médéric Vlag van Frankrijk FRA 30.4 7.8 5.6 17.0
16 Neil Paterson Vlag van Canada CAN 31.4 10.2 5.2 16.0
17 Makoto Kano Vlag van Japan JPN 32.0 11.4 7.6 13.0
18 Paul Robinson Vlag van het Verenigd Koninkrijk GBR 36.0 9.6 8.4 18.0
19 Cameron Medhurst Vlag van Australië AUS 37.2 10.8 6.4 20.0
20 Zhang Zhubin Vlag van China CHN 39.4 13.2 7.2 19.0
21 Alessandro Riccitelli Vlag van Italië ITA 42.0 12.0 8.0 22.0
22 Jung Sung-il Vlag van Zuid-Korea KOR 45.0 14.4 9.6 21.0
23 Michael Huth Vlag van de DDR GDR 45.6 12.6 10.0 23.0
24 Peter Johansson Vlag van Zweden SWE 46.6 13.8 8.8 24.0
25 David Liu Vlag van Chinees Taipei TPE 24.2 15.0 9.2
26 Bojtsjo Aleksijev Vlag van Bulgarije BUL 26.4 15.6 10.8
27 Riccardo Olavarrieta Vlag van Mexico MEX 27.2 16.8 10.4
28 Ho Gang Vlag van Noord-Korea PRK 27.4 16.2 11.2

Vrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Van 24-27 februari (verplichte figuren, korte kür en vrije kür) streden 31 vrouwen uit 23 landen om de medailles.

pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/vf = plaatsingcijfer/verplichte figuren (x0.6; 30%), pc/kk = plaatsingcijfer/korte kür (x0.4; 20%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 50%),
rang sporter(s) land pc pc/vf pc/kk pc/vk
Goud Katarina Witt Vlag van de DDR GDR 4.2 1.8 0.4 2.0
Zilver Elizabeth Manley Vlag van Canada CAN 4.6 2.4 1.2 1.0
Brons Debi Thomas Vlag van Verenigde Staten USA 6.0 1.2 0.8 4.0
4 Jill Trenary Vlag van Verenigde Staten USA 10.4 3.0 2.4 5.0
5 Midori Ito Vlag van Japan JPN 10.6 6.0 1.6 3.0
6 Claudia Leistner Vlag van Duitsland FRG 13.2 3.6 3.6 6.0
7 Kira Ivanova Vlag van Sovjet-Unie URS 13.6 0.6 4.0 9.0
8 Anna Kondracheva Vlag van Sovjet-Unie URS 15.2 5.4 2.8 7.0
9 Simone Koch Vlag van de DDR GDR 19.6 8.4 3.2 8.0
10 Marina Kielmann Vlag van Duitsland FRG 21.6 7.2 4.4 10.0
11 Beatrice Gelmini Vlag van Italië ITA 26.8 9.0 6.8 11.0
12 Joanne Conway Vlag van het Verenigd Koninkrijk GBR 28.0 4.8 7.2 16.0
13 Charlene Wong Vlag van Canada CAN 29.4 10.8 5.6 13.0
14 Junko Yaginuma Vlag van Japan JPN 29.6 9.6 6.0 14.0
15 Stefanie Schmid Vlag van Zwitserland SUI 31.0 12.6 6.4 12.0
16 Agnès Gosselin Vlag van Frankrijk FRA 34.2 7.8 8.4 18.0
17 Katrien Pauwels Vlag van België BEL 34.6 6.6 8.0 20.0
18 Yvonne Gómez Vlag van Spanje ESP 34.8 10.2 7.6 17.0
19 Tamara Téglássy Vlag van Hongarije HUN 35.2 11.4 8.8 18.0
20 Iveta Voralová Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 37.0 13.2 4.8 19.0
21 Lotta Falkenbäck Vlag van Zweden SWE 41.2 15.0 5.2 21.0
22 Željka Čižmešija Vlag van Joegoslavië YUG 44.0 12.0 10.0 22.0
23 Gina Fulton Vlag van het Verenigd Koninkrijk GBR 47.0 14.4 9.6 23.0
24 Caryn Kadavy Vlag van Verenigde Staten USA 6.2 4.2 2.0 t.z.t.
25 Tracy Brook Vlag van Australië AUS 24.8 15.6 9.2
26 Jiang Yibing Vlag van China CHN 25.0 13.8 11.2
27 Byun Sung-jin Vlag van Zuid-Korea KOR 28.2 16.2 12.0
28 Petja Gavazova Vlag van Bulgarije BUL 28.4 18.0 10.4
29 Pauline Lee Vlag van Chinees Taipei TPE 29.0 17.4 11.6
30 Diana Encinas Vlag van Mexico MEX 29.2 16.8 12.4
31 Kim Song-suk Vlag van Noord-Korea PRK 29.4 18.6 10.8

Paren[bewerken | brontekst bewerken]

Van 14-16 februari (korte kür en vrije kür) streden 15 paren uit acht landen om de medailles.

pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/kk = plaatsingcijfer/korte kür (x0.4; 28,57%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 71,43%),
rang sporter(s) land pc pc/kk pc/vk
Goud Jekaterina Gordejeva / Sergej Grinkov Vlag van Sovjet-Unie URS 1.4 0.4 1.0
Zilver Jelena Valova / Oleg Vassiljev Vlag van Sovjet-Unie URS 2.8 0.8 2.0
Brons Jill Watson / Peter Oppegard Vlag van Verenigde Staten USA 4.2 1.2 3.0
4 Larisa Seleznova / Oleg Makarov Vlag van Sovjet-Unie URS 6.4 2.4 4.0
5 Gillian Wachsman / Todd Waggoner Vlag van Verenigde Staten USA 6.6 1.6 5.0
6 Denise Benning / Lyndon Johnston Vlag van Canada CAN 9.0 2.0 7.0
7 Peggy Schwarz / Alexander König Vlag van de DDR GDR 10.4 4.4 6.0
8 Christine Hough / Doug Ladret Vlag van Canada CAN 11.2 3.2 8.0
9 Isabelle Brasseur / Lloyd Eisler Vlag van Canada CAN 11.8 2.8 9.0
10 Kim Seybold / Wayne Seybold Vlag van Verenigde Staten USA 14.0 4.0 10.0
11 Brigitte Groh / Holger Maletz Vlag van Duitsland FRG 16.2 5.2 11.0
12 Cheryl Peake / Andrew Naylor Vlag van het Verenigd Koninkrijk GBR 16.8 4.8 12.0
13 Lisa Cushley / Neil Cushley Vlag van het Verenigd Koninkrijk GBR 18.6 5.6 13.0
14 Mei Zhibin / Li Wei Vlag van China CHN 20.0 6.0 14.0
- Lenka Knapová / René Novotný Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 3.6 t.z.t.

IJsdansen[bewerken | brontekst bewerken]

Van 21-23 februari (verplichte figuren, originele kür en vrije kür) streden 20 ijsdansparen uit veertien landen om de medailles.

pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/vf = plaatsingcijfer/verplichte figuren (x0.6; 30%), pc/ok = plaatsingcijfer/originele kür (x0.4; 20%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 50%),
rang sporter(s) land pc pc/vf pc/ok pc/vk
Goud Natalja Bestemjanova / Andrej Boekin Vlag van Sovjet-Unie URS 2.0 0.6 0.4 1.0
Zilver Marina Klimova / Sergei Ponomarenko Vlag van Sovjet-Unie URS 4.0 1.2 0.8 2.0
Brons Tracey Wilson / Robert McCall Vlag van Canada CAN 6.0 1.8 1.2 3.0
4 Natalia Annenko / Genrich Sretensky Vlag van Sovjet-Unie URS 8.0 2.4 1.6 4.0
5 Kathrin Beck / Christoff Beck Vlag van Oostenrijk AUT 10.0 3.0 2.0 5.0
6 Suzanne Semanick / Scott Gregory Vlag van Verenigde Staten USA 12.0 3.6 2.4 6.0
7 Klára Engi / Attila Tóth Vlag van Hongarije HUN 14.0 4.2 2.8 7.0
8 Isabelle Duchesnay / Paul Duchesnay Vlag van Frankrijk FRA 16.0 4.8 3.2 8.0
9 Antonia Becherer / Ferdinand Becherer Vlag van Duitsland FRG 18.0 5.4 3.6 9.0
10 Lia Trovati / Roberto Pelizzola Vlag van Italië ITA 20.0 6.0 4.0 10.0
11 Susie Wynne / Joseph Druar Vlag van Verenigde Staten USA 22.0 6.6 4.4 11.0
12 Karyn Garossino / Rodney Garossino Vlag van Canada CAN 24.0 7.2 4.8 12.0
13 Sharon Jones / Paul Askham Vlag van het Verenigd Koninkrijk GBR 26.0 7.8 5.2 13.0
14 Corinne Paliard / Didier Courtois Vlag van Frankrijk FRA 28.6 9.0 5.6 14.0
15 Viera Řeháková / Ivan Havránek Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 29.4 8.4 6.0 15.0
16 Melanie Cole / Michael Farrington Vlag van Canada CAN 32.0 9.6 6.4 16.0
17 Honorata Górna / Andrzej Dostatni Vlag van Polen POL 34.0 10.2 6.8 17.0
18 Tomoko Tanaka / Hiroyuki Suzuki Vlag van Japan JPN 36.0 10.8 7.2 18.0
19 Liu Luyang / Zhao Xiaolei Vlag van China CHN 38.0 11.4 7.6 19.0
20 Monica MacDonald / Rodney Clarke Vlag van Australië AUS 40.0 12.0 8.0 20.0

Medaillespiegel[bewerken | brontekst bewerken]

rang land Goud Zilver Brons totaal
1 Vlag van de Sovjet-Unie Sovjet-Unie 2 2 1 5
2 Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten 1 0 2 3
3 Vlag van de DDR DDR 1 0 0 1
4 Vlag van Canada Canada 0 2 1 3
4 4 4 12