Kongobekken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
topografische kaart van het Kongobekken
staatkundige kaart van het Kongobekken

Het Kongobekken is het tweede grootste regenwoudgebied van de aarde (op het Amazonegebied na) en strekt zich uit over de Democratische Republiek Congo, een groot deel van Congo-Brazzaville, het zuiden van de Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon en het vasteland van Equatoriaal-Guinea. Samen is dit meer dan een miljoen vierkante kilometer of tweemaal de oppervlakte van Frankrijk. Het omvat ongeveer vijftig miljoen mensen, 10.000 planten-, 1000 vogel-, en 400 diersoorten.

Ecosystemen en fauna[bewerken]

In het Kongobekken bestaan verschillende ecosystemen:

Stromen en rivieren[bewerken]

De Congorivier is 4.380 kilometer lang. Het is de tweede langste rivier ter wereld, na de Amazone. De rivier vormt een stroomgebied van 3.690.750 km² in heel de Democratische Republiek Congo, maar ook in delen van Congo-Brazzaville, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Tanzania, Zambia en Angola.

Bossen[bewerken]

De bossen van het Congobekken zijn zeer divers. Er zijn groenblijvende bossen, semiloofbossen en tropische bergbossen.

Savannes[bewerken]

De savannes liggen helemaal in het zuiden van het Congobekken. Je vindt er veel zoogdieren terug zoals de antilopen, bosbokken, de waterbok, Roanantilopen, Afrikaanse buffels, nijlpaarden, de Yellow-backed Duiker, de gewone duiker en ook olifanten.

Moerasgebieden en natte bossen[bewerken]

Het enige natte bos in Afrika bevindt zich in het Kongobekken. Men kan er laaglandgorilla’s vinden maar ook chimpansees, mangabeys en meerkatten. Dat ecosysteem is momenteel nog bijna intact. De moerassen bedekken grote stukken in het centrum van het Kongobekken.

waterbok
laaglandgorilla

Het is dan ook niet verrassend dat zo'n omvangrijk ecosysteem de helft van de Afrikaanse fauna herbergt. Men vindt er ook 1000 vogelsoorten, 686 soorten vissen, 400 zoogdiersoorten (waarvan meer dan 80% apen), 216 amfibieënsoorten, 280 reptielsoorten en meer dan 900 verschillende vlinders.

Het Kongobekken staat bekend voor zijn grote populatie bosolifanten. Maar waar deze regio vooral alle records verslaat, is in het grote aantal verschillende primaten, heel wat primaatsoorten zoals de bonobo, de zonnestaartmeerkat en de franjeaap vinden hier hun oorsprong.

Flora[bewerken]

Naast een indrukwekkende fauna vindt men in het Kongobekken ook heel wat planten terug die nergens anders te vinden zijn.

Zo is er de maobi. Deze boom is herkenbaar aan zijn parasolvormige kruin. Je kunt de bomen pas vinden op meer dan 500 m hoogte en ze liggen ver verspreid van elkaar (ongeveer een per 40 ha). De maobi heeft heel wat nuttige eigenschappen: de vruchten zijn eetbaar en de schors wordt gebruikt voor medicijnen en culinaire hoogstandjes. Men kan ook olie uit de zaden halen en tevens is het hout van de moabi zeer populair op de Europese markt met als gevolg dat deze boom in bepaalde regio’s al verdwenen is. (Zie ook onder bedreigingen)

Naast de maobi hebben we ook nog de afrormosia. Deze boom heeft een bruine, groene of geelbruine schors en wordt wel 50 m hoog. De eerste 25 of 30 meter van de stam zijn er geen bladeren te vinden. Men vindt deze boom enkel op de droogste plekjes in de bossen in Centraal- en West-Afrika. Het hout van de afrormosia wordt onder andere gebruikt bij de constructie van boten en houtbewerking.

De mens[bewerken]

Een derde en natuurlijk meest dominante groep in dit gebied is de mens. Er wonen verschillende etnische groepen in het Kongobekken. De Mbuti, Efe, Bakola, Aka, Baka, Asua, Mbendjele, Mikaya… zijn de eerste inwoners van de bossen in de regio. Afhankelijk van hun woonplaats spreken ze Kikongo, Lingala of Swahili, de drie talen die nationaal erkend worden in de DRC.

De mensen hebben gedurende eeuwen in harmonie geleefd met het bos en dat is nog steeds het geval voor enkelen onder hen. Het regenwoud wordt gezien als hun thuis, opslagplaats, koelkast, restaurant, apotheek, houtzaak, speeltuin en tempel. Ze verplaatsen zich van de ene plaats naar de andere.

In de hedendaagse tijd is de landbouw belangrijk geworden. De volkeren in de bossen zijn verplicht contacten te onderhouden met boeren waarmee ze hun producten uitwisselen voor granen en andere goederen.

De verstedelijking van de bosvolkeren vindt vooral de oorsprong in de kolonisatie van Centraal-Afrika door de Europeanen. Om de belastingen op te kunnen halen, moesten de dorpen dicht bij de weg liggen. Houtkap, palmolieplantages, immigratie, de demografische groei, nieuwe jachttechnieken, de ontwikkeling van wegen en de verbeterde toegang tot markten zorgden voor de verdwijning van de oorspronkelijke beheer van het gebied.

Aka vrouw met twee kinderen
Baka-dansers, oostelijk Kameroen

Bedreigingen[bewerken]

Zoals elk ecosysteem staat ook het evenwicht van het Kongobekken onder invloed van heel wat bedreigingen.

Ontbossing[bewerken]

Volgens de FAO (voedsel- en landbouworganisatie) heeft Centraal-Afrika tussen 1990 en 2000 ongeveer 91 000 km² woud verloren. Als het zo verder gaat, zal in 2030 meer dan 30% van de bossen verdwenen zijn. Dit zorgt voor heel wat gevolgen op verschillende niveaus: minder hout beschikbaar voor de bosindustrie, verlies van biodiversiteit, klimaatverandering en woestijnvorming.

Landbouw[bewerken]

In Centraal-Afrika zijn meer dan 90 procent van de huishoudens betrokken in landbouw. Door een constante groei van de bevolking jaarlijks met 2 à 3 procent blijft de vraag naar landbouwgrond stijgen en versnelt de verdwijning van het bos.

Demografische groei[bewerken]

De landen die behoren tot het Kongobekken worden gekenmerkt door een jonge bevolking en een hoog geboortecijfer. Met de toename van de bevolking stijgt ook de vraag naar landbouwgrond.

Er is bovendien ook sprake van een snelle verstedelijking. Hoewel de steden een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van de regio, leiden ze ook tot grote problemen met armoede en het milieu. En dit zowel in de steden als in de omringende regio’s.

De aangroei van de bevolking zorgt ook nog voor andere problemen. Zo ontstaan er steeds meer conflicten tussen de verschillende bevolkingsgroepen waarbij de lokale groepen en de bossen de eerste slachtoffers zijn. De grotere bevolkingsconcentratie zorgt ook voor meer ziektes. Zo zorgen aids en ebola jaarlijks voor heel wat slachtoffers.

Verder staat het Kongobekken ook nog onder bedreiging van de opkomende mijnbouw, oliewinning, stroperij en de klimaatsverandering.

Bescherming[bewerken]

De internationale gemeenschap is zich de laatste jaren steeds meer bewust geworden van het belang van het Kongobekken. Zo werd het Congo Basin Forest Fund opgericht om de ontbossing tegen te gaan.

Ook FSC - De Forest Stewardship Council - is een internationale, niet-gouvernementele non-profitorganisatie die streeft naar verantwoord beheer van de bossen. Daarnaast zijn ook nog heel wat milieubewegingen zoals WWF en Greenpeace actief bezig met het gebied.

Externe links[bewerken]