Aloysius Stepinac

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Alojzije Stepinac)
Ga naar: navigatie, zoeken
Alojzije Stepinac.
Alojzije Stepinac.

De Zalige Alojzije Viktor Stepinac (Krašic, 8 mei 1898 - Krašic, 10 februari 1960) was een Kroatisch bisschop en martelaar. Stepinac was een zoon van welvarende boeren. Hij deed zijn middelbare studies in Zagreb. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed hij dienst in het Oostenrijkse leger, maar werd gewond en bleef tot 1919 in Italiaanse krijgsgevangenschap. Hij startte vervolgens met studies in de landbouwwetenschappen en verloofde zich. Nadat de vrouw de verloving had verbroken, wilde hij priester worden en ging in Rome theologie studeren. In 1930 werd hij tenslotte tot priester gewijd. Terug in Kroatië werd hij notaris van de aartsbisschop in Zagreb. In 1937 werd hij opvolger van de gestorven aartsbisschop.

De toestand in zijn diocees was moeilijk. De Kroaten en de katholieke kerk moesten in de veelvolkerenstaat, die Joegoslavië was, vechten voor de erkenning van hun rechten en er onstond een groot priestertekort. In vele scholen werd het godsdienstonderricht verboden. Zelf was Stepinac bijzonder bescheiden en bekommerde zich om de noden van de kleine man.

In 1941 trokken de Duitse troepen Joegoslavië binnen en Kroatische nationalisten riepen de onafhankelijkheid van Kroatië uit. Aartsbisschop Stepinac organiseerde redde vervolgde joden, protesteerde tegen de Ustasja-kampen en nam vervolgde Serven in bescherming. Tijdens de tweede wereldoorlog organiseerde hij acties ter ondersteuning van de noodlijdenden en vervolgden, liet voedsel verdelen, verstopte vervolgden en had bijzonder veel aandacht voor de wezenkinderen. Maar meest van al was hij een overtuigd anti-communist in alles wat hij deed en zei. Voor hem was niets belangrijker dan de overwinning op de goddeloosheid. Hierom verrechtvaardigde hij dan ook het fascistische Ustasja-regime en zijn afhankelijkheid van Hitler-Duitsland. Als de fascistische leider Ante Pavelic, stroman van Hitler en Mussolini, wordt gekozen tot leider van een onafhankelijk Kroatië, laat Stepinac in de kathedraal van Zagreb het Te Deum zingen. Deze Pavelic had op zijn bureau een schaal staan die gevuld was met ogen van vermoorde Serviërs uit Jasenovac.[bron?] Aan het eind van de tweede wereldoorlog wist Pavelic via verschillende rooms-katholieke kloosters naar Rome te ontsnappen,[bron?] waar hij asiel kreeg van paus Pius XII.{fact} Hij werd later door het Vaticaan van geld en valse papieren voorzien[bron?] en kon daarmee naar Zuid-Amerika vluchten. Daar vandaan reisde hij later naar het Spanje van Franco, waar hij in 1959 stierf. De goudschat van Pavelic, voornamelijk gouden tanden en kiezen van vermoorden uit Jasenovac[bron?], zou door aartsbisschop Stepinac veilig gesteld zijn en door hem zorgvuldig bewaard in een franciscaner klooster.[bron?]

Om patriottische redenen verzette Stepinac zich tegen elke oecumenische afwijking in de verhouding tot de orthodoxie. Orthodoxen golden voor hem als ketters. In deze tijd reisde aartsbisschop Stepinac twee maal naar het Vaticaan en kon daar vol trots paus Pius XII vertellen dat men inmiddels reeds 250.000 'bekeerlingen' had gewonnen en dat de kerk nu in Kroatië in volle vrijheid de onfeilbare grondslagen der waarheid en der eeuwige gerechtigheid kon verkondigen.

Bij het einde van de tweede wereldoorlog namen de communistische partisanen van Josip Tito de macht over. Toen de partizanen Zagreb naderden, werd Stepinac gewaarschuwd dat hij als collaborateur zou worden beschouwd en riskeerde geëxecuteerd te worden, maar hij besloot op post te blijven. Aartsbisschop Stepinac bleef ook na de oorlog nog de Ustasja's steunen.[bron?] Ook zelfs toen deze een guerrillaoorlog begonnen tegen de regering Tito. Stepinac stelde zelfs zijn bisschoppelijk paleis ter beschikking van de fascistische Ustasja's.{fact} Hij ging nog verder: hij eiste dat het Westen de atoombom zou gebruiken om de regering Tito ten val te brengen.[bron?]

In mei 1945 werd hij onder druk van de bevolking gevangen genomen,[bron?] maar spoedig weer vrijgelaten. In 1946 werd hij opnieuw opgepakt en veroordeeld tot 16 jaar dwangarbeid. Paus Pius XII omschreef de rechtszitting als een allertreurigst proces. De internationale weerklank was groot en vanuit het Westen kwamen protesten van staatslieden en kerkelijke gezagsdragers. Een aanbod van een hoge ambtenaar om een genadeverzoek in te dienen, die zou worden geaccepteerd, werd door Stepinac geweigderd. In 1951 tenslotte bezweek Joegoslavië onder de internationale druk en kon Stepinac naar zijn geboortedorp terugkeren om daar onder huisarrest te verblijven. Twee jaar later verleende paus Pius XII hem de waardigheid van kardinaal, hetgeen leidde tot een korte onderbreking van de diplomatieke betrekkingen tussen Joegoslavië en het Vaticaan. Hetzelfde jaar kreeg hij leukemie. Volgens zijn aanhangers was dat te wijten aan de langzame vergiftiging die hem tijdens zijn gevangenschap was toegediend. Hij stierf in 1960.

Stepinac werd in 1998 zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. De zaligverklaring was omstreden, want Stepinac was nooit een man van het vergelijk of de verzoening geweest.[bron?] Ook in Vlaanderen was de figuur van Stepinac graag gezien in kringen van collaborateurs van de Tweede Wereldoorlog en vind verdedigers bij parlemenetsleden van het Vlaams Belang.[bron?] Zijn gedenkdag is 10 februari.

[bewerk] Externe link

 
Persoonlijke instellingen