Van Buuren
David en Alice Van Buuren waren Brusselse mecenassen in de 20e eeuw.
Inhoud |
Levensloop [bewerken]
David Van Buuren (Gouda 1886 - Brussel 1955) was van Joodse en Nederlandse afkomst. In 1909 vestigde hij zich in België. In Antwerpen leerde hij de bankbediende Alice Piette (1890-1973) kennen. Ze was van bescheiden komaf en toen hij in 1922 met haar trouwde, beschouwde Van Buuren zich als haar Pygmalion en introduceerde ze als zijn Galathea in de culturele en artistieke wereld. Het echtpaar kreeg tot zijn spijt geen kinderen.
Beroep [bewerken]
Van Buuren werd directeur in de privébank Cassel en Cie. Hij vergaarde er een behoorlijk fortuin.
Hij werd ook docent aan de ULB voor het vak financiële deontologie.
In 1940 bracht het echtpaar zijn kunstverzameling in veiligheid en vluchtte naar New York waar het vijf jaar in een suite van het Plaza Hotel resideerde. Van Buuren doceerde verder over financiële deontologie en gaf conferenties aan de universiteiten van Yale, Chicago, Denver, Berkeley en Los Angeles. Hij zette zich ook in voor het inzamelen van geld ten voordele van Joodse slachtoffers in Europa.
Het huis [bewerken]
In 1928 werd het huis van de Van Buurens in art-decostijl gebouwd aan de Leo Erreralaan in Ukkel. De architect inspireerde zich op de Amsterdamse school en het huis onderscheidt zich van de vele art-nouveauhuizen die in Brussel waren gebouwd. De daken zijn steil, de vensters van het type 'laddervenster' en de muren opgetrokken in rode baksteen met metselwerk aan de binnenkant en zonder voegwerk aan de buitenkant, zodat de voegen langsdaar wel hol lijken.
Het meubilair dat in dezelfde stijl werd gekozen, bestaat praktisch uitsluitend uit stukken die speciaal voor het huis werden ontworpen. David Van Buuren had in de Internationale tentoonstelling voor kunstambachten in 1925 in Parijs inspiratie opgedaan. De meeste meubels liet hij maken op basis van eigen schetsen door gerenommeerde, meestal Franse, decorateurs en kunstenaars. Het echtpaar bezocht Studio Dominique pour Arts et Décoration in Parijs, de toonaangevende ontwerper van de jaren twintig-dertig. Dominique kreeg opdracht verschillende woonvertrekken van het huis in te richten, onder strikte regie van David Van Buuren. In België koos hij Wynants en Van der Borght uit om de eetkamer en de slaapkamers te ontwerpen, inclusief het originele tafellinnen. De Nederlander J. Gidding tekende patronen voor de tapijten met hun warme kleurschakeringen, plafondlampen voor de eetkamer en de opmerkelijke glas-in-lood-vensters. Léon Cachet – de eerste die glazen meubels ontwierp - zorgde voor de wandversiering en meubelbekleding. De meubels staan ook vandaag nog op hun originele plek in het huis. Het zeldzaam meubilair, tapijten, glasramen, beeldhouwwerken en schilderijen van internationale meesters bevinden zich nog steeds op hun oorspronkelijke plaats.
De piano in de muziekkamer is een originele art-deco piano die ooit toebehoorde aan Eric Satie. Tot in de details van glasramen, gordijnen, tapijten werd alles speciaal voor het huis gemaakt. De monumentale luchter in de inkom weegt 800 kg. Hij is gemaakt uit glaspasta en brons en gedecoreerd met bloemen en geometrische elementen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis ingenomen door Duitse officieren. Bij hun terugkeer in 1945 troffen de eigenaars het nagenoeg ongeschonden aan.
Kunstcollectie [bewerken]
De Van Buurens legden, als kunstliefhebbers en mecenassen, een indrukwekkende collectie aan, die zich nog steeds in de woning bevindt.
De van Buurens waren gepassioneerde kunstverzamelaars en hun woning had museale allures. Na Davids dood besloot zijn vrouw, Alice, om het huis vanaf 1973 om te vormen tot een permanent museum met een 24-tal kunstwerken. Bij testament werd de woning in 1975 met inhoud overgemaakt aan een stichting die hun naam draagt. Deze stichting beheert momenteel de schenking.
De schilderijencollectie overspant vijf eeuwen schilderkunst: Vlaamse en Italiaanse meesters van de 15de tot de 19de eeuw. Het omvat werken uit elke periode van de West-Europese kunstgeschiedenis zoals Joachim Patinir, Pieter Brueghel de Oude, H. Seghers en Pieter Jansz Saenredam. De moderne tijd is vertegenwoordigd met werk van Tsuguharu Foujita, Kees van Dongen, Vincent van Gogh, Rik Wouters, Gustaaf De Smet en Constant Permeke.
David van Buuren was de mecenas van Gustave van de Woestijne, voorloper van het surrealisme. Van Buurens collectie omvat 32 werken van de schilder.
De tuin [bewerken]
Oorspronkelijk was de tuin 26 are groot en werd aangelegd door de tuinarchitect Jules Buyssens. Na de dood van David kocht Alice belendende percelen aan, zodat de uitgebreide tuin thans 1,5 ha beslaat. De tuinarchitect René Pechère ontwierp in 1968 een nieuwe tuin, met een labyrint gewijd aan het Bijbelse Hooglied waarin zeven sculpturen (Song of Songs) van de Belgische beeldhouwer André Willequet. Daarnaast de bekende 'tuin der harten', een eerbetoon van Alice aan David. Door de bedachte aanleg met buxus en taxus heeft deze tuin in de winter ook een herkenbare architectuur.
Relaties en vrienden [bewerken]
Ook al leefden de Van Buurens eerder teruggetrokken, toch hadden ze heel wat relaties die bij hen op bezoek kwamen. Hierbij zijn onder meer te vermelden: koningin Elisabeth, koning Boudewijn, David Ben-Gurion, Coco Chanel, Jacques Prévert.
Het grootste deel van hun vrienden bestond uit kunstenaars, van wie ze vaak de werken aankochten. De voornaamste onder hen was Gustave van de Woestyne, voor wie ze een jarenlange mecenas waren en van wie ze talrijke werken aankochten. Ze hadden ook relaties met conservators, deskundigen en galeriehouders.
De grootste musea ter wereld werden bedacht met schenkingen van David van Buuren, die persoonlijk,
Stichting [bewerken]
In 1970 richtte Alice de Stichting Alice en David Van Buuren op, aan wie ze het huis en de volledige inboedel en kunstcollectie legateerde. Sindsdien is het geheel een museum dat openstaat voor publieksbezoek en voor culturele activiteiten.
De stichting verleent ook beurzen aan studenten van de ULB en de VUB.
Literatuur [bewerken]
- René PECHÈRE, Jardins dessinés. Grammaire des jardins, Brussel, 1987