Oranjehotel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het Oranjehotel was de bijnaam van het huis van bewaring in Scheveningen gedurende de Tweede Wereldoorlog.
Van 1919 tot 1940 werd de gevangenis gebruikt voor zogenaamde kleine criminelen en in mei 1940 werden Duitse krijgsgevangenen er opgesloten.
Na de capitulatie van Nederland werd het Scheveningse huis van bewaring door de Duitsers ingericht als strafgevangenis. In eerste instantie werd het gebruikt om verzetsmensen op te sluiten en te verhoren. De eerste groep verzetsmensen die er werd opgesloten waren begin 1941 leden van de Geuzengroep. Daarna kwam er op 2 april 1941 een groot aantal leden van de Stijkelgroep en vanaf begin juni 1941 een nog groter aantal communisten. Uit deze beginperiode dateert het bekende versje In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie. Joodse gevangenen werden door leden van de WA en de Duitse bewakers ernstig mishandeld. Communisten werden tijdens de verhoren vaak gemarteld door de Sicherheitsdienst en leden van de Haagse gemeentepolitie, omdat ze zo moeilijk tot spreken te krijgen waren. Er zijn verschillende mensen doodgemarteld of vermoord in het Oranjehotel, zoals Pieter Philippus van den Berg (communist) op 29 augustus 1940, Ko Boezeman (De Geuzen) op 9 januari 1941 en Herman Holstege (communist) op 2 september 1941. Het diende ook als verzamelplaats van Joodse Hagenaars die op transport naar Duitsland werden gesteld. Later kwamen nog veel meer van verzetsactiviteiten verdachte Nederlanders in deze gevangenis terecht. Toen kreeg ze ook de bijnaam 'Oranjehotel'. Er zijn 215 ter dood veroordeelden vanuit het Oranjehotel ter fusillering naar de Waalsdorpervlakte gebracht. In totaal hebben zo'n 28.000 mensen vastgezeten in het Oranjehotel.
Na de oorlog werden er weer veel politieke gevangenen ondergebracht: nu echter van de andere partij. Veel NSB-ers, waaronder Anton Mussert, werden opgesloten in Scheveningen. Ook komt Ernst Knorr hier terug, nu niet als verhoorder maar als gevangene.
In Oranjehotel hebben tijdens de oorlog o.a. gezeten: Aart Aardoom, Anton en Teunis Abbenbroek, Lourens Baas Becking, Gerrit Jan van den Berg, Freek Bischoff van Heemskerck, Fokke Bleeker, Ko Boezeman, het gezin van Corrie ten Boom, Dirk Arie van den Bosch, Willem Cornelis van Buuren, Nicolaas Arie van der Burg, Ernst Cahn, Rudolph Pabus Cleveringa, Hendrik Cohen, Hendrik Drogt, Boy Ecury, Joop Eijl, Joop van Elsen, Dirk Willem Folmer, Lodewijk van Hamel, Willem Lodewijk Harthoorn, Erik Hazelhoff Roelfzema, Hans Hers, Henk Hos, Jozef van Hövell van Wezeveld en Westerflier, Fokke Jagersma, Gerard Jansen, Leendert Keesmaat en zijn vrouw en broers Arie en Wim, Jan Kijne, Johannes Kippers, Henri Koot, Arij Kop, Jacob Kraal, George Maduro, Jean Meinitz, Leo Picard, Henri Pieck, Coen de Ranitz, Hidde Jan Rijkeboer, Jan Rijkmans, Nico Rost, Kees Schalker, Anton Schrader, Marion Smit, Han Stijkel, Arie Stoppelenburg, Wiepke Harm Timersma, Gerardus Vleugels, Herman Bernard Wiardi Beckman, Jan Wieringa en Jan van der Zwaag.
[bewerk] Het poortje
Aan de kant van de Van Alkemadelaan is een kleine poort in de buitenmuur. Hier werden de ter dood veroordeelden naar buiten gelaten, om aan de overkant op de Waalsdorpervlakte te worden geëxecuteerd.
Naast het poortje is in 1949 een plaquette geplaatst ter nagedachtenis aan allen die hier weggevoerd werden. De tekst op de plaquette is van oud-gevangene, de hoogleraar en auteur Nico Donkersloot en luidt:
1940 - 1945
GEDENK HUN LAATSTE GANG
DOOR DEZE LAGE POORT,
HUN LEVEN
VOOR VRIJHEID EN VOOR RECHT GEGEVEN.
ZET HUN STRIJD VOORT.

