Maria Malibran

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Malibran
Malibran op de gevel van het Teatre Principal in Barcelona (1847)

Maria Malibran, geboren als María Felicia García Sitches (Parijs, 24 maart 1808 - Manchester, 23 september 1836) en vaak aangeduid als La Malibran, was een Spaans-Franse operazangeres.

Biografie[bewerken]

Malibran was een dochter van de Andalusische tenor, componist en zangpedagoog Manuel del Pópulo Vicente García en de sopraan Joaquina Sitches. Haar zuster Pauline Viardot-García werd componiste en zangeres en haar broer Manuel Patricio Rodríguez García was bariton en schreef een lesmethode voor zangers.

Malibran maakte op 11 juni 1825 op zeventienjarige leeftijd in Londen haar debuut als invallende understudy voor Rosina in Il barbiere di Siviglia van Gioacchino Rossini. Haar stem wordt beschreven als mezzosopraan, maar zij zong regelmatig als sopraan. Haar loopbaan stond voor een deel in het teken van de stijgende populariteit van Rossini. Zij zong een aantal premières van zijn opera's. Zij zong in La Cenerentola, in Tancredi, in La Gaza Ladra, Semiramide, Alceste en Otello. In een voorstelling in New York waaraan ook Lorenzo da Ponte meewerkte, zong zij Zerlina in de Amerikaanse première van Le nozze di Figaro van Wolfgang Amadeus Mozart.

In New York huwde de toen zeventienjarige Maria tegen de wil van haar ouders met de 45-jarige koopman Eugène Malibran. Ze dacht een rijk huwelijk te sluiten[1] en wilde zich terugtrekken van het toneel, maar Malibran stond op de rand van een faillissement. Malibran maakte zich onafhankelijk van haar echtgenoot door in Philadelphia en New York optredens te geven. Zij keerde in 1827, alleen, terug naar Parijs, waar Rossini haar loopbaan bevorderde. Malibran trad op in Frankrijk en in Londen.

In de kunstenaarskringen rond Rossini, met onder meer George Sand, Ignaz Moscheles, Thalberg, Paganini, Alphonse de Lamartine en Alfred de Musset, was de burgerlijke moraal van de 19e eeuw niet belangrijk. Malibran leefde in Parijs openlijk samen met haar nieuwe liefde Charles de Bériot. De hoge adel en de haute bourgeosie aanvaardden het concubinaat niet en de ooit zo populaire Malibran werd buitengesloten. In de kastelen en de grote salons was zij niet langer reçue. Omdat zij in Parijs niet langer geld verdiende met huisconcerten, week La Malibran, de non-conformistische heldin van de vooruitstrevende en romantisch voelende jeugd, uit naar Londen.

In 1831 kwam Eugène Malibran naar Europa. Hij wilde een aandeel in de inkomsten en bezittingen van zijn rijk geworden vrouw. Hij trof haar aan in gezelschap van een pasgeboren kind dat zijn naam droeg, maar niet door hem kon zijn verwekt.[2] Ze weigerde om hem geld te geven en ging in staking, zodat hij geen inkomsten kon opeisen.[3] Na 1832 ze niet meer in het openbaar op binnen de grenzen van Frankrijk.

La Malibran maakte een tournee door Italië, waar zij in onder andere Napels, Bologna, Venetië, Lucca, Rome en Milaan optrad. Zij werd ook in het vaderland van de belcanto een gevierd zangeres en liet zich kennen als een onafhankelijk denkende vrouw. Zij weigerde op te treden voor de Napolitaanse koning, omdat deze de bezoekers aan het Teatro San Carlo verbood om te applaudisseren. In het door Oostenrijk overheerste Milaan stond zij erop de opera Maria Stuarda van Gaetano Donizetti ongecensureerd uit te voeren. Zij oogstte succes met Bellini's I Capuleti e i Montecchi (een opera over Romeo en met Norma). Haar onafhankelijkheid maakte haar tot een idool van de Italiaanse onafhankelijkheidsbeweging.

Malibran droeg tijdens haar reizen mannenkleren en mende haar eigen koets. Zij nam risico's wanneer zij paarden mende of bereed.

In 1836 werd Malibrans huwelijk door tussenkomst van haar vriend Markies de la Fayette ontbonden. Zij hertrouwde met Charles de Bériot.

In mei 1836 ontsnapte een varken aan een op straat werkende slager. Het angstige dier vluchtte onder de benen van het paardenspan van degene die nu Maria de Bériot was. De paarden sloegen op hol en tijdens hun dolle vlucht werd de zwangere vrouw naar buiten geslingerd. Zij brak haar rechterpols en kneusde haar rechterarm. Op haar hoofd zat een kneuzing zo groot als een ei en een krantenverslag sprak van "interne verwondingen". Het muziekfestival van Manchester vond desondanks doorgang. La Malibran zong op twee opeenvolgende dagen vier rollen, waaronder La Fille d'Artois en La Somnambula. In een brief naar huis schreef zij dat haar stem het begaf, maar dat ze de Engelsen hun zin zou geven.

Graf van La Malibran op de begraafplaats van Laken

Na een door Sir George Smart gedirigeerd concert van Madame Caradori-Allan op 23 september 1836, vroeg het publiek om een toegift. Malibran zei "Het zal mijn dood worden", maar trad toch nog eens op om niet voor haar rivale onder te doen. Na afloop viel de zwangere zangeres bewusteloos neer. Zij moest van het toneel worden gedragen en overleed.

Malibran werd bekend als primadonna onder de namen 'La Mariquita' in Spanje, als 'Malibran' in Frankrijk, als 'La Signorina' in de Verenigde Staten, als 'Marrietta' in Italië en als 'Madame Malibran' in Engeland. Zij werd als Madame de Bériot begraven in België in een torenvormig mausoleum op de begraafplaats van Laken. Het praalgraf is goed bewaard gebleven.[4]

Malibran was een publieksidool en haar portret werd op sieraden, pijpenkoppen en portretbustes vereeuwigd. Tot 25 jaar na haar dood werden dergelijke Malibran-memorabilia gefabriceerd. Er zijn geen foto's van Malibran gemaakt, maar er zijn tal van schilderijen en prenten. Ook haar doodsmasker van gips is bewaard gebleven.

In 2008 reisde de Italiaanse sopraan Cecilia Bartoli door Europa met een mobiel Malibran-museum. Zij verzamelde souvenirs en portretten en maakte een CD met aria's en liederen die ook door Malibran zijn gezongen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Brief van de tenor Giuseppe Pasta, 14 maart 1826
  2. Artikel in La Rampe et les Coulises, 1831
  3. Artikel in The Harmonicon, Londen 1831
  4. Getoond in een film over Malibran en Cecilia Bartoli op 20 september 2009 bij de NTS.