Huismuis
| Huismuis IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008) |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Mus musculus Linnaeus, 1758 |
|||||||||||||||
| Verspreidingsgebied | |||||||||||||||
| Afbeeldingen Huismuis op |
|||||||||||||||
| Huismuis op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De huismuis (Mus musculus) is een knaagdier uit het geslacht Mus van de onderfamilie Murinae. Deze soort heeft zich in de voetstappen van de mens over vrijwel de hele wereld verspreid. Hierdoor is de huismuis na de mens het zoogdier met de grootste verspreiding ter wereld.
Inhoud |
Indeling [bewerken]
Genetische gegevens identificeren vijf verschillende groepen binnen de huismuis, die meestal als ondersoorten worden gezien:
- Westelijke huismuis (M. m. domesticus) (Amerika, Australië, Afrika, Azië van Turkije tot Iran, Griekenland, Zuid-Bulgarije, Macedonië, Albanië, Montenegro, de Dalmatische kust, Italië, Zwitserland, het grootste deel van Duitsland, de Benelux, Frankrijk, het Iberisch Schiereiland en de Britse eilanden)
- Noordelijke huismuis (M. m. musculus) (oostelijk van het verspreidingsgebied van de westelijke huismuis, tot in Noord-China; IJsland)
- Aziatische huismuis (M. m. castaneus) (Afghanistan tot Taiwan, de Marianen en Nieuw-Guinea)
- M. m. bactrianus (Afghanistan, Pakistan en Noord-India)
- M. m. gentilulus (Jemen en Madagaskar)
De Japanse huismuizen zijn mogelijk een kruising tussen de noordelijke en de Aziatische vorm. Vaak worden deze vijf groepen als aparte soorten gezien. Het zijn echte cultuurvolgers: vrijwel overal waar mensen voorkomen, komen huismuizen voor. Oorspronkelijk komt de huismuis voor op de steppen van Centraal-Azië en Rusland, vanwaar hij zich al snel heeft verspreid over de rest van de wereld, langs handelsroutes en de verspreiding van menselijke nederzettingen. Door middel van schepen bereikte de soort Amerika en Australië.
Andere Europese soorten, zoals de Macedonische huismuis (M. macedonicus), de steppemuis (M. spicilegus) en de Algerijnse muis (M. spretus), worden ook wel "huismuis" genoemd. Ook Mus fragilicauda uit Thailand is nauw verwant aan de huismuis.
Kenmerken [bewerken]
Huismuizen hebben een zachte, bruingrijze vacht die op de buik iets lichter is dan op de rug. Ze hebben grote ogen en oren, zij het niet zo groot als die van de bosmuis. Ook heeft de huismuis een karakteristieke muffe geur. De geringde, geschubde staart is ongeveer even lang als de muis zelf. De grootte van de huismuis is onder andere afhankelijk van de habitat: muizen op eilanden zijn vaak groter dan op het vasteland.
Een volwassen huismuis heeft een kop-romplengte van 72 tot 103 millimeter, een staartlengte van 70 tot 95 millimeter en een lichaamsgewicht van 12 tot 22 gram. Vrouwtjes zijn meestal zwaarder dan mannetjes.
Levenswijze [bewerken]
Huismuizen zijn echte alleseters. Ze hebben een voorkeur voor granen, zaden, noten, wortelen en insecten, larven en wormen, maar bij gebrek aan beter voedsel kunnen ze ook papier of zelfs zeep en lijm eten. Ze eten het liefst vet- en eiwitrijkvoedsel, koolhydraatrijk voedsel als fruit en groene planten worden minder vaak gegeten. Graanzaden pakken ze beet met hun voorpoten, draaien het op zijn kop en eten zo'n twee derde van de zaad. Per dag eten ze zo'n 3,5 gram. Huismuizen kunnen overleven zonder water te drinken, zolang het voedsel dat ze eten voor minstens 15 à 16 procent uit water bestaat.
Huismuizen zijn voornamelijk 's nachts actief. Ze maken een rond hol in de grond, dat met een ingang is verbonden met een nestkamer, die op twintig centimeter diepte ligt. Soms leggen ze ook voedselvoorraden aan, in heuveltjes van tot wel 50 centimeter hoog. In gebouwen leven ze onder de vloer of tussen opgeslagen artikelen.
