Jules Schelvis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jules Schelvis

Jules Schelvis (Amsterdam, 7 januari 1921) is een Nederlandse kenner van de Jodenvervolging, zelf van Joodse komaf en overlevende van zeven concentratie- en vernietigingskampen.

Sobibór[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij als 22-jarige in Amsterdam door de Duitse bezetter opgepakt, tegelijk met zijn vrouw Rachel Borzykowski [1] en een groot deel van zijn familie. Behalve zijn zuster en moeder werd zijn hele familie door de nazi's omgebracht.[bron?]
Op 1 juni 1943 werd Schelvis met ruim 3000 andere Joden op transport gezet naar Kamp Westerbork om uiteindelijk naar vernietigingskamp Sobibór te worden gebracht. Hij gaf zich op voor wat hij dacht dat de ordedienst van Sobibór was, maar hij werd tewerk gesteld in Kamp Dorohucza. Zijn vrouw Rachel en haar ouders werden in Sobibór vergast. Schelvis' martelgang door zeven nazikampen duurde twee jaar. In 1945 werd hij in Kamp Vaihingen door Franse troepen bevrijd.

Na zijn pensionering in 1982 besloot Schelvis de hel die hij had meegemaakt te beschrijven. Hij schreef enkele boeken, waaronder Binnen de poorten en Vernietigingskamp Sobibor. In Sobibór, vlak bij de grens met Oekraïne, werden in ruim een jaar tijd ten minste 170.165[2][3] mensen, voornamelijk Joden, vermoord. Van hen waren er 34.313 afkomstig uit Nederland. Schelvis was één van de slechts achttien Nederlandse overlevenden.

Burger-aanklager[bewerken]

Hij trad in Duitsland als burger-aanklager op tegen kampbeulen en ging lezingen houden, de laatste jaren vooral voor de Duitse jeugd. Hij treedt op als gids in de vroegere kampen en is adviseur bij tal van initiatieven om de Holocaust als waarschuwing in de herinnering te houden. In het proces (vanaf 30 november 2009) tegen de van oorlogsmisdaden verdachte John Demjanjuk, die als kampbewaker van Sobibór verantwoordelijk zou zijn voor het vermoorden van Joodse gevangenen, trad hij op als zogenoemde mede-aanklager (Nebenkläger). Onder andere uit respect voor zijn humanistische ouders vroeg Schelvis op 13 april 2011 aan de rechtbank de schuld van de oeroude man vast te stellen maar hem geen celstraf op te leggen.[4]

Schrijver[bewerken]

Schelvis, van origine graficus en drukker, werkte tot aan zijn pensioen als hoofd algemene zaken in Amsterdam en Rotterdam voor respectievelijk De Arbeiderspers en dagblad Het Vrije Volk. Na lang stilzwijgen, ook voor zijn directe collega's en op aandrang van enkele redacteuren van laatstgenoemde krant die hij in vertrouwen had genomen, durfde Schelvis pas tegen zijn zestigste levensjaar zijn eerste ervaringen als overlevende van zeven oorlogskampen op papier te zetten.

Onderscheidingen[bewerken]

  • Jules Schelvis ontving op 8 januari 2008 voor zijn historische speurwerk een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam.[5] Eind 2011 heeft hij zijn werk voor de Stichting Sobibor, waarvan hij mede-oprichter en bestuurslid was, opgegeven. Hij ondersteunde nog wel de vervolging van Klaas Carel Faber.
  • Op 7 februari 2007 werd Schelvis koninklijk onderscheiden en benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.[6]
  • In 2011 ontving Schelvis de Annetje Fels-Kupferschmidt onderscheiding van de Stichting Sobibor[7]
  • Op 14 oktober 2013 werd hij in Sobibór - 70 jaar na de opstand aldaar - door Polen onderscheiden en benoemd tot Officier in de Orde van Verdienste van de Republiek Polen.[8][9]

Bibliografie[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties