Albert Termote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albert Termote (1957)
Ruiterstandbeeld Corbulo, Koningin Julianaplein (Voorburg)

Albert Polydor Termote (Lichtervelde, 30 maart 1887Voorburg, 13 april 1978) was een Belgisch/Nederlands beeldhouwer.[1]

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog vluchtte Termote naar Engeland. In 1915 trok hij naar Nederland. In 1922 verhuisde hij naar Voorburg waar hij de rest van zijn leven zou blijven. Hij werd lid van Pulchri Studio in Den Haag. Door de vele tentoonstellingen van Pulchri Studio verwierf hij landelijke bekendheid. Hij kreeg veel opdrachten waaronder het radiomonument in Eindhoven. In 1972 werd hij door omstandigheden gedwongen minder actief te werken, maar hij bleef tot zijn dood doorgaan met het vervaardigen van kleiner werk.

Termote is vooral bekend door zijn vier levensgrote bronzen ruiterstandbeelden. Ook maakte hij penningen, herdenkingsmonumenten en portretbustes, maar het grootste deel van zijn oeuvre omvat religieuze en kerkelijke beelden. Termotes werken zijn vooral te vinden in de openbare ruimte en in talrijke kerken. Het Rijksmuseum en het beeldenpark van het Kröller-Müller Museum bezitten werken van Termote, maar de meeste zijn te zien in het Voorburgse Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg. Termote wordt gerekend tot de Nieuwe Haagse School.

Biografie[bewerken]

Op 30 maart 1887 wordt Albert Termote geboren in Cinema De Keizer. Deze bronzen herdenkingsplaat aan de voorgevel verwijst hiernaar. Honderd jaar later, op 29 maart 1987 herdachten familie, politici en heemkundigen zijn honderdste verjaardag voor en in zijn geboortehuis. Ron Deblaere ontwierp het, net zoals het herdenkingsplakaat. De plechtigheid was een samenwerking tussen het gemeentebestuur, de culturele raad en de heemkring. In datzelfde jaar liep in Voorburg (Den Haag) een retrospectieve over Termote.[2]

België[bewerken]

Albert Termote werd geboren in Lichtervelde (West-Vlaanderen) op 30 maart 1887 in de herberg De Keizer in de Neerstraat. Zijn vader Fredericus was schrijnwerker en zijn moeder, Lucia Elisabeth Dewaele, herbergierster. De familie verhuisde al snel naar een andere herberg: De Nieuwe Keizer in de Beverenstraat. Daar leerde Termote de houtsnijkunst van zijn vader. Die was "een fijne meubelmaker, een man van het vak die zijn gewrochten een eigen stijl gaf; een begaafde, die het gebruikte materiaal kende en beheerste en met vaste hand het gereedschap wist te hanteren om voorwerpen te vormen zoals hij ze wilde", aldus een chroniqueur.[3] Van vader Termote zouden nog meubels en een gesculpteerde schoorsteenmantel bewaard zijn. Een andere leermeester was de schilder Amand Goddyn. Nadat de familie Termote naar Gent verhuisde, studeerde Albert van 1904 tot 1906 aan het Hoger Instituut voor Architectuur en Sierkunst en daarna volgde hij een avondopleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (1907-1914). Aan het einde van de opleiding werd aan Termote de gouden medaille uitgereikt. Hij werkte destijds onder Georges Minne.

Nederland[bewerken]

Eerste Wereldoorlog en de vlucht naar Engeland en Amsterdam[bewerken]

In 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vluchtte Termote naar Engeland. Hier vond hij werk in een lijkkistenfabriek. Een jaar later kwam hij als vluchteling in Amsterdam terecht. In Amsterdam studeerde hij tot 1918 aan de Rijksacademie, onder leiding van Jan Bronner.

Volendamse periode[bewerken]

In 1918 vestigde Termote zich in Volendam, in pension Velthuizen. Hier begon hij met het maken van kleine palmhouten beeