Psalm 23

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
The Lord is My Shepherd door Eastman Johnson, 1863 (Smithsonian American Art Museum)

Psalm 23 is een psalm, waarin de dichter spreekt over JHWH als zijn Herder, die zijn leven richting geeft, zelfs in moeilijke omstandigheden. In het opschrift wordt de psalm toegeschreven aan koning David, die een herdersjongen was toen hij door Samuel tot koning werd gezalfd.[1] De psalm kan dus beschouwd worden als een van de oudst bekende pastorales.

Psalm 23 is een van de bekendste psalmen. Hij is op veel verschillende manieren berijmd en op muziek gezet. De psalm wordt soms geciteerd of gezongen bij moeilijke omstandigheden, zoals een begrafenis.

Tekst[bewerken | brontekst bewerken]

Hieronder de tekst van psalm 23, in de Statenvertaling.

  1. Een psalm van David.
  1. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.
  2. Hij doet mij neerliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.
  3. Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.
  4. Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
  5. Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.
  6. Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.

De tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is moderner en houdt meer rekening met de eigen aard van de ontvangende taal (het Nederlands). "Het spoor der gerechtigheid" wordt in de NBV: "veilige paden". Het vet maken van het hoofd wordt hier "u zalft mijn hoofd" en "het goede en de weldadigheid" worden in deze vertaling uit 2004: "geluk en genade".

De herziene Naardense Bijbel zit daarentegen juist wel heel dicht tegen de grondtekst, maar is weer moeilijker te lezen, deze zegt:

  1. (Een musiceerstuk v. David.) De Ene is mijn herder, mij zal niets ontbreken;
  2. In weiden vol groen vlijt hij mij neer, hij voert mij mee naar wateren van rust;
  3. mijn ziel keert door hem in mij terug, hij leidt mij in sporen van gerechtigheid omwille van zijn naam!
  4. Ook als ik moet gaan door een dal vol schaduw van dood,- kwaad zal ik niet vrezen, want gij zijt bij mij; uw staf en uw stok, die zullen mij vertroosten.
  5. Gij bereidt voor mijn aanschijn een tafel tegenover mijn benauwers; gij zult mijn hoofd betten met olie, mijn beker is overvol!
  6. Mij achtervolgen slechts goedheid en vriendschap, al de dagen van mijn leven; terugkeren mag ik in het huis van de Ene tot in lengten van dagen!

Mogelijke interpretatie[bewerken | brontekst bewerken]

Het opschrift luidt ‘Van David’. Dat betekent niet dat alle psalmen met dit opschrift ook daadwerkelijk van de hand van de oudtestamentische koning David zijn. Niets in deze psalm pleit tegen het auteurschap van David, maar ze kan ook gedicht zijn door bijvoorbeeld een Leviet.

In het Hebreeuws klinkt het tetragram JHWH als een van de eerste en een van de laatste woorden van de psalm. Ze vormt hierdoor een inclusio. Het lied wordt ‘omringt’ door de aanwezigheid van JHWH.

Het beeld van God als Herder en het volk als kudde komt al vroeg voor in de Hebreeuwse traditie (Gen.48,15; 49,24). Deze beeldspraak komt ook voor in andere psalmen (28,9; 80,2; 95,7; 100,3). Het onderscheidende in deze psalm is het gebruik van het woord ‘mijn’, want meestal wordt het volk er mee bedoeld.

Wat in vers 4 als 'stok' wordt vertaald door de Nieuwe Bijbelvertaling wordt in Psalm 2;9 weergegeven als 'staf'. Het heeft volgens Jochem Douma dan ook geen zin om naar het verschil tussen 'stok' en 'staf' te zoeken. Het verschil valt volgens hem niet duidelijk uit bijbelse gegevens af te leiden.[2]

Berijmingen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Psalm 23 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.