Edmond Picard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edmond Picard. Buste van Louis Mascré (1918)

Edmond Picard (Brussel, 15 december 1836 - Dave, 19 februari 1924) was een eminente Belgische jurist en literator. Hij was stafhouder, hoogleraar in de rechten, schrijver, toneelauteur, senator, journalist, kunstmecenas, vrijmetselaar, rozenkruiser en invloedrijk antisemitisch theoreticus.

Levensloop[bewerken]

In het voetspoor van zijn vader, die doceerde aan de toen nog eentalig Franse Université Libre de Bruxelles, schreef Picard zich in aan deze universiteit. Hij studeerde af als jurist en was als advocaat verbonden aan het hof van beroep van Brussel en het Hof van Cassatie.

Picard was de stichter van het Journal des Tribunaux en de Pandectes Belges. Iwan Gilkin (1858-1924), Emile Verhaeren (1855-1916), Henri Carton de Wiart (1869-1951) en Octave Maus (1856-1919) liepen bij hem stage. Een van zijn medewerkers was Georges Rodenbach (1855-1898).

Picard was een literatuurfanaat en schrijver en stichtte het tijdschrift L’Art Moderne (De Moderne Kunst), dat een sociale kunst propageerde die positie innam tegen de kunst-om-de-kunstbeweging (l'art pour l'art) die door de groep van La Jeune Belgique (Het Jonge België) werd voorgestaan. Het conflict nam zulke proporties aan dat Albert Giraud (1860-1929) Picard uitdaagde tot een duel, dat zonder ernstige gevolgen bleef. In de gedaante van de persoon Lenormand, schetste Henri Nizet in zijn roman Les Béotiens (De Beotiërs) uit 1884 een felle karikatuur van Picard.

In 1893 werd hij aangehouden nadat hij op de Louizalaan een redevoering voor het algemeen stemrecht had afgestoken, waarbij burgemeester Karel Buls door een omstaander was belaagd met een wandelstok. Naar aanleiding van het voorval wijdde Paul Verlaine een huldedicht aan zijn vriend Picard en schreef hij ook een artikel voor de krant La Plume.[1]

Picard in 1885 geschilderd door Jan Toorop

In december 1894 liet Picard zijn herenwoning aan de Guldenvlieslaan verbouwen tot Maison d'Art, een kunstgalerij waar siervoorwerpen en art-nouveau-kunst te koop was. Hij hield er ook een tentoonstelling van de werken van Auguste Rodin (1899).

Picard, aanvankelijk liberaal, werd een van de eerste socialistische senatoren in de Belgische Senaat. Hij werd in 1894 verkozen tot provinciaal senator voor Henegouwen en vervulde dit mandaat tot in 1908.

Zijn virulente antisemitische overtuiging uitte hij in verschillende publicaties. Als zelfverklaard "nationaalsocialist" lijkt hij een luguber voorloper van het nationaalsocialisme. Dat deel van zijn denken heeft zijn erfenis overschaduwd. Nochtans fungeerde hij als spilfiguur in het Belgische socialisme en droeg hij bij tot een belangrijke intellectuele vernieuwing van de socialistische sociale theorie in België. In het parlement hielp hij belangrijke progressieve evoluties doordrukken, onder meer in de sociale politiek.

Publicaties[bewerken]

  • Essai sur la certitude dans le droit naturel, Brussel, 1864.
  • Traité des brevets d'invention et de la contrefaçon industrielle, Brussel, 1866.
  • Traité usuel de l'indemnité due à l'exproprié pour cause d'utilité publique (...), Brussel, 1867.
  • Histoire du suffrage censitaire en Belgique depuis 1830, Brussel, 1882

Literatuur[bewerken]

  • Maurice DULLAERT, L'antisémitisme de Mr. Edmond Picard, in: Magadin littéraire, Gent, 1892.
  • François VERMEULEN, Edmond Picard et le réveil des lettres belges, 1881-1888, Brussel, Académie Royale de Langue et de Littérature françaises, 1935.
  • Paul VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972.
  • Paul ARON & Cécile VANDERPELEN-DIAGRE, Edmond Picard (1836-1924). Un bourgeois socialiste belge à la fin du dix-neuvième siècle, essai d'histoire culturelle, Brussel, Musea voor Schone Kunsten, 2013

Externe link[bewerken]

Noten
  1. Eric Min (2013), Brussel. Biografie van een wereldstad. 1850-1914, blz. 89