El Clásico
El Clásico (Catalaans: El clàssic, Nederlands: De Klassieker) is de benaming voor de wedstrijd tussen de voetbalclubs FC Barcelona en Real Madrid. Andere veel gebruikte namen zijn Derby van het Heelal, Superclásico of simpelweg El Derbi. Deze wedstrijd geldt als de grootste voetbalklassieker van Spanje en misschien wel van de wereld. Dat komt grotendeels door de politieke achtergrond van de wedstrijd, waarbij FC Barcelona gezien wordt als symbool van het Catalaans nationalisme en Real Madrid als symbool van de centrale Spaanse overheid. Inmiddels heeft de strijd tussen beide clubs zich ook uitgebreid naar het basketbal: Winterthur FCB en Real Madrid Baloncesto zijn net als de voetbalteams grote rivalen.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
De eerste wedstrijd tussen FC Barcelona en Real Madrid (destijds nog Madrid CF) werd op 13 mei 1902 gespeeld ter gelegenheid van de kroning van Alfonso XIII. FC Barcelona won deze wedstrijd met 3-1.
In tegenstelling tot de meeste derby's, is het geen wedstrijd tussen twee clubs uit dezelfde plaats of streek, maar een wedstrijd met een langdurige politieke achtergrond. Barcelona is de hoofdstad van Catalonië, waarvan veel inwoners geen band met Spanje voelen. Madrid is de hoofdstad van Spanje en de Madrilenen zien Catalonië als deel van Spanje. Jarenlang werd de Catalaanse cultuur en identiteit door het Madrileens gezag onderdrukt, eerst door Miguel Primo de Rivera in de jaren twintig en daarna door Francisco Franco tot 1975. Scheidsrechters leken, al dan niet op bevel van hogerhand, Real Madrid stelselmatig te bevoordelen. Dat werd dan door de Barça-aanhang beantwoord met een spreekkoor: "Así, así, así gana el Madrid" (zo, zo, zo wint Madrid).
Overigens was het Franco-regime in eerste instantie niet op de hand van Real Madrid. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd clubpresident Rafael Sánchez Guerra, een vooraanstaande Republikein, gevangengenomen en gemarteld. Bovendien werd een vicepresident van Real Madrid vermoord. Toen Real Madrid het toernooi om de Europa Cup I begon te domineren greep Franco de kans zich op te trekken aan de internationale populariteit van de club. De vereenzelviging van Franco met Real Madrid deed de verhouding tussen Real en FC Barcelona geen goed, hoewel de leden van Real Madrid lang niet altijd blij waren met de bemoeienissen van Franco.
Het was echter Real-voorzitter Santiago Bernabéu Yeste die in 1968 het vuurtje tussen beide clubs nog eens verder opstookte. In juli 1968 stonden de aartsrivalen in Madrid tegenover elkaar voor de finale van de Copa del Generalísimo. Deze finale zou de bijnaam De Finale van de Flessen krijgen : FC Barcelona won met 0-1, waarop de ultras van Real Madrid reageerden door glazen flessen naar de spelers van FC Barcelona te gaan gooien. Toen FC Barcelona-president Narcís de Carreras zijn ambtsgenoot Bernabéu vroeg naar zijn mening over het gedrag van zijn supporters, deed deze enkele controversiële uitspraken als "Catalonië is prachtig, alleen jammer dat de Catalanen daar wonen" en "Xavier Bosch is een aardige kerel" (Xavier Bosch was lid van Franco's geheime dienst en hij had vele moorden op zijn geweten, waaronder de dood van FC Barcelona-preses Josep Sunyol). Voor de Madrileense aanhang is deze finale bekend als "Rigo, campeón", omwille van de dubieuze leiding van deze Mallorcaanse scheidsrechter in de halve finalewedstrijden tussen Atlético Madrid en FC Barcelona. Toen in de finale Real Madrid een strafschop onthouden werd, gingen de poppen aan het dansen.[1]
Hoewel de supporters van Real Madrid over het algemeen uiterst vijandig zijn richting de spelers van FC Barcelona, kunnen ze de sterspelers van hun aartsrivaal van tijd tot tijd ook waarderen. Zowel Diego Maradona in 1985 als Ronaldinho in 2005 kregen een staande ovatie in Estadio Santiago Bernabéu na hun uitstekende spel tijdens de wedstrijd.
Eén van de meest opvallende figuren in de El Clásico de laatste jaren was de Portugees Luís Figo. De aanvallende middenvelder groeide tussen 1995 en 2000 bij FC Barcelona uit tot een publiekslieveling en één van de sterspelers. In 2000 maakte Figo echter de overstap naar Real Madrid, na een conflict met de clubleiding van FC Barcelona. Tijdens zijn eerste terugkeer in oktober 2000 kreeg Figo vooral een hels fluitconcert te verduren. De Superclásico van het seizoen 2001/2002 in Camp Nou miste Figo door een blessure, maar in 2003 kreeg hij het opnieuw zwaar te verduren. Ditmaal bekogelden de culés hem met onder andere frisdrankflesjes, mobiele telefoons en muntjes en er zou zelfs een varkenskop gegooid zijn. Sluiting van Camp Nou voor meerdere wedstrijden dreigde wegens dit ongepaste gedrag van de culés, maar uiteindelijk zou FC Barcelona deze straf ontlopen. Figo's bezoek aan Camp Nou in het seizoen 2003/2004 verliep vervolgens zonder grote incidenten.
[bewerken] Snelste Goal
De snelste goal werd gemaakt door Karim Benzema op 11 december 2011. Hij scoorde in 21 seconden, door een slechte uittrap van Valdes kon Benzema scoren uit de rebound. FC Barcelona won alsnog met 1-3.
[bewerken] Grootste overwinningen
De grootste overwinning van Real Madrid in de Derby van het Heelal is de 11-1 in de halve finale om de Copa del Generalisimo van 1943. In 1950 volgde de grootste overwinning van FC Barcelona in de derby: 7-2, met een hattrick van de Argentijn Mateo Nicolau. Grote overwinningen waren er ook in 1975, 1994 en 2010 voor Barça. Alle drie de keren werd Real met 5-0 verslagen, in 1974 zelfs in het eigen Estadio Santiago Bernabéu door een uitblinkende Johan Cruijff. Real Madrid revancheerde zich al snel voor de afgang in 1994. Een jaar later won de club in eigen huis de Superclásico eveneens met 5-0. De Chileen Iván Zamorano maakte net als de Braziliaan Romário een jaar eerder een hattrick. De wedstrijd was bovendien de ultieme revanche van de Deen Michael Laudrup, die in 1994 FC Barcelona moest verlaten van trainer Cruijff en voor Real Madrid koos. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw won FC Barcelona tweemaal met ruime cijfers in het Estadio Santiago Bernabéu. In 2005 werd het 0-3 door doelpunten van Samuel Eto'o en Ronaldinho (2x), en in mei 2009 werd het 2-6 met doelpunten van Thierry Henry (2x), Lionel Messi (2x), Carles Puyol en Piqué voor FC Barcelona en van Sergio Ramos en Gonzalo Higuaín voor Real Madrid. In november 2010 won FC Barcelona El Clásico. In Camp Nou werd het 5-0 door doelpunten van Xavi, Pedro, Villa (2×) en Jeffrén. De laatste jaren domineert FC Barcelona de derby door 5 maal op een rij te winnen van Real Madrid, wat een record is (allemaal met trainer Pep Guardiola).
[bewerken] Europees niveau
Viermaal werd El Clásico op Europees niveau gespeeld:
- in het seizoen 1959/60 won Real Madrid in de Europacup I van FC Barcelona. Real zou later dat seizoen de beker winnen;
- in het seizoen 1960/61 schakelde FC Barcelona als eerste team Real Madrid uit in de Europa Cup I. In Madrid werd het 2-2, in Barcelona 2-1. Barça verloor uiteindelijk de finale van Benfica met 3-2;
- in het seizoen 2001/02 schakelde Real Madrid in de halve finales van de UEFA Champions League FC Barcelona uit. In Barcelona werd het 0-2, in Madrid 1-1. Real won uiteindelijk in de finale met 2-1 van Bayer Leverkusen.
- In het seizoen 2010/2011 troffen de beide teams elkaar in de UEFA Champions League. In Madrid werd het 0-2, in Barcelona werd het 1-1.
[bewerken] El Clásico sinds 1989
| Totaal wedstrijden sinds 1989 | 56 | Camp Nou | Bernabéu |
|---|---|---|---|
| Barçelona winst | 26 | 17 | 9 |
| Gelijkspel | 16 | 7 | 9 |
| Real Madrid winst | 15 | 4 | 11 |
| Totaal goals sinds 1989 | 175 |
|---|---|
| Barçelona | 100 |
| Real Madrid | 75 |
[bewerken] Overlopers
Door de enorme rivaliteit tussen FC Barcelona en Real Madrid worden spelers die van de ene naar de andere club vertrekken gezien als grote verraders. Zestien voetballers hebben het ooit gewaagd FC Barcelona te verruilen voor Real Madrid, zeven spelers maakten de omgekeerde weg. Daarnaast zijn er nog verschillende voetballers die tijdens hun loopbaan als profvoetballer bij beide clubs hebben gespeeld, maar de overstap niet direct maakte. Voorbeelden hiervan zijn Albert Celades, Gheorghe Hagi, Ronaldo Luiz Nazario de Lima, Alfonso Pérez, Robert Prosinečki, Samuel Eto'o en Ricardo Zamora.
[bewerken] Van FC Barcelona naar Real Madrid
- 1906: Charles Wallace
- 1911: Alfonso Albéniz
- 1911: Arsenio Comamala
- 1932: Josep Samitier
- 1950: Alfonso Navarro
- 1961: Justo Tejada
- 1962: Evaristo de Macedo
- 1965: Fernand Goyvaerts
- 1988: Bernd Schuster
- 1990: Luis Milla
- 1992: Nando Muñoz
- 1994: Michael Laudrup
- 2000: Luís Figo
- 2002: Jordi López
- 2003: Roberto Trashorras
- 2007: Javier Saviola
[bewerken] Van Real Madrid naar FC Barcelona
- 1905: Luciano Lizaraga
- 1946: José Canal
- 1965: Lucien Muller
- 1996: Luis Enrique
- 2001: Iago Falqué
- 2006: Jeffrey Hoogervorst
- 2007: Thaer Fayed Al-Bawab
[bewerken] Voetnoten
- ↑ Conde, Justo. La Guerra que nunca cesa