Begraafplaats van Laken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kerkhof van Laken met de Onze-Lieve-Vrouwekerk op de achtergrond
Het koor van de oude kerk

De begraafplaats van Laken of het kerkhof van Laken is een begraafplaats in de Belgische plaats Laken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De begraafplaats ligt naast de Onze-Lieve-Vrouwekerk en is de oudste Brusselse begraafplaats die nog in gebruik is. Het is de laatste resterende Brusselse begraafplaats die als middeleeuws kerkhof rond een kerk ontstaan is. Op de begraafplaats is nog het koor van de oude kerk bewaard.

Geschiedenis[bewerken]

Ondergrondse grafgalerij

De begraafplaats groeide in het voorheen landelijke dorpje Laken rond de middeleeuwse Onze-Lieve-Vrouwekerk. Laken groeide sterk in de loop van de 19e eeuw toen de adel en de burgerij hier het mooie landschap kwam opzoeken en ook het Belgisch vorstenhuis vestigde zich hier. Waar de plaats in 1831 nog 1.806 inwoners kende, waren er dit in 1880 al bijna 18.000.

Het oudste deel van het kerkhof bevindt zich rond het koor van de oude kerk. In de loop van de 19e en 20e eeuw werd het meermaals uitgebreid in zuidelijke en oostelijke richting. Een eerste uitbreiding kwam er in 1832, toen de oppervlakte werd verdubbeld tot zo'n 1,3 ha. De begraafplaats kende verder succes toen koningin Louise-Marie hier in 1850 werd begraven en de begraafplaats werd verder uitgebreid tot 2,46 ha. Vele vooraanstaanden werden hier begraven, vooral uit katholieke milieus, terwijl de begraafplaats van Brussel vooral een vrijzinnig karakter had.

De kerk was tegen 1850 al deels buiten gebruik, waarna men startte met de bouw van een nieuwe Onze-Lieve-Vrouwekerk ten zuidoosten van het kerkhof. Deze nieuwe kerk werd in 1872 ingewijd. Door de sterke groei raakte het kerkhof halverwege de jaren 1870 al verzadigd. Als oplossing nam schepen Emile Bockstael het initiatief voor het inrichten van grafgalerijen. Deze bestonden uit een netwerk van ondergrondse gangen met nissen voor de graven, gekoppeld aan bovengrondse monumenten. Een eerste galerij van 31 m werd in 1878 in gebruik genomen. Dat jaar werden meteen nog zes nieuwe galerijen gebouwd en pas rond 1890 werd het eerste gangenstelsel afgesloten.

In 1904 werd de oude gotische kerk grotendeels afgebroken. De grafgalerijen werden vergroot in 1919 en 1928. Op de begraafplaats rusten een 125-tal Belgische militairen, gesneuveld in beide wereldoorlogen.

De begraafplaats bevat veel belangrijke funeraire architectuur. Hier bevindt zich onder meer een beeld van De Denker van Rodin.

De grafgalerijen zijn anno 2011 echter in zeer slechte staat. Wegens instortingsgevaar zijn ze meestal niet meer toegankelijk voor het grote publiek.

Bescherming[bewerken]

Grafmonument voor Maria Malibran
Grafmonument voor Emile Bockstael

De begraafplaats werd in 1999 als landschap beschermd. In 1994 werd het mausoleum van F. Nicolay beschermd als monument. De grafgalerijen werden in 1997 als monument beschermd. Tegelijk werden ook veertien afzonderlijke grafmonumenten beschermd, namelijk het grafmonument van Alphonse Balat, van Emile Bockstael, van André graaf Coghen, van George Dero, van J. Léon Dillen met De Denker van Rodin, het familiegrafmonument Ghémar, het grafmonument van Maria Malibran, het familiegrafmonument van Ferdinand Moselli, het grafmonument van Marie Pleyel, het familiegrafmonument van Joseph Poelaert, het familiegrafmonument van Salu, het familiegrafmonument van Suys, het grafmonument van André Van Hasselt en het familiegrafmonument van Vaxelaire.

Bekende personen[bewerken]