Marie Braun
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Marie Braun (Rotterdam, 22 juni 1911 - Gouda, 23 juni 1982) was een Nederlands zwemster.
Zij was een dochter van de bekende zwemtrainster Ma Braun. Marie, die ook wel Zus Braun genoemd werd, haalde haar eerste zwemdiploma toen ze drie jaar oud was. Haar eerste succes behaalde ze in 1927, toen ze bij het EK in Bologna goud won op de 400 meter vrije slag. Op de 100 meter rugslag werd ze tweede achter Willie den Turk en met de Nederlandse estafetteploeg haalde ze ook zilver op de 4 x 100 meter vrije slag.
Het grootste succes behaalde Braun in Amsterdam bij de Olympische Zomerspelen 1928. Tijdens de halve finale van de 100 meter rugslag zwom ze een nieuw wereldrecord en de finale, op 11 augustus, wist zij ook te winnen, in een tijd van 1:22,0. Daarmee werd Marie Braun de eerste Nederlandse Olympische zwemkampioen. Ook was ze de de eerste Nederlandse individuele vrouwelijke Olympisch kampioen; alleen de damesturnploeg was twee dagen eerder. Op de 400 meter vrije slag won zij ook nog een zilveren medaille.
In 1931 haalde zij in Parijs drie Europese titels. Er werd een jaar later dus weer veel van haar verwacht bij de Spelen in Los Angeles. Eén dag voor haar finale werd zij echter gestoken door een insect, waardoor ze in het ziekenhuis belandde. Zelf geloofde ze overigens dat zij opzettelijk verwond was, omdat een Amerikaanse concurrente per se moest winnen.
Daarna beëindigde Braun haar sportcarrière, waarin zij veertien keer Nederlands kampioen werd en zes wereldrecords zwom.
| Olympisch kampioen | |
|---|---|
|
1924: Sybil Bauer 1928: Marie Braun 1932: Eleanor Holm 1936: Nida Senff 1948: Karen Harup 1952: Joan Harrison 1956: Judy Grinham 1960: Lynn Burke 1964: Cathy Ferguson 1968: Kaye Hall 1972: Melissa Belote 1976: Ulrike Richter 1980: Rica Reinisch 1984: Theresa Andrews 1988: Kristin Otto 1992: Krisztina Egerszegi 1996: Beth Botsford 2000: Diana Mocanu 2004: Natalie Coughlin 2008: Natalie Coughlin |
|

