Fjodor Sjaljapin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fjodor Sjaljapin, rond 1930
Colline's aria 'Vecchia zimarra' uit de vierde akte van de opera La bohème van Giacomo Puccini, gezongen door de Russische bas Fjodor Sjaljapin. Het jaartal van de opname is onbekend

Fjodor Ivanovitsj Sjaljapin, ook wel Chaliapine[1] (Russisch: Фёдор Ива́нович Шаля́пин), (Kazan, 13 februari 1873 - Parijs, 12 april 1938) was een Russische operazanger en één van de beroemdste bassen uit de muziekgeschiedenis.

Leven[bewerken]

Russische jaren[bewerken]

Op jonge leeftijd, rond 1895

Sjaljapin werd geboren in een arme boerenfamilie en kreeg eigenlijk nauwelijks muzikale opleiding. Zijn eerste zangervaringen deed hij op in een kerkkoor. Zijn professionele carrière begon in 1894 in Tiflis, toen hij de rol van hogepriester Ramfis zong in Verdi's opera Aida. Daarna werd hij al snel gevraagd werd voor de rol van Méphistophélès in Charles Gounods Faust, in het Mariinskitheater te Sint-Petersburg. Dat werd een doorslaand succes.

In 1896 sloot hij zich aan bij de Moskouse Marmontov-opera, waar hij met Sergej Rachmaninov kwam te werken. Rachaminov speelde een belangrijke rol in zijn muzikale ontwikkeling en Sjaljapin schitterde onder meer in de rollen van Boris Godoenov en Ivan de Verschrikkelijke. Tussen 1899 en 1914 trad Sjaljapin veelvuldig op in het Bolsjojtheater, maakte hij ook internationale tournees (in 1910 had hij in Monte Carlo veel succes met Jules Massenets ‘Don Quichotte’), en gold hij samen met Enrico Caruso als de grootste zanger ter wereld. De diepte van zijn klassiek Russische basstem was ongeëvenaard en zijn muzikale interpretaties en levendige acteertalent werden alom geroemd - hij verdiepte zich altijd uitgebreid in de historische personages die hij speelde, om zich beter te kunnen inleven. Ook diverse plaatopnames droegen bij aan zijn grote populariteit; wereldfaam verwierf hij met zijn opname van het klassieke Russische 'Lied van de Wolgaslepers’.

Emigratie[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Sjaljapin lange tijd in Engeland en na 1921 vertoonde hij zich uiteindelijk niet meer in Rusland, omdat hij zich niet op zijn gemak voelde in het instabiele klimaat na de Russische Revolutie (1917), zonder zich overigens uit te spreken tegen de Bolsjewieken. Hij maakte in de jaren twintig nog diverse succesvolle internationale tournees, onder meer in 1926 langdurig door Australië. Vanaf de jaren dertig woonde hij meestentijds in Parijs, te midden van de Russische emigrantengemeenschap. Ook daar bleef hij tot aan het einde van zijn leven schitteren in grote producties, en met regelmaat bleef hij ook afreizen naar bijvoorbeeld Londen en New York, om daar in opera’s te zingen. In 1932 kreeg hij de hoofdrol in de succesvolle geluidsfilm ‘Don Quichotte’van Georg Wilhelm Pabst, naar de opera van Massenet waarmee hij eerder in Moskou al furore maakte.

In 1932 publiceerde Sjaljapin ook zijn beroemde memoires: Man en masker: veertig jaar uit het leven van een zanger. Zijn laatste optreden vond plaats in de Monte Carlo Opera in 1937, as Boris Godoenov. Hij overleed in 1938 te Parijs aan leukemie, waar hij werd begraven. In 1985 werd zijn stoffelijk overschot naar de bij het Novodevitsji-klooster behorende Novodevitsji-begraafplaats te Moskou overgebracht.

Sjaljapin, 1936

Memoires[bewerken]

  • Fjodor Sjaljapin: Pages from My Life. Harper and Brothers, 1927
  • Fjodor Sjaljapin: Man and Mask: Forty Years in the Life of a Singer. Alfred A. Knopf, 1933
  • Fjodor Sjaljapin: An Autobiography as Told to Maxim Gorky. Macdonald, 1968

Externe links[bewerken]

Sjaljapin als ...[bewerken]

Geschilderd door ...[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. Door hemzelf zo geschreven na zijn emigratie naar het Westen