Göbekli Tepe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Locatie van de Göbekli Tepe in Turkije
Göbekli Tepe

Göbekli Tepe (Navelberg) is een bergheiligdom dat met een ouderdom van circa 11.500 jaar het oudst bekende tempelcomplex ter wereld is. Het is gebouwd rond het begin van het Neolithicum en staat op het hoogste punt van een langgerekte bergketen ongeveer 13 km ten noordoosten van Şanlıurfa, een stad in het zuiden van Turkije.

Ontdekking[bewerken]

Vóór het begin van de opgravingen werd de heuvel die het heiligdom bedekte, als landbouwgrond gebruikt. Generaties van boeren hadden steeds maar weer vervelende stenen weggehaald en op grote hopen gestapeld. Ook hadden boeren geprobeerd om grote stenen die in de grond zaten, kapot te slaan. Veel is daarmee uit onwetendheid vernield.

Archeologen begrepen dat deze steil oprijzende heuvel niet van natuurlijke oorsprong kon zijn. Rond 1962 ontdekte men er grote, T-vormige pilaren in de grond. De Amerikaanse archeoloog Peter Benedict vermoedde dat ze uit de steentijd stamden. Sinds 1994 doet het Deutsches Archäologisches Institut[1], in samenwerking met het museum van Şanlıurfa onder leiding van Klaus Schmidt opgravingen en onderzoek.[2]

Ouderdom[bewerken]

T-pilaar in muur

De opeenstapeling van lagen wijst er op dat deze plaats meerdere duizenden jaren in gebruik is geweest, mogelijk al vanaf het mesolithicum.

Laag III[bewerken]

In de oudste nederzettingslaag (laag III) vond men monolithische T-vormige pilaren, die samen met (grof gestapelde) muren cirkelvormige of ovale bouwwerken vormen. In het midden van zo’n bouwwerk staan telkens twee nog grotere T-pilaren. Tot nu toe zijn vier van zulke bouwwerken ontdekt met doorsnedes tussen de 10 en 30 meter. Op grond van geofysische onderzoeken vermoedt men dat er nog zestien van dergelijke bouwwerken onder de grond liggen.

Laag II[bewerken]

In de jongere laag II vond men meerdere aan elkaar grenzende rechthoekige ruimten met vloeren van gemalen kalk die herinneren aan de terrazzovloeren van het Romeinse Rijk.

Laag I[bewerken]

De jongste laag I bestaat uit sedimenten en is de laag die vóór de opgraving als landbouwgrond diende.

Aan het begin van het achtste millennium v.Chr. verloor de navelberg blijkbaar zijn betekenis. Het complex is echter niet domweg in vergetelheid geraakt en in de loop der tijden door de natuur verzwolgen: het werd bewust met aarde bedolven. Waarom dit gebeurde, is niet duidelijk, maar het heeft het monument voor de wereld behouden.

Versieringen[bewerken]

De monolithische T-vormige pilaren zijn versierd met:

  1. Zeer zorgvuldig bewerkte reliëfs van leeuwen, stieren, zwijnen, vossen, gazellen, reptielen (zoals slangen) en vogels. Het is niet duidelijk of de scheppers van deze werken daarmee alleen de dierenwereld om hen heen wilden afbeelden dan wel mythische wezens.
  2. Abstracte pictogrammen. Deze tekens kan men eigenlijk geen schrift noemen, maar misschien zijn het (voor die tijd) algemeen begrijpelijke (heilige?) symbolen, zoals ze ook in de holentekeningen uit de jonge steentijd gevonden zijn.
  3. Sommige T-pilaren hebben armen, waaruit men zou kunnen concluderen dat het om gestileerde mensen gaat dan wel om mythische wezens.

Resultaten tot nu toe[bewerken]

Nog maar 1,5 % van het hele gebied is opgegraven en alleen bij het tweede bouwwerk (B) werd het vloerniveau van laag III bereikt. Ook hier kwam een terrazzovloer tevoorschijn.

Woongebouwen zijn tot nu toe niet gevonden in het complex, wel “speciale gebouwen” die waarschijnlijk voor rituele bijeenkomsten werden gebruikt.

Het complex werpt meer vragen op dan archeologen en historici kunnen beantwoorden. Zo is het niet duidelijk waarom binnen de heiligdommen achteraf steeds maar weer muren opgetrokken werden.

Interpretaties[bewerken]

Göbekli Tepe geldt als de archeologische vondst van het millennium. Deze vondst wordt echter verschillend geïnterpreteerd.

  • Klaus Schmidt stelt dat rond 9.000 v.Chr. de Neolithische revolutie (de omschakeling van een samenleving van jager-verzamelaars naar een samenleving gebaseerd op landbouw en veeteelt) nog moest beginnen. Volgens hem is deze tempel dan ook niet door de eerste neolithische boeren gebouwd, maar al vóór de neolithische revolutie door jager-verzamelaars. Dat deze enorme tempel gebouwd zou zijn door rondtrekkende jager-verzamelaars, is enigszins vreemd want het bouwen van dit complex moet vrijwel onmogelijk geweest zijn zonder een geavanceerde organisatie. De archeologen schatten dat er tot 500 mensen nodig waren om de 10–20 ton (soms zelfs 50 ton) zware pilaren in de steengroeven in de omgeving los te hakken en 100 tot 500 meter te transporteren. En al die arbeiders moesten gevoed worden. Klaus Schmidt stelt dat voor hun voeding wild graan werd gebruikt. Hij gelooft dat de jager-verzamelaars moesten samenwerken om deze graansoorten te beschermen tegen wilde dieren (kuddes gazelles en ezels). Zo zou tijdens de bouw van het tempelcomplex een gemeenschappelijke organisatie ontstaan zijn, men zou met grootschalige landbouw begonnen zijn en men ging zich vestigen in een dorp of stad nabij de bouwplaats. Het bouwen van deze tempel zou dus het Neolithicum veroorzaakt hebben en niet andersom.[3]
  • Nieuwere publicaties stellen echter dat in het Midden-Oosten en Anatolië het Neolithicum 10.900 v.Chr. al stevig gevestigd was[4], hetgeen zou betekenen dat dit heiligdom door de eerste neolithische boeren is gebouwd. Zij werden gevoed met gecultiveerd graan. Experimenten met graanveredeling kunnen namelijk al rond 20.000 v.Chr. begonnen zijn.[5]

