Graafschap Leuven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Graafschap Leuven
Allodiaal graafschap
Unie met Graafschap Brussel vanaf ±1000
Unie met Landgraafschap Brabant in 1085
942–1794 Hertogdom Brabant 
Wapen van het Graafschap Leuven
Algemene gegevens
Hoofdstad Leuven
Talen Diets
Religie(s) Christendom
Regering
Regeringsvorm Graafschap
Staatshoofd Graaf

Het graafschap Leuven was een klein Karolingisch graafschap in de Haspengouw gelegen rond de gelijknamige plaats Leuven, waar zich een burcht bevond. Het werd grofweg omgrensd door de rivieren Dijle, Demer en de bovenloop van de Grote Gete. In de 9e eeuw werd het gebied van 879 tot 883 geteisterd door invallen van de Noormannen, die de heersers verjoegen, maar werden verslagen bij de Slag bij Leuven (883). Later bezetten ze het gebied opnieuw, maar bij de Slag bij Leuven (891) werden ze vernietigend verslagen door koning Arnulf van Karinthië. Het jaar erop verlieten ze de streek vanwege slechte oogsten en een dreigende hongersnood en vertrokken naar het noorden.

In 942 verkreeg het gebied de status van graafschap. De eerste graaf die het graafschap met zekerheid regeerde was van 1003 tot 1015 Lambert I van Leuven (Lambert met de Baard), die het graafschap sterk wist te vergroten. Hij verkreeg door zijn huwelijk met Gerberga van Neder-Lotharingen het graafschap Brussel. Zijn opvolgers waren achtereenvolgens:

De opvolger van Hendrik III, Godfried I 'met de baard' verkreeg in 1105 het graafschap Brunerode en in 1106 het ambt van hertog van Lotharingen (als zodanig ook markgraaf van Antwerpen). In die tijd kwam de naam 'Brabant' langzamerhand in gebruik voor alle gebieden van de graven van Leuven, hoewel deze nog lange tijd vasthielden aan het hertogschap 'Neder-Lotharingen' in hun hoogste titulatuur. In 1183 verwierf Hendrik I het hertogdom Brabant, waarna in de loop van de 13e eeuw deze titel werd geassimileerd door alle gebieden onder de graaf van Leuven.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Leuven, Grote Winkler Prins, zevende druk, 1974, deel 11, p.787-788