Vierasser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een dubbeldekstram van Hill of Howth Tramway met twee draaistellen

Een vierasser is een voertuig dat rust op vier assen. De benaming wordt vooral in de spoor- en tramwegwereld gebruikt.

Vierassers op twee draaistellen[bewerken | brontekst bewerken]

De meest gebouwde tram - een Tatra T3 - is een vierasser.

De assen zijn meestal twee aan twee ondergebracht in draaistellen. Omstreeks 1900 werden bij trammotorwagens ook wel draaistellen met een groot en een klein wiel toegepast, de zogenaamde maximum-traction-trucks. Later werden meestal draaistellen met wielen van gelijke grootte toegepast, de equal-weel-trucks.

Voordelen[bewerken | brontekst bewerken]

Doordat de draaistellen met de assen in spoorbogen meesturen, is er een soepele loop door de bocht. Dit in tegenstelling tot een tweeasser met starre assen. Bij draaistellen is er vaak minder slijtage omdat de wielen minder wringen. De vierasser met draaistellen kan voorts een langere wagenbak hebben dan een tweeasser, waardoor een grotere capaciteit beschikbaar is. Als goedkoper alternatief voor de vierasser, met toch de voordelen van de soepeler rijeigenschappen, werd de drieasser naar het systeem van Dr. Jakob Buchli gezien.

In de tweede helft van de 20e eeuw hebben bij de meeste trambedrijven de vierassers en de langere gelede wagens de tweeassers en drieassers vrijwel geheel verdrongen.

Vierassers op vaste tweeassige trucks[bewerken | brontekst bewerken]

Een gelede vierasser van het type Avenio.

Naast vierassige trams op twee draaistellen bestaat er ook de variant met twee of drie wagenbakken rustend op twee vaste tweeassige trucks. Vaak werden hiervoor bestaande tweeassige trams of alleen bestaande tweeassige trucks gebruikt, in veel gevallen van verouderde of in de oorlog vernielde trams. Hierbij werden de beide wagenbakken direct met een geleding met elkaar verbonden. Ook kwam het voor dat er tussen de beide bakken een zwevend middendeel hing. Dit laatste type werd ook wel two-rooms-and-a-bath (twee kamers met bad) genoemd. Een tussenvorm bestond nog waarbij een tweede wagenbak enerzijds rustend op een tweeassig draaistel anderzijds rustte op de eerste wagenbak op een vaste truck, een zogenaamde opleggertram.

In Nederland kwam het tramtype rustend op vaste trucks voor in Amsterdam waar in 1932, resp. 1934 telkens twee Union-motorwagens (161+162 en 177+178) met een zwevende middenbak tot gelede wagen werden samengevoegd. Een belangrijk voordeel van dit tramtype was, dat er ten opzichte van een tramstel bestaande uit motorwagen met bijwagen één conducteur werd uitgespaard.

Vierassers op vaste tweeassige trucks werden in de jaren dertig tot vijftig veel geproduceerd, vooral in Midden-Europa, tegenwoordig zijn zij vrijwel verdwenen, op enkele museumtrams na.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]