Kārlis Ulmanis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kārlis Ulmanis

Karlis Ulmanis (Berze, Gouvernement Koerland, 4 september 1877 - Krasnovodsk, 20 september 1942) was van 1936 tot 1940 president van Letland.

Ulmanis studeerde landbouwkunde aan de ETH-Zürich (Zwitserland) en aan de Universiteit van Leipzig (Duitsland). Nadien keerde hij naar Letland terug en werkte er als schrijver, publicist en landbouwkundige.

Ulmanis nam actief deel aan de Revolutie van 1905 en werd daarom gearresteerd. Hij wist uiteindelijk naar de Verenigde Staten te vluchten waar hij studeerde aan de Universiteit van Nebraska. Hij werkte korte tijd als docent aan de universiteit, maar startte daarna een zuivelfabriek in Houston (Texas).

In 1913 keerde Ulmanis terug naar zijn geboorteland. Hij werd niet verder vervolgd vanwege zijn aandeel aan de eerste Russische Revolutie, omdat tsaar Nicolaas II een algemene amnestie had afgekondigd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de Baltische gouvernementen door het Duitse leger bezet. Eind 1917 werd Ulmanis lid van de Voorlopige Nationale Raad van Letland dat de rechten van het Letse volk verdedigde. Ulmanis en diens aanhangers streefden naar een onafhankelijk Letland, maar de Duitsers zagen daar niets in en wilden de Baltische gouvernementen als Verenigd Baltisch Hertogdom bij Duitsland voegen (er woonde een aanzienlijke Duitse minderheid, de Baltische Duitsers).

In november 1918 capituleerde Duitsland. De Letse nationalisten riepen vervolgens de Republiek Letland uit en Ulmanis werd premier. Het Rode Leger viel echter binnen en de Letse Socialistische Sovjetrepubliek werd uitgeroepen. In de daaropvolgende Letse Onafhankelijkheidsoorlog werd met hulp van Duitse vrijkorpsen het Rode Leger uit Letland verjaagd. In 1919 en in 1920 werd Letland door de meeste landen als soevereine staat erkend.

Ulmanis trad in april 1919 als minister-president af. Ulmanis richtte vervolgens de oppositiepartij Letse Agrarische Unie (LZS) op. De Letten leefden in voortdurende angst dat de Sovjet-Unie Letland zou annexeren. In de jaren dertig kwam daar nog eens angst voor nazi-Duitsland bij. De Letten waren bang dat zij de Baltische Duitsers aan de macht zouden helpen. In november 1933 werden de linkse partijen in Letland verboden, op beschuldiging van heulen met de Sovjet-Unie.

Extreem-nationalistische groepen als de Ugunkrusts (Vuurkruis) en diens opvolger de Perkonkrusts (Donderkruis) kregen steeds meer aanhang. Zij waren fel anti-Joods en anti-Russisch.

Op 15 mei 1934 pleegde Ulmanis een staatsgreep. Hij verbood alle politieke partijen en richtte de paramilitaire beweging Aizsargi (De Verdedigers) op. Primair doel van deze massaorganisatie was de Letse onafhankelijkheid te verdedigen tegen de Duitsers en de Russen. Ulmanis nam de titel Vadonis (=Leider) aan en zijn regime kreeg een onmiskenbaar fascistisch karakter. In 1936 nam hij ook het presidentschap op zich. Economisch voer Letland wel onder Ulmanis en er werden handelscontracten met Duitsland en Groot-Brittannië gesloten. Ook werd er veel aandacht besteed aan het onderwijs en het analfabetisme daalde tot praktisch nul.

In 1939 sloten Hitlers Duitsland en Stalins Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag (Molotov-Ribbentroppact). Hitler gaf Stalin de vrije hand in de Baltische staten. In juni 1940 werd Letland door de Sovjet-Unie bezet. Ulmanis werd gearresteerd en naar Stavropol gedeporteerd. Daar werkte hij in in zijn oude beroep tot juli 1941, toen hij na de Duitse inval opnieuw werd gearresteerd. Pas in het post-Gorbatsjov-tijdperk werd duidelijk dat Ulmanis in 1941 gevangen was gezet in de gevangenis van Krasnovodsk en aldaar in 1942 gestorven was aan dysenterie. Hij liet geen vrouw of kinderen na; zijn motto was dat hij getrouwd was met Letland.