Bath (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bath
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Bath
Bath (Nederland)
Bath (Nederland)
Situering
Provincie Vlag Zeeland Zeeland
Gemeente Vlag Reimerswaal Reimerswaal
Coördinaten 51° 24′ NB, 4° 13′ OL
Overig
Woonplaats (BAG) Rilland
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Bath is een klein dorp en voormalige heerlijkheid in de gemeente Reimerswaal, in de Nederlandse provincie Zeeland. In 1813 werd de gemeente Fort-Bath en Bath gevormd. In 1877 werd het met de naburige gemeente Rilland en Maire samengevoegd tot de gemeente Rilland-Bath. De plaats heeft 90 inwoners (2004).

Geschiedenis[bewerken]

Bath is vele malen met zeewater overstroomd doordat de dijken doorbraken. Op 5 november 1530 overstroomde het dorp, maar de gaten in de dijken werden gedicht en het land weer drooggemaakt. Twee jaar later braken de dijken opnieuw door en wederom in 1539. Het dorp was toen volledig verwoest en pas ruim twee eeuwen later, in 1773, werd het gebied weer ingedijkt en drooggemaakt[1].

Fort Bath[bewerken]

Op 18 oktober 1785 kreeg Generaal Dumoulin van de Raad van State opdracht om een geschikte plaats voor een fort te zoeken. Begin 1786 kwam hij met het plan om deze aan de Batse Kaaij te bouwen. Na het uitvoeren van de grondwerkzaamheden werd in 1787 begonnen met de bouw van de militaire gebouwen zoals een kruitmagazijn, kazematten en kazernes. Deze waren groot genoeg om een bezetting van 300 militairen te huisvesten. Het fort kreeg twee belangrijke taken, namelijk: (1) de bewaking of belemmering van de scheepvaart van en naar Antwerpen en (2) de bescherming van oostelijk Zuid-Beveland. Hier werd ook een douanekantoor gevestigd om schepen die van of naar Antwerpen voeren belasting te laten betalen. In augustus 1809 werd het fort door de Engelsen, in de Walcherenexpeditie, ingenomen. Generaal Bruge had het fort voor die tijd verlaten en de Engelsen konden het zonder strijd binnentreden. Op 24 augustus vertrokken de Engelsen, maar alle bewapening was meegenomen of vernietigd. In 1813 kwam het fort in handen van de Fransen en pas na de Vrede van Parijs (1814), trokken zij zich terug. In 1828 werd het fort versterkt, maar dit kreeg nog een extra impuls na de Belgische revolutie in 1830. Eerst werd de zijde aan de Westerschelde verbeterd en vervolgens de landzijde. In 1833 woonden er 190 mensen in Bath die actief waren in de handel, visserij en landbouw. In 1839 sloten Nederland en België het Verdrag van Londen. Dankzij de neutraliteitspolitiek nam de noodzaak voor het fort af en in 1876 werd deze opgeheven. Alleen een douanepost bleef over, die nog tot 1953 zou blijven bestaan[2]. Alleen de omtrek van het fort is nog terug te vinden; bebouwing, aarden wallen en de grachten zijn verdwenen.

Bathstelling[bewerken]

In 1939 werd het fort nog opgenomen in de Bathstelling, deze had de intentie de toegang tot Zuid-Beveland af te sluiten. In datzelfde jaar was ook nog opdracht gegeven voor de bouw van zeven gevechtsopstellingen aan de dijk van de Bathpolder tussen de Kreekrakdam en het kustlicht bij Bath. Een ander onderdeel van deze stelling was de inundatievlakte ten noorden van Bath, de enige op Zuid-Beveland. Op 10 mei werd het bevel tot inundatie gegeven, maar door de lage waterstand mislukte het om het gebied onder water te zetten. Toen de Duitse troepen op 14 mei 1940 bij de stelling aankwamen was deze zo goed als verlaten. Na een artilleriebeschieting in de avond gaven de laatste nog aanwezige manschappen zich over. Voor de overgave wilden ze in het raadhuis van Rilland nog enige documenten en kaarten verbranden, maar hierbij ging ook het raadhuis in vlammen op. Een deel van de Nederlandse militairen had zich teruggetrokken achter de meer naar het westen gelegen Zanddijkstelling.

Kerk[bewerken]

Zicht op Bath

Bath heeft ook een kerk. Bijzonder hieraan is dat de dorpskerk hier een Vrije Evangelische Gemeente is. Waarschijnlijk is dit de enige plaats in Nederland waar de dorpskerk evangelisch is. Deze gemeente ontstond in 1888 toen de hervormde kerk verplaatst werd naar Rilland. De gemeente sloot zich in 1910 aan bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.

Onder meer Bernard Slicher van Bath was titulair heer van Bath.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties