Edmund Husserl
Edmund Gustav Albrecht Husserl (Prossnitz, 8 april 1859 – Freiburg im Breisgau, 27 april[1] 1938) was een Joods-Oostenrijks-Duitse filosoof en wordt beschouwd als de grondlegger van de fenomenologie. Husserls fenomenologie (phaenomenon is het Griekse woord voor het verschijnende) is de leer van de verschijnselen en tracht via het zuiver beschrijven van de dingen die aan het bewustzijn verschijnen tot een fundament voor de wetenschap en filosofie te komen.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
[bewerken] Vroege jaren
Husserl werd geboren in Moravië dat toentertijd deel uitmaakte van Oostenrijk (tegenwoordig behorend tot Tsjechië). Hij studeerde in Leipzig filosofie, wiskunde en natuurkunde waarbij hij zich met name richtte op de sterrenkunde en de optica. In 1878 ging hij naar Berlijn en later naar Wenen om daar te promoveren in de wiskunde. Alhoewel hij van geboorte joods was, liet hij zich in 1886 dopen. Zijn vrouw, Malvine Charlotte Steinschneider, was ook van geboorte joods, maar ook zij liet zich voor hun huwelijk dopen.
[bewerken] Uitwerking van de Fenomenologie
Daarna volgden er drie belangrijke en productieve periodes in zijn leven, elk in een andere plaats in Duitsland waar hij ook werkzaam was als leraar aan de plaatselijke universiteit, namelijk eerst Halle (1887 - 1901) als Privatdocent. Vervolgens als volledig professor Göttingen (1901 - 1916) en Freiburg (1916 tot aan zijn emeritaat in 1928) . Een van zijn studenten/assistenten was de later belangrijke filosoof Martin Heidegger. Omstreeks 1918 was in Freiburg zijn voornaamste assistente de later heilig verklaarde Nederlands/Duitse non Edith Stein. Bij zijn onderzoekingen van de fenomenologie kwam Husserl met bezwaren tegen zowel het empirisme als het rationalisme. Volgens Husserl is noch ervaring, noch rede een fundamentele kennisbron: we dienen de fenomenen zelf te laten spreken, de zuivere aanschouwing van hetgeen ons in het bewustzijn is gegeven. Later kreeg Husserl meer oog voor het feit dat ons bewustzijn niet helemaal gezuiverd kon worden, en verschoof zijn aandacht van het bewustzijn naar de leefwereld — het geheel van vanzelfsprekendheden dat onze ervaring stempelt.
[bewerken] Laatste jaren en nalatenschap
Husserl was voor 1933 zeer productief, publiceerde geregeld zijn bevindingen en had een zeer omvangrijke correspondentie met filosofen en wiskundigen over de hele wereld. Ook na zijn pensioen bleef hij actief met onderzoek en publiceren. Professor Husserl werd echter de toegang tot de bibliotheek van Freiburg geweigerd toen de nazi's aan de macht kwamen ondanks dat hij geen praktiserend jood was. Daarmee kon hij niet veel meer onderzoeken op filosofisch gebied. Na zijn dood (1938) werden zijn omvangrijke archief, manuscripten en researchbibliotheek naar België gesmokkeld (1939) waar ze, nu te Leuven, de Husserl-archieven vormen bij de filosofische faculteit van de Katholieke Universiteit Leuven (er zijn inmiddels meer Husserl-archieven opgezet, om de taken te verdelen). Veel van Husserls ongepubliceerde materiaal is daarna alsnog in de zogenaamde (onder andere kritische) postume Husserliana edities verschenen. Husserl liet ca. 40.000 pagina's manuscript (in idiografisch steno) achter, die nu nog worden bewerkt, wat voor de gestaag voortgaande publicatie van zijn ongepubliceerde - volgens Husserl zelf zelfs belangrijkste - geschriften zorgt.
[bewerken] Invloed van Husserl op de filosofie
Zijn werk heeft veel eigentijdse en latere filosofen in grote mate beïnvloed in hun denken. De belangrijkste:
[bewerken] Werken
De belangrijkste zijn:
- Über den Begriff der Zahl. Psychologische Analysen (1887)
- Philosophie der Arithmetik. Psychologische und logische Untersuchungen (1891)
- Logische Untersuchungen. Erste Teil: Prolegomena zur reinen Logik (1900)
- Logische Untersuchungen. Zweite Teil: Untersuchungen zur Phänomenologie und Theorie der Erkenntnis (1901)
- Philosophie als strenge Wissenschaft (1911)
- Ideen zu einer reinen Phänomenologie und phänomenologischen Philosophie. Erstes Buch: Allgemeine Einführung in die reine Phänomenologie (1913)
- Vorlesungen zur Phänomenologie des inneren Zeitbewusstseins (1928)
- Formale und transzendentale Logik. Versuch einer Kritik der logischen Vernunft (1929)
- Méditations cartésiennes (1931)
- Die Krisis der europäischen Wissenschaften und die transzentale Phänomenologie: Eine Einleitung in die phänomenologische Philosophie (1936)
[bewerken] Externe links
[bewerken] Husserl Archieven
- (nl) Husserl-Archief Leuven
- (de) Husserl-archieven in Keulen
- (de) Husserl-Archieven Freiburg
- (en) Husserl Archives at the New School
- (fr) Archives Husserl de Paris
[bewerken] Sites over Husserl
- (en) www.husserlpage.com
- (en) Husserl.net
- (en) "Edmund Husserl" in Stanford Encyclopedia of Philosophy
- (en) The Husserl Circle
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Edmund Husserl op Wikimedia Commons. |