Agressiviteit is afhankelijk van groepsgrootte. Kleine familiegroepjes zullen enkel vreemde muizen aanvallen, maar binnen middelgrote groepen hebben mannetjes meestal een territorium en één of meer vrouwtjes, die ze fel verdedigen tegen andere mannetjes. In grote groepen zijn er ook onderdanige dieren, die geen territoria zullen stichten en zich niet zullen voortplanten.
Levensduur en gevaren [bewerken]
Wilde huismuizen kunnen maximaal dertig maanden oud worden, maar omdat ze veel vijanden hebben leven ze soms nog geen half jaar, en zelden meer dan 18 maanden. Vrouwtjes worden meestal ouder dan mannetjes. Hun natuurlijke vijanden zijn uilen (voornamelijk de kerkuil), roofvogels, vos, huiskat en marterachtigen als wezel en hermelijn. Binnenshuis hebben ze echter weinig vijanden, behalve misschien de huiskat, de mens en de bruine rat. Ook sterven er veel dieren door winterse kou en voedseltekorten. De hoogste sterfte is onder jongen.
De huismuis is in Nederland (in tegenstelling tot de meeste in het wild levende dieren) niet beschermd omdat het een plaagdier kan zijn. Ze kunnen door hun snelle voortplanting in korte tijd enorme groepen vormen. Een graanpakhuis kan soms enkele honderden of zelfs duizenden huismuizen bevatten. Alhoewel ze vrij weinig eten, kunnen ze met hun uitwerpselen voedsel vervuilen. Soms vernielen ze allerlei materialen, zoals snoeren en verpakkingen, door eraan te knagen. Ze zijn geen belangrijke verspreider van ziekten, maar via hun ontlasting zouden ze in zeldzame gevallen salmonella en de ziekte van Weil kunnen verspreiden.[2] In de informatie over deze ziekten op de website van het Nederlandse RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) wordt de huismuis echter niet genoemd. Wel noemt het RIVM het Leakyvirus (een hantavirus) bij de huismuis, maar voor de mens is dit virus onschadelijk.[3]
Bestrijding [bewerken]
Om muizen te bestrijden kunnen gif en muizenvallen worden ingezet. Minder gewelddadige alternatieven zijn een life-trap installeren, muiswerende kit aanbrengen, watjes gedrenkt in muntolie op strategische plaatsen neerleggen en de geur of aanwezigheid van katten of cavia's in huis halen. De meest diervriendelijke en effectieve bestrijding wordt bereikt door het huis goed schoon te houden en vooral bakvet op het gasfornuis, broodkruimels op de vloer of in het broodrooster en etensresten op en in pannen te verwijderen en geen eten in open verpakkingen te laten slingeren. Verder moet men ervoor zorgen dat ze niet via snoeren, ruwe oppervlaktes of handdoeken en theedoeken op tafels, aanrecht en kastjes kunnen klimmen en dient men duimdikke gaten te dichten. Een eenvoudig doch doeltreffend materiaal is staalwol, fijn metaal gaas of aluminiumfolie, aangezien muizen andere materialen meestal wel weer doorknagen.[4] Bestrijding met gif of vallen heeft in de praktijk eigenlijk ook geen zin omdat de vrijgekomen plek vrijwel direct weer ingevuld wordt door nieuwe muizen.[5]
De ervaring leert dat het met het goed schoon houden van het huis bijna altijd heel erg meevalt met het idee dat als er 1 muis is, er al gauw 50 zullen zijn.[6] Meestal ziet men ze vooral als het erg koud is in de winter. In de andere jaargetijden leven en eten ze namelijk liever buiten.[7] Meestal is de grootte van een leefgebied 5 m2 binnenshuis tot 400 m2 buitenshuis, waar ze o.a. zaden, wortelen, stengels, insecten, larven (tevens muggenlarven!), kakkerlakken, (snuit-)kevers en wormen eten. In de winter eten ze overigens (vooral 's nachts) het vogelvoer in de tuin, zelfs de vetbollen zijn dan niet veilig.[8]
Als men ze vangt en buiten het huis wil loslaten, moet de afstand minimaal 100 meter bedragen (doch meestal nog verder), omdat zij anders de weg terug zullen vinden naar hun huis en familie.[5] Men dient bij het gevangen houden van de huismuis er wel rekening mee te houden dat de "wilde" huismuis in gevangenschap meestal niet lang overleeft. Er zijn wel gevallen bekend waarin heel jonge muisjes tot huisdier kunnen worden opgevoed.[9] Ook dient men te voorkomen dat de muis het idee heeft te kunnen ontsnappen door steeds hoger te willen springen. Ze kunnen hun pootje hierbij verstuiken of zelfs breken, waarna de muis bij het loslaten in het bos of park alsnog zal sterven. Het is dus beter de muis in een afgesloten box (met voldoende verse lucht) weg te brengen. Een erg jonge en onervaren muis zal in het park of bos niet lang overleven.[5][10]
Urine [bewerken]
Muizen laten overal hun urine achter. Mannelijke muizen gebruiken hun urine om hun territorium af te bakenen. De urine van een mannetjesmuis ruikt daarom veel sterker dan de urine van een vrouwtje. Via muizenurine kunnen overigens verschillende ziekten worden verspreid, waaronder het Hanta-virus. Het Hantavirus dat (heel soms) bij de huismuis wordt aangetroffen, is voor de mens echter onschadelijk.
