Slag bij Mainz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Slag bij Mainz
Datum 31 december 406
Plaats Mainz
Resultaat Overwinning voor de alliantie
Strijdende partijen
Ripuarische Franken

(Alanen)

Vandalen
Sueven
Alanen
Leiders
(Goar) Godigisel

Respendial

De slag bij Mainz vond plaats op 31 december 406 tussen de Ripuarische Franken en een alliantie gevormd door de Germaanse volken van de Vandalen, Sueven en Alanen. De Franken leden een nederlaag en de overwinnaars konden zonder verdere tegenstand het Romeinse Rijk binnentrekken.

Achtergrond[bewerken]

Als gevolg van de komst van de Hunnen hadden Vandalen, Sueven en Alanen hun woongebieden verlaten en trokken rond door Germanië, het gebied ten noorden van de Donau en ten oosten van de Rijn. In Zuid-Duitsland ontmoetten zij elkaar en sloten zich aaneen. Ze besloten het Romeinse Rijk binnen te trekken, waar het Romeinse grensleger al vijf jaar afwezig was.

In december 406[Noot 1] verscheen deze alliantie van Germaanse volken op de rechteroever van de Rijn, ongeveer tegenover Mainz. Hier bevonden zich geen limitanei, maar waren slechts Frankische foederati aanwezig, die niettemin vastbesloten waren om de nieuwkomers de doortocht te verhinderden. Een groot deel van het Romeinse grensleger was op dat moment in Italië een andere groep invallers aan het bevechten.[1] Dit gaf de Germanen de mogelijkheid de limes over te steken.

Vaak wordt hieraan toegevoegd dat de oversteek van hele volksstammen mogelijk was doordat de Rijn op verschillende plaatsen was dichtgevroren. Dit feit is niet vermeld in de historische bronnen over de oversteek. Waarschijnlijk gaat het terug op Edward Gibbon,[2] die zich zelf gebaseerd kan hebben op een algemene opmerking van Herodianos.[3]

Verloop[bewerken]

De slag die losbarstte leek in eerste instantie in het voordeel van de Franken uit te vallen, toen de Alanen het onderling oneens werden over de te volgen koers en een deel van de Alanen, geleid door hun aanvoerder Goar overliepen naar de andere kant. Ook sneuvelde de Vandaalse koning Godigisel als gevolg van een Frankische aanval. Doch de hulp van het andere deel van de Alanen, geleid door Respendial zorgde ervoor dat de slag kantelde in het voordeel van de Germaanse alliantie.

Gevolgen[bewerken]

Na de veldslag konden de overwinnaars op Oudejaarsdag 406 de waarschijnlijk bevroren Rijn oversteken en Gallië binnentrekken.

De toenmalige Romeinse magister militum Stilicho probeerde met het verschuiven van troepen en het sluiten van akkoorden het tij te doen keren, tevergeefs. Het kostte in 408 uiteindelijk zijn hoofd.

Als gevolg van de Germaanse invasie kwam het Romeinse leger in Britannia onder aanvoering van Constantijn III in opstand en stak over naar Gallië. Deze komst zou ertoe leiden dat de Germaanse alliantie uitweek naar het zuiden en in 409 Spanje binnentrok. Het Romeinse leger evenwel was onmachtig hen tegen te houden.

De aan het Romeinse Rijk verbonden foederati zoals de Salische Franken, Bourgonden en Allemannen die de binnengedrongen volken geen hulp hadden verleend, maar ook niet hadden weerstaan, zouden zich in het gebied achter hen vestigen en daarmee hun aanwezigheid in Gallië uitbreiden.

Literatuur[bewerken]

  • Ferdinand Lot, De Germaansche invasies. De versmelting van de Barbaarsche en Romeinsche wereld, Den Haag, 1939, pp. 82-83.