Betekenis[bewerken]

Klaus Schmidt beschouwt het complex als een centrale plaats in de voorouderverering. De dieren op de reliëfs zouden dan de doden moeten beschermen. Graven zijn er overigens nog niet gevonden in het complex.

Hij stelt een paar hypotheses voor omtrent de geloofsbeleving van de bouwers van het complex op grond van vergelijking met andere vondsten en cultusplaatsen. Hij gaat uit van sjamanistische praktijken en denkt dat de T-pilaren mythologische wezens voorstellen, of misschien voorvaderen. Een scherpomlijnd godsgeloof ontstond vermoedelijk pas in de Kopertijd in Mesopotamië met grote tempelcomplexen en paleizen.

Göbekli Tepe bevindt zich (samen met een paar andere neolithische vindplaatsen) in de omgeving van de berg Karacadağ waar genetici de oorsprong hopen te vinden van ons gecultiveerde graan. Deze wetenschappers vermoeden dat daar dan ook de oorsprong was van de neolithische revolutie: de eerste landbouw. Nieuwere publicaties doen echter vermoeden dat het graan al veel eerder en ook op verschillende plaatsen werd gecultiveerd.

Uniek complex[bewerken]

Niet alleen de reusachtige grootte, ook het feit dat hier zoveel pilaarheiligdommen naast elkaar staan, maakt het complex uniek. Er zijn tot op heden elders geen vergelijkbare complexen uit deze tijd gevonden.

  • Nevalı Çori, een nederzetting uit de steentijd die sinds 1992 op de bodem van het Atatürkstuwmeer ligt, en eveneens door het Deutsches Archäologisches Institut[1] onderzocht werd, is rond 500 jaar jonger. De daar eveneens gevonden T-pilaren zijn beduidend kleiner en het heiligdom bevond zich midden in een dorp.
  • De uit ongeveer dezelfde tijd stammende bebouwing van Jericho heeft geen kunstzinnige versieringen of grote beeldhouwwerken.
  • Çatal Hüyük is 2000 jaar jonger.

Literatuur

  • Badisches Landesmuseum Karlsruhe (Hrsg.): Vor 12.000 Jahren in Anatolien. Die ältesten Monumente der Menschheit. Begleitbuch zur Ausstellung im Badischen Landesmuseum vom 20. Januar bis zum 17. Juni 2007. Theiss, Stuttgart 2007, ISBN 978-3-8062-2072-8.
    • DVD-ROM: MediaCultura (Hrsg.): Vor 12.000 Jahren in Anatolien. Die ältesten Monumente der Menschheit. Theiss, Stuttgart 2007, ISBN 978-3-8062-2090-2
  • Klaus Schmidt: Sie bauten die ersten Tempel. Das rätselhafte Heiligtum der Steinzeitjäger. München 2006, ISBN 3-406-53500-3
  • Klaus-Dieter Linsmeier & Klaus Schmidt: Ein anatolisches Stonehenge. In: Moderne Archäologie. Spektrum-der-Wissenschaft-Verlag, Heidelberg 2003, S. 10-15, ISBN 3-936278-35-0
  • Klaus Schmidt: Göbekli Tepe, Southeastern Turkey. A preliminary Report on the 1995–1999 Excavations. In: Palèorient CNRS Ed., Paris 26.2001,1, 45–54, ISSN 0513-9345
  • Klaus Schmidt: Frühneolithische Tempel. Ein Forschungsbericht zum präkeramischen Neolithikum Obermesopotamiens. In: Mitteilungen der Deutsche Orient-Gesellschaft 130, Berlin 1998, 17–49, ISSN 0342-118X
  • Klaus Schmidt: Göbekli Tepe : the Stone Age sanctuaries : new results of ongoing excavations with a special focus on sculptures and high reliefs . In : Documenta praehistorica 37, Ljubljana, 2010, 239-256 ISSN 1408-967X. Klik hier voor toegang tot dit artikel.
  • K. Pustovoytov: Weathering rinds at exposed surfaces of limestone at Göbekli Tepe. In: Neo-lithics. Ex Oriente, Berlin 2000, 24–26 (14C-Dates)
  • J. E. Walkowitz: Quantensprünge der Archäologie. In: Varia neolithica IV. Beier und Beran, Langenweissbach 2006, ISBN 3-937517-43-X

Voetnoten

  1. a b dainst.org - Deutsches Archäologisches Institut
  2. (en) dainst.org - Göbekli Tepe
  3. Klaus-Dieter Linsmeier: Eine Revolution im großen Stil. Interview mit Klaus Schmidt. In: Abenteuer Archäologie. Kulturen, Menschen, Monumente. Spektrum der Wissenschaft, Heidelberg 2006, 2, ISSN 1612-9954
  4. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  5. warwick.ac.uk - Warwick

Externe links