Geluid [bewerken]
In oktober 2005 hebben wetenschappers van de Universiteit van Washington een onderzoek gepubliceerd, waaruit blijkt dat muizen muziek maken. Door middel van ultrasone klanken, met een frequentie van tussen de 30 en 110 kHz, maken zij geluiden om vrouwelijke muizen te verleiden. Deze klanken zijn te vergelijken met het gefluit van vogels. De muizenmuziek voldoet aan een bepaalde logica en is zelfs ingedeeld in verschillende frasen.[11][12]
Voortplanting [bewerken]
De huismuis plant zich razendsnel voort. Hij kan zich het gehele jaar door voortplanten, meerdere nesten krijgen met een groot aantal worpen, en jongen zijn al na enkele weken geslachtsrijp. Ook is de huismuis goed bestand tegen inteelt.
Het vrouwtje kan vijf tot tien keer per jaar jongen werpen met drie tot twaalf jongen per worp. De draagtijd is 19 tot 21 dagen. Het nest bestaat uit allerhande versnipperd materiaal als gras en papier. De jongen komen kaal, doof en blind ter wereld. Ze wegen bij de geboorte 0,8 tot 1,5 gram. Ze worden voornamelijk verzorgd door de moeder. Na veertien dagen, als de snijtanden doorkomen, hebben ze een volledige vacht. De zoogtijd duurt 18 tot 20 dagen. Ze wegen dan 7 à 8 gram. Na drie weken verlaten de jongen het nest. Als ze zes tot twaalf weken oud zijn, zijn ze geslachtsrijp. Ze wegen dan 7,5 tot 10 gram.
In landbouwgebieden in Europa is er een geboortepiek in mei en juni, in stedelijke gebieden plant de huismuis zich het gehele jaar door voort. In hoger en dichter bij de poolcirkel gelegen gebieden is er een duidelijke voortplantingstijd. Ook zijn de worpen daar groter.
Leefgebied [bewerken]
De huismuis leeft in een grote verscheidenheid aan leefgebieden, maar bijna altijd in de buurt van de mens. Onder andere in huizen, winkels, fabrieken, pakhuizen en molens, stallen en heggen zijn ze te vinden. Het aanpassingsvermogen van de huismuis aan zijn omgeving is enorm. Ze zijn zelfs waargenomen in kolenmijnen, en er zijn gevallen bekend van huismuizen die leefden in koelhuizen, waar de temperatuur constant 18 graden onder nul was, en daar ook jongen voortbrachten.
Ook in het open veld zijn ze waargenomen. Vooral populaties op nauwelijks begroeide eilanden in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan en huismuispopulaties in gebieden rond de Middellandse Zee, zijn minder of helemaal niet aan de mens gebonden. De huismuis kan zelfs een bedreiging vormen voor broedende zeevogels op afgelegen, onbewoonde eilanden, ondanks zijn geringe formaat.[13]
Gevangenschap [bewerken]
Huismuizen zijn gewild als huisdier. Speciaal gefokte muizen, waaronder albinovarianten, worden gebruikt als laboratoriumdieren. De tamme muis die als huisdier wordt gehouden is een afstammeling van de laboratoriummuis en wordt aangeduid als kleurmuis.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Mus musculus van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Soorten van Mus |
|---|
|
Coelomys: Mus crociduroides · Mus mayori · Mus pahari · Mus vulcani |