Michael Servet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michael Servet, op de achtergrond de brandstapel

Michael Servet (Spaans: Miguel Serveto) (Villanueva de Sigena, 29 september 1511 - Genève, 25 oktober 1553) was een Spaanse arts en theoloog. Hij was vanaf 1540 lijfarts van de aartsbisschop van Vienne.

Levensloop[bewerken]

Servet studeerde rechten aan de universiteit van Toulouse. Hij was aanwezig bij de kroning van Karel V tot koning en reisde in diens gevolg naar Duitsland. Servet was in dienst bij de keizerlijke biechtvader Quintana.

Servet ontwikkelde inzichten over de Triniteit die afweken van de kerkelijke leer. Rond 1530 probeerde hij tevergeefs Johannes Oecolampadius hiervoor te winnen. In oktober van dat jaar ging Servet naar Straatsburg, waar hij Wolfgang Capito en Martin Bucer kende. Zijn werk De trinitatis erroribus publiceerde Servet in Hagenau (1531). De Raad van Bazel liet vele exemplaren van dit boek vernietigen. Bucer oordeelde over Servet dat men hem de "de ingewanden uit het lichaam zou moeten rukken". Servet probeerde daarentegen zijn denkbeelden in Dialogi de trinitate (1532) verder te onderbouwen. Later ging hij terug naar Frankrijk en woonde meestal in Parijs of Lyon en studeerde astrologie, wiskunde en geneeskunde. Ook maakte hij naam als geograaf door een heruitgave van het werk van Ptolemaeus. Als arts en fysioloog onderscheidde Servet zich o.a. door zijn beschrijving van de kleine bloedsomloop. Vanaf 1540 woonde Servet in Vienne. Daar joeg hij zowel de protestante als de katholieke kerkelijkheid tegen zich in het harnas door zijn in 1553 in Lyon verschenen geschrift Christianismi restitutio.

Servet aanvaardde de christelijke leer van de drieëenheid niet: hij zag Jezus als een voorbeeldig mens en de Heilige Geest als een kracht. Servet vergeleek de drievoudigheid met een monster met drie koppen. Hij wilde niet weten van drie Personen binnen de Godheid, maar sprak van drie krachten. Hij verwierp ook de kinderdoop en Calvijns opvatting dat rechtvaardiging (zondeloos worden voor God) uitsluitend mogelijk zou zijn door geloof. Calvijn kon deze kritiek niet verwerken. In het conflict tussen de beiden speelden niet alleen ideologische tegenstellingen een rol maar ook persoonlijke. Calvijn had veel moeite met de in zijn ogen arrogante houding van Servet. Al op 3 februari 1546 schreef Calvijn aan Guillaume Farel dat hij het voornemen had Servet om te laten brengen zodra hij daar de gelegenheid voor zou hebben. ("Si venerit, modo valeat mea autoritas, vivum exire nunquam patiar") ("Wanneer hij hier komt, als mijn gezag ook maar iets waard is, zal ik niet toestaan dat hij levend vertrekt.")

In 1553 wist Servet te ontkomen uit de gevangenis van Lyon. Op zondag 13 augustus 1553 woonde hij in Genève een dienst bij in de Madeleinekerk, die door Calvijn werd geleid. Daar werd hij herkend en gevangengenomen. Servet werd voor de keuze gesteld om ofwel te worden uitgeleverd aan het katholieke bewind in Vienne of in het protestante Genève te worden berecht. Servet koos voor Genève. Het kwam tot een rechtszaak bij de Raad van Genève, een wereldlijke rechtbank. Daarbij dolf Servet het onderspit en werd tot ketter verklaard en vervolgens veroordeeld tot de brandstapel. Calvijn heeft daarna nog gepleit om deze straf te veranderen in onthoofding, wat als een mildere straf werd gezien. Dit werd echter geweigerd.[1]

Calvijn bezocht Servet in de gevangenis en heeft geprobeerd om Servet op andere gedachten te brengen. Op 25 oktober 1553 werd Servet levend verbrand, met een exemplaar van zijn Restitutio Christianismi aan zijn voeten. Genève had geen professionele beul. Bij de executie ging van alles mis en het sterven duurde lang. De geleerde humanist Sebastian Castellio was een van de eerste reformatoren die krachtige kritiek uitten op Calvijns rechtvaardiging van de terechtstelling van Michael Servet.[2]

Gedenktekens[bewerken]

Champel[bewerken]

Monument voor Michaël Servet, Champel, Zwitserland

In Champel, nabij Genève is op de plaats van de brandstapel een gedenkteken voor Servet opgericht, op 27 oktober 1903, 350 jaar na zijn executie.

Tijdens een internationaal congres van vrijdenkers in Genève 14 september-18 september 1902) deed de Spanjaard Pompeyo Gener (1848-1919) het voorstel om een monument voor Servet op te richten. Daartoe werd een internationale commissie in het leven geroepen. De gereformeerde kringen in Genève slaagden er in het project te saboteren. Zij richtten een eigen monument op. Dat was niet zozeer een gedenken van het lot van Servet alswel een verontschuldiging voor het handelen van Calvijn. De inscriptie werd opgesteld door Émile Doumergue, hoogleraar aan de theologische faculteit van Montauban en overtuigd calvinist. De voorzijde luidt:

Fils respectueux et reconnaissants de Calvin

notre grand réformateur
mais condamnant une erreur
qui fut celle de son siècle
et fermement attachés à la liberté de conscience
selon les vrais principes de la Réformation
et de l'Évangile
nous avons élevé ce monument expiatoire
le XXVII octobre MCMIII

Als eerbiedige en dankbare zonen van Calvijn
onze grote hervormer
die echter een fout veroordelen
die eigen was aan zijn eeuw
en vast verbonden met de vrijheid van geweten
volgens de ware grondbeginselen van de reformatie
en het evangelie
hebben wij dit verzoeningsteken opgericht
op 27 oktober 1903

Op de achterzijde van de steen staan slechts de geboorte- en sterfdatum van Servet en het kale feit van zijn executie op de brandstapel vermeld:

Le XXVII octobre MDLIII
mourut sur le bucher
à Champel
Michel Servet
de Villeneuve d'Aragon
né le XXIX septembre MDXI
Op 27 oktober 1553
stierf op de brandstapel
in Champel
Michael Servet
uit Villanueva in Aragon
geboren op 29 september 1511

Annemasse[bewerken]

Een eigen gedenkteken voor Servet werd in 1908 op Frans grondgebied opgericht in de plaats Annemasse, op 8 km van het stadscentrum van Genève en 4 km van Champel. Deze keer kwam het initiatief van een groep vrijzinnige unitarische christenen uit Genève en Frankrijk. Het monument was een bronzen beeld, ontworpen door Clotilde Roch (1861-1921). Dit werd tijdens de Tweede Wereldoorlog op 13 september 1941 op instigatie van met de nazi's collaborerende Franse Vichy-bewind verwoest. Volgens de overlevering heeft het Franse verzet daar toen een krans gelegd met de tekst: "Voor Michael Servet, het eerste slachtoffer van het fascisme".

Op 4 september 1960 werd in Annemasse een kopie van het bronzen beeld onthuld.

Overige gedenktekens[bewerken]

Ook in de Franse stad Vienne is een gedenkteken voor Servet.

In veel Spaanse steden is een straat naar Servet vernoemd.

In Ravenstein staat de protestantse Garnizoenskerk aan de naar hem genoemde Servetstraat.

Externe links[bewerken]

Noten
  1. Condemnation of Servetus History of the Christian Church, Volume VIII: Modern Christianity. The Swiss Reformation.
  2. Guus Kuijer 2007 – Het doden van een mens
Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Sketch of Michael Servetus op de Engelstalige versie van Wikisource.