Lockheed P-3 Orion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Orion p-3c boven noordzee.jpg

De Lockheed P-3C Orion is de laatste telg in een reeks patrouillevliegtuigen van de Amerikaanse vliegtuigfabriek Lockheed (tegenwoordig onderdeel van Lockheed-Martin).

Achtergrond[bewerken]

In de jaren veertig van de 20e eeuw begon de lijn met de P-1 Harpoon, in de jaren vijftig gevolgd door de Lockheed P-2 Neptune, in de jaren zestig gevolgd door de Franse Breguet Atlantic en in de jaren tachtig tenslotte door de P-3C Orion. De P-3C versie was een gemoderniseerde en verbeterde versie van het oorspronkelijke P-3A model.

De Orion is een viermotorig turboprop vliegtuig gebaseerd op de civiele Electra. In de militaire versie heeft het een bemanning van tien tot twaalf personen en kan voor verschillende maritieme taken worden ingezet: onderzeebootbestrijding, kustwacht, verkenning en opsporing en redding (SAR).

Gebruikers[bewerken]

Binnen de NAVO is de Orion in gebruik bij de Verenigde Staten, Duitsland, Noorwegen, Spanje en Portugal.

Canada gebruikt de CP-141 Aurora, een Orion met de apparatuur, die ook in de Lockheed Viking [1] gebruikt wordt.

Andere landen die vliegen met een versie van de Orion zijn (o.a.) Pakistan, Australië, Brazilië, Japan en Iran. Vergelijkbare vliegtuigen zijn de Franse Breguet Atlantic en de Britse BAE Nimrod.

De bemanning bestaat uit tien personen waarvan er drie zich bezighouden met het vliegen en zeven met overige taken.

De bewapening bestaat onder andere uit (afhankelijk van versie en land) diverse ("normale") bommen, maximaal acht torpedo's en tot acht nucleaire dieptebommen. Modernere versies beschikken ook over raketten zoals de Penguin, SLAM, AGM- 65 Maverick en Harpoon.

De motoren zijn versies van de Allison T56 serie (net als bij de Lockheed Hercules).

In Nederland[bewerken]

De Marine Luchtvaartdienst heeft alle Lockheed typen in het verleden in gebruik gehad. Van de Neptune hebben zelfs twee versies bij de MLD gevlogen. In de jaren vijftig werden twaalf stuks van het type Neptune P-2 V5 aangeschaft. Deze werden al in 1960 vervangen door de grotere P-2 V7. Hiervan werden er vijftien gekocht bij de fabriek en later werden er nog vier overgenomen van de Franse Aeronavale. In de jaren zestig werden deze toestellen verbouwd tot SP-2H. Minstens twee zijn er verongelukt en diverse anderen zijn gedurende de jaren zeventig gedemonteerd om de rest in de lucht te houden. De P-2 was uitgevoerd als een lange-afstand patrouillebommenwerper, de SP-2H was voorzien van apparatuur voor opsporing en bestrijding van onderzeeboten.

Dertien stuks P-3C Orion (Update II½) werden in 1983 aangeschaft ter vervanging van de SP-2H Neptune. Van de aanschaf van twee extra Orions heeft men na 1984 definitief afgezien.

Thuisbasis van de Nederlandse Orions was het Marine Vliegkamp Valkenburg bij Katwijk aan Zee. Sinds de jaren tachtig was bij toerbeurt een toestel geplaatst op de NAVO basis Keflavík op IJsland en vanaf het midden van de jaren negentig ook op het militaire deel van de Dr. Albert Plesman luchthaven (HATO) op Curaçao. Aanvankelijk een toestel ter versterking van de aanwezige twee F-27 Maritimes van de Koninklijke Luchtmacht, later werden dit drie stuks nadat de F-27's uit dienst waren gesteld.

Uit bezuinigingsoverwegingen werden eind jaren negentig drie toestellen uit dienst genomen welke in opslag gingen bij het bedrijf OGMA in Portugal, de overige tien werden in de Verenigde Staten gemoderniseerd door Lockheed Martin.

Sinds het einde van de Koude Oorlog werd het vliegtuig ook incidenteel ingezet voor crisisbeheersingsoperaties, als de maritieme blokkade van klein-Joegoslavië, de verificatiemissie boven Kosovo, in Afghanistan en in het Perzisch Golfgebied.

In 2003 viel het besluit de vliegtuigen te verkopen, eind 2004 werd met zowel Duitsland (acht stuks) als Portugal (vijf stuks) [2] de koop gesloten en in 2006 werden alle Orions overgedragen en het Marine Vliegkamp Valkenburg opgeheven.

Varianten[bewerken]

  • De P-3 AEW Orion gebruikt als basis de P-3B en wordt gecombineerd met de APS-125 radar uit het E-2 Hawkeye AEW vliegtuig. De bouwer, Lockheed, had gehoopt hiermee een markt aan te boren van klanten voor wie de Boeing E-3 AWACS te duur is, maar alleen de US Customs Service heeft vier exemplaren van dit toestel afgenomen. Pakistan heeft belangstelling voor drie exemplaren.
  • De CP-140 Aurora is uiterlijk gelijk aan de Orion, maar gebruikt de elektronica van de S-3 Viking, een anti-onderzeebootvliegtuig voor vliegdekschepen.
  • De EP-3 is uitgerust voor elektronische verkenning en waarneming en voert een bemanning van 22 personen. Er zijn er ongeveer tien in gebruik bij de marine van de Verenigde Staten. Begin 2001 moest een EP-3 na een ongeluk met een Chinese straaljager een noodlanding maken op Chinees grondgebied, hetgeen een diplomatiek incident veroorzaakte tussen China en de V.S.

Voormalige Nederlandse Orions in het buitenland[bewerken]

MLD Staartnummer BuNo Huidige gebruiker Huidig nummer
300 161368 Portugese Luchtmacht 14807
301 161369 Duitse Marine 60+01
302 161370 Duitse Marine 60+02
303 161371 Duitse Marine 60+03 (was eerste Orion in Duitse handen als 98+01)
304 161372 Portugese Luchtmacht 14808
305 161373 Duitse Marine 60+04
306 161374 Portugese Luchtmacht 14809
307 161375 Portugese Luchtmacht 14810
308 161376 Duitse Marine 60+05
309 161377 Duitse Marine 60+06
310 161378 Portugese Luchtmacht 14811
311 161379 Duitse Marine 60+07
312 161380 Duitse Marine 60+08

Noten[bewerken]

  1. De Lockheed S-3 Viking is een patrouille/anti-onderzeebootvliegtuig voor gebruik aan boord van vliegdekschepen.
  2. Van de tien gemoderniseerde toestellen gingen er acht naar Duitsland en twee naar Portugal. Portugal kocht tevens de drie eerder uit dienst genomen, niet gemoderniseerde toestellen.

Zie ook[bewerken]