Kārlis Ulmanis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kārlis Ulmanis
Kārlis Ulmanis op een postzegel uit 2001
Kārlis Ulmanis op een postzegel uit 2001
Geboren 4 september 1877
Bērze (Gouvernement Koerland,
Keizerrijk Rusland)
Overleden 20 september 1942
Krasnovodsk (Turkmeense Socialistische Sovjetrepubliek, Sovjet-Unie)
Politieke partij Letse Agrarische Unie tot 1934, daarna partijloos
Beroep Landbouwkundige, schrijver, politicus
Religie Luthers
Handtekening Handtekening
1e minister-president van Letland
Aangetreden 19 november 1918
Einde termijn 18 juni 1921
Voorganger
Opvolger Zigfrīds Anna Meierovics
7e minister-president van Letland
Aangetreden 24 december 1925
Einde termijn 6 mei 1926
Voorganger Hugo Celmiņš
Opvolger Arturs Alberings
12e minister-president van Letland
Aangetreden 27 maart 1931
Einde termijn 5 december 1931
Voorganger Hugo Celmiņš
Opvolger Marģers Skujenieks
15e minister-president van Letland
Aangetreden 17 maart 1934
Einde termijn 17 juni 1940
Voorganger Ādolfs Bļodnieks
Opvolger Augusts Kirhenšteins
4e president van Letland, tevens minister-president
Aangetreden 11 april 1936
Einde termijn 21 juli 1940
Voorganger Alberts Kviesis
Opvolger
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Karlis Ulmanis (Bērze, Gouvernement Koerland, 4 september 1877 - Krasnovodsk, 20 september 1942) was van 1936 tot 1940 president van Letland.

Ulmanis studeerde landbouwkunde aan de ETH-Zürich (Zwitserland) en aan de Universiteit van Leipzig (Duitsland). Nadien keerde hij naar Letland terug en werkte er als schrijver, publicist en landbouwkundige.

Ulmanis nam actief deel aan de Revolutie van 1905 en werd daarom gearresteerd. Hij wist uiteindelijk naar de Verenigde Staten te vluchten waar hij studeerde aan de Universiteit van Nebraska. Hij werkte korte tijd als docent aan de universiteit, maar startte daarna een zuivelfabriek in Houston (Texas).

In 1913 keerde Ulmanis terug naar zijn geboorteland. Hij werd niet verder vervolgd vanwege zijn aandeel aan de eerste Russische Revolutie, omdat tsaar Nicolaas II een algemene amnestie had afgekondigd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de Baltische gouvernementen door het Duitse leger bezet. Eind 1917 werd Ulmanis lid van de Voorlopige Nationale Raad van Letland dat de rechten van het Letse volk verdedigde. Ulmanis en diens aanhangers streefden naar een onafhankelijk Letland, maar de Duitsers zagen daar niets in en wilden de Baltische gouvernementen als Verenigd Baltisch Hertogdom bij Duitsland voegen (er woonde een aanzienlijke Duitse minderheid, de Baltische Duitsers).

In november 1918 capituleerde Duitsland. De Letse nationalisten riepen vervolgens de Republiek Letland uit en Ulmanis werd premier. Het Rode Leger viel echter binnen en de Letse Socialistische Sovjetrepubliek werd uitgeroepen. In de daaropvolgende Letse Onafhankelijkheidsoorlog werd met hulp van Duitse vrijkorpsen het Rode Leger uit Letland verjaagd. In 1919 en in 1920 werd Letland door de meeste landen als soevereine staat erkend.

Ulmanis trad in april 1919 als minister-president af. Ulmanis richtte vervolgens de oppositiepartij Letse Agrarische Unie (LZS) op. De Letten leefden in voortdurende angst dat de Sovjet-Unie Letland zou annexeren. In de jaren dertig kwam daar nog eens angst voor nazi-Duitsland bij. De Letten waren bang dat zij de Baltische Duitsers aan de macht zouden helpen. In november 1933 werden de linkse partijen in Letland verboden, op beschuldiging van heulen met de Sovjet-Unie.

Extreem-nationalistische groepen als de Ugunkrusts (Vuurkruis) en diens opvolger de Perkonkrusts (Donderkruis) kregen steeds meer aanhang. Zij waren fel anti-Joods en anti-Russisch.

Op 15 mei 1934 pleegde Ulmanis een staatsgreep. Hij verbood alle politieke partijen en richtte de paramilitaire beweging Aizsargi (De Verdedigers) op. Primair doel van deze massaorganisatie was de Letse onafhankelijkheid te verdedigen tegen de Duitsers en de Russen. Ulmanis nam de titel Vadonis (=Leider) aan en zijn regime kreeg een onmiskenbaar fascistisch karakter. In 1936 nam hij ook het presidentschap op zich. Economisch voer Letland wel onder Ulmanis en er werden handelscontracten met Duitsland en Groot-Brittannië gesloten. Ook werd er veel aandacht besteed aan het onderwijs en het analfabetisme daalde tot praktisch nul.

In 1939 sloten Hitlers Duitsland en Stalins Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag (Molotov-Ribbentroppact). Hitler gaf Stalin de vrije hand in de Baltische staten. In juni 1940 werd Letland door de Sovjet-Unie bezet. Ulmanis werd gearresteerd en naar Stavropol gedeporteerd. Daar werkte hij in in zijn oude beroep tot juli 1941, toen hij na de Duitse inval opnieuw werd gearresteerd. Pas in het post-Gorbatsjov-tijdperk werd duidelijk dat Ulmanis in 1941 gevangen was gezet in de gevangenis van Krasnovodsk en aldaar in 1942 gestorven was aan dysenterie. Hij liet geen vrouw of kinderen na; zijn motto was dat hij getrouwd was met Letland. Zijn achterneef Guntis Ulmanis werd in 1993 president van Letland. Hij heeft in Krasnovodsk nog mee helpen zoeken naar de stoffelijke resten van zijn oudoom om ze in Letland te laten herbegraven. Deze zoektocht bleef echter zonder resultaat.