Jay Rockefeller

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jay Rockefeller
Jay Rockefeller official photo.jpg
Geboren 18 juni 1937
New York, New York
Politieke partij Democraat
Partner Sharon Percy Rockefeller
Senator voor West Virginia
Huidige functie
Aangetreden 15 januari 1985
Voorganger Jennings Randolph
29e gouverneur van West Virginia
Aangetreden 17 januari 1977
Einde termijn 15 januari 1985
Voorganger Arch A. Moore, Jr.
Opvolger Arch A. Moore, Jr.
Portaal  Portaalicoon   Politiek

John Davison (Jay) Rockefeller IV (New York City, 18 juni 1937) is een Amerikaanse politicus. Hij is een Democratische senator voor de staat West Virginia. Hij is dat sinds 1985. Daarvoor was hij van 1977 tot 1985 gouverneur van West Virginia.

Daarnaast is hij de achterkleinzoon van olietycoon John D. Rockefeller, en momenteel de enige actieve politicus uit de zes generaties tellende Rockefeller-dynastie. Daarnaast is ook de enige Democraat uit dit Republikeinse geslacht.

Achtergrond[bewerken]

Rockefeller studeerde in 1961 af aan de Harvard-universiteit met een bachelor in talen en geschiedenis van het Verre Oosten, nadat hij drie jaar Japans had gestudeerd aan de Internationale Christelijke Universiteit van Tokio.

Na zijn afstuderen diende Rockefeller in het Peace Korps in Washington D.C., waar hij een vriendschap aanging met Robert F. Kennedy. Hij werkte als operationeel directeur van een groot Amerikaans overheidproject in de Filipijnen.

Sinds 1967 is Rockefeller getrouwd met Sharon Percy, dochter van een voormalige senator van de staat Illinois. Samen hebben zij vier kinderen.

Politieke carrière[bewerken]

In 1966 werd Rockefeller gekozen in het Huis van Afgevaardigden van de staat West Virginia. Hij won de Democratische nominatie voor het gouverneurschap in 1972, maar verloor van de zittende gouverneur. Daarna werd hij hoofd van de West Virginia Wesleyan College. Dit bleef hij tot 1976, omdat hij toen wel de strijd om het gouverneurschap won. In die jaren was er sprake van grote werkloosheid in West Virginia - 15 tot 20 procent - omdat verschillende kolenmijnen en -centrales moesten sluiten.

In 1984 werd Rockefeller gekozen in de Amerikaanse Senaat. Hierna zou hij nog drie keer herkozen worden (1990, 1996, 2002). Hij was gedurende tweemaal hoofd van het de senaatscommissie betreffende veteraanaangelegenheden.

In 1992 was Rockefeller penningmeester van de Democratische partij en overwoog om zich beschikbaar te stellen voor het presidentschap, maar haakte af na overleg met adviseurs. Hij steunde toen Bill Clinton als de Democratische kandidaat.

In 1993 was Rockefeller samen met senator Ted Kennedy de drijvende kracht achter de hervormingsplannen voor de gezondheidszorg van president Clinton en zijn vrouw Hillary. Deze hervormingen vonden echter geen doorgang, onder andere vanwege de druk uit het bedrijfsleven.

In 2002 bracht Rockefeller een officieel bezoek aan verschillende landen in het Midden-Oosten, waarbij hij uitgebreid in discussie ging over militaire intenties van de Verenigde Staten. In november 2005 zou hij in een interview zeggen dat hij in januari 2002 al tegen de verschillende Arabische leiders had gezegd dat hij van mening was dat het “voor president Bush allang vaststond dat er een oorlog tegen Irak zou komen. Deze lijn stond kort na 11 september al vast.” Rockefeller was één van de 77 senatoren die voor de oorlog tegen Irak stemde.

Momenteel is Rockefeller voorzitter van de Senaatscommissie voor de Inlichtingendiensten, en is daardoor veel bezig met de oorlog in Irak.

Door zijn energieke aanpak, en ook voor termijnpolitiek, is het Rockefeller gelukt om verschillende nationale en internationale bedrijven te trekken naar zijn thuisstaat.

Rockefeller was een van de politici die marteling publiekelijk veroordeelde. Tegelijkertijd was hij één van de twee Democraten in het Congres die werden ingelicht over ondervragingstechnieken van de CIA ten opzichte van terreurverdachten, zoals waterboarding. Daarnaast stemde Rockeffeler in september 2008 in met een wet waarbij de habeas corpus voor "onwettige strijders" werd opgeschort, waardoor zij hun opsluiting niet langer bij de rechtbank konden aanvechten. Ook gaf het immuniteit aan overheidsfunctionarissen die martelingen begingen, of daar bevel toe gaven. Het gaf de president toestemming om toegestane ondervragingstechnieken vast te stellen, en de Geneefse Conventies te interpreteren.

Externe link[bewerken]