Adrian Carton de Wiart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sir Adrian Carton de Wiart
Olieverfschilderij van De Wiart uit 1919
Olieverfschilderij van De Wiart uit 1919
Bijnaam Nelson[1]
Happy Odyssey
Geboren 5 mei 1880
Brussel, België
Overleden 5 juni 1963
County Cork, Ierland
Begraven Killinardish Churchyard, County Cork
Land/partij Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Onderdeel BritishArmyFlag2.svg British Army
Dienstjaren 1899-1923, 1939-1947
Rang UK Army OF8-2.png Lieutenant-General
Leiding over 134th Brigade
61st Infantry Bataljon
Slagen/oorlogen Tweede Boerenoorlog
Eerste Wereldoorlog

Pools-Russische Oorlog
Pools-Oekraïense Oorlog
Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen Victoria Cross
Orde van het Britse Rijk
Orde van het Bad
Orde van Sint-Michaël en Sint-George
Distinguished Service Order
Virtuti Militari
Oorlogskruis (België)

Adrian Paul Ghislain Carton de Wiart (Brussel, 5 mei 1880 - County Cork, 5 juni 1963) VC, KBE, CB, CMG, DSO was een Belgisch-Ierse officier in het Britse leger. Hij diende in de Tweede Boerenoorlog en gedurende beide wereldoorlogen; hij heeft schotwonden opgelopen in het gezicht, hoofd, buik, enkel, been, heup en oor; overleefde een vliegtuigongeluk; kroop via een tunnel uit een krijgsgevangenkamp en beet zijn eigen vingers af toen een dokter weigerde ze te amputeren.

De Belgische premier Henri Carton de Wiart was een neef van hem.

Voor de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Carton de Wiart was de oudste zoon van een Belgische magistraat en zijn Ierse vrouw. Na de dood van zijn moeder verhuisde het gezin naar Egypte, waar zijn vader werkte voor de Egyptische regering. Eenmaal oud genoeg werd hij op kostschool in Engeland gestuurd, waarna hij zijn studies aan het Balliol College begon.

Bij het uitbreken van de Tweede Boerenoorlog in 1899 ging hij echter in het Britse leger. In Zuid-Afrika liep hij de eerste van zijn vele oorlogswonden op, waarna hij terug naar huis werd gestuurd. Eenmaal daar werd hij gepromoveerd tot tweede luitenant bij de cavalerie. In 1908 trouwde hij met een Oostenrijkse gravin, met wie hij twee dochters kreeg.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog kwam hij terecht in Brits-Somaliland, waar hij vocht tegen plaatselijke rebellen. Tijdens een aanval op een vijandelijk fort verloor hij zijn linkeroog, waarna hij voor de rest van zijn leven zijn bekende ooglapje droeg. Vanaf 1915 diende hij aan het Westfront, waar hij maar liefst 7 keer gewond raakte en zijn linkerhand verloor. In 1916 won hij het Victoria Cross, de hoogste Britse onderscheiding. Tegen het einde van de oorlog was hij gepromoveerd tot luitenant-kolonel en voerde hij het bevel over een infanteriebrigade.

Kort na de oorlog leidde hij een militaire missie in het pas onafhankelijk geworden Polen, en raakte bevriend met de Poolse leider Józef Piłsudski. In 1923 verliet hij het leger, maar bleef in Polen en spendeerde een groot deel van zijn vrije tijd met jagen.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Een paar maanden voor de Tweede Wereldoorlog riep de Britse regering hem op, en werd hij de Britse militaire gezant in Polen met de rang van generaal-majoor. Na de inval van Duitsland vluchtte hij samen met de Poolse regering naar Roemenië, en keerde met een vals paspoort terug naar Engeland. Daar kreeg hij het bevel over de 61ste Infanteriedivisie.

Kort voor de Duitse inval werd hij naar Joegoslavië gestuurd, maar zijn vliegtuig stortte echter neer in de Middellandse Zee. Hij kon zich redden door naar de Libische kust te zwemmen, maar werd gevangengenomen door de Italianen. Gedurende zijn twee jaren als krijgsgevangene ondernam de zestigplusser meerdere ontsnappingspogingen. Hij werd vrijgelaten na de Italiaanse overgave in 1943, en gepromoveerd tot luitenant-generaal. Later datzelfde jaar was hij samen met premier Winston Churchill aanwezig op de Conferentie van Caïro. De rest van de oorlog diende hij in Azië. Bij zijn terugkeer naar huis raakte hij een laatste keer gewond toen hij een val maakte en zijn rug brak. Hij maakte echter een goed herstel en keerde voor een tijdje terug naar zijn geboorteland.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Carton de Wiart ging met pensioen in 1947. Na de dood van zijn eerste vrouw in 1949 hertrouwde hij met een 20 jaar jongere vrouw. In 1951 bracht hij zijn memoires uit.

Daarin schreef hij, ondanks al zijn verwondingen onder meer:

"Eerlijk gezegd heb ik van de oorlog genoten...en waarom willen mensen vrede, terwijl oorlog zo leuk is"
— Adrian Carton de Wiart
Graf van Adrian Carton de Wiart (2013)

Hij overleed in 1963 op 83-jarige leeftijd in Ierland en ligt begraven te Carrigadrohid (gehucht Killinardrish - Co. Cork) naast zijn vrouw Joan.

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties