Radicaal feminisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Radicaal feminisme is een stroming binnen het feminisme die streeft naar een radicale reorganisatie van de maatschappij, teneinde alle vormen van mannelijke dominantie uit de sociale en economische structuren te verwijderen.

In tegenstelling tot het meer traditionele, politieke feminisme, dat zijn doelen binnen bestaande structuren tracht te bereiken, zien de radicaal-feministen die structuren als deel van het patriarchaat en daarmee als onderdeel van het probleem van vrouwenonderdrukking. De samenleving zou verdeeld zijn in twee klassen: de mannen, die de onderdrukkers zijn en de structuren vorm gegeven hebben, en de vrouwen, de onderdrukte klasse. De radicale feministen willen dan ook alle gevestigde maatschappelijke normen en instituties ter discussie stellen.

Het radicale feminisme kwam in de jaren zestig in de VS in opmars, als onderdeel van de tweede feministische golf. Aan het begin van de jaren zeventig kreeg het radicale feminisme ook in Nederland voet aan de grond,[1] waarbij de feministe Anneke van Baalen een spilfunctie vervulde.[2] Omdat mannen in hun ogen niet los konden komen van hun onderdrukkersrol, poogden sommige Nederlandse radicale feministen structuren te scheppen waarin mannen niet werden toegelaten en/of niet met mannen werd samengewerkt.[1] Voorbeelden daarvan zijn uitgeverij De Bonte Was en het Vrouwenhuis in Amsterdam, en vrouwencafés in verschillende Nederlandse steden.

Anneke van Baalen behaalde haar doctorstitel sociologie in 1994 met haar Engelstalige proefschrift Hidden Masculinity. Max Weber's Historical Sociology of Bureaucracy. In 2005 heeft Marijke Ekelschot, van Baalens levenspartner en geestverwante, de website Radicaal feminisme in het leven geroepen, waar het proefschrift en alle andere teksten van Anneke van Baalen en de Bonte Was te vinden zijn.

Debat transseksualiteit[bewerken]

Sinds begin jaren zeventig woedt er binnen het radicaal feminisme een strijd over de toelaatbaarheid van transseksualiteit. Een deel van de beweging, waaronder Andrea Dworkin en Catharine MacKinnon, accepteerde transvrouwen binnen de vrouwenstrijd. Anderen, als Sheila Jeffreys en Julie Bindel, zijn van mening dat transvrouwen een beperkte en beledigende typering van een vrouw neerzetten. Zij willen transvrouwen geweerd zien van vrouwenfestivals en uit damestoiletten. Germaine Greer beschouwt transseksuelen niet als vrouw.[3] Deze groep wordt weleens TERFs genoemd (Trans-Exclusionary Radical Feminists), maar zelf beschouwen ze dat als een scheldwoord.

Kritiek[bewerken]

Tot de meest uitgesproken critici van het radicaal feminisme behoort de Canadese hooglerares Janice Fiamengo, die in een inmiddels zeer uitgebreide, op YouTube geplaatste serie videopresentaties de basisbegrippen van deze beweging en tal van incidenten op Canadese en Amerikaanse campussen onder de loep neemt.

Externe links[bewerken]