Johannisskink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannisskink
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Ablepharus kitaibelii 01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Ablepharus
Soort
Ablepharus kitaibelii
Bibron & Bory, 1833
Afbeeldingen Johannisskink op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Johannisskink op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De johannisskink[2] (Ablepharus kitaibelii) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Deze kleine, ranke hagedis wordt ongeveer 10 tot 15 centimeter lang inclusief staart, het dunne en ronde lichaam heeft gladde schubben, de kleine poten staan van elkaar af, de poten van het mannetje worden langer dan die van het vrouwtje en dit is het enige geslachtsonderscheid. De kleur is brons-achtig bruin met donkere flanken.

De oogleden zijn niet beweeglijk, net als bij veel gekko's en vrijwel alle slangen. Het onderste ooglid is gefuseerd met het bovenste ooglid en ligt als een beschermende 'bril' over het oog.

Levenswijze[bewerken]

Het is een typische bodembewoner die weinig klimt, bij verstoring drukt de skink de poten tegen het lichaam en kronkelt snel weg, net als een slang. De duur van de winterslaap is afhankelijk van het klimaat. In de voortplantingstijd worden de 2 tot 4 eitjes afgezet in een holletje in de grond.

De johannisskink is dagactief en jaagt op insecten en andere kleine ongewervelden. Deze worden aanvankelijk voorzichtig benaderd en met een plotselinge sprong buitgemaakt.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Verspreidingsgebied in het rood.

De johannisskink komt voornamelijk voor in westelijk Azië, maar ook in Europa zijn enkele populaties in het zuidoosten van het Balkan Schiereiland in Oost-Europa. Het is een van de noordelijkst verspreide soorten skinken. De hagedis is erg schuw en leeft onder stenen en tussen de bladeren op droge plekken met loofbomen zoals zuidhellingen, akkers en weiden, vooral warme eikenbossen hebben de voorkeur.

Taxonomie[bewerken]

De johannisskink werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Bibron & Bory in 1833. Een voormalige ondersoort van de johannisskink is Budaks slangenoogskink (Ablepharus budaki), die tegenwoordig als een aparte soort wordt beschouwd.[3]

Er worden vier ondersoorten erkend die voornamelijk verschillen in verspreidingsgebied:

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) Johannisskink op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 304 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Ablepharus kitaibelii

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Ablepharus kitaibelii - Website Geconsulteerd 30 januari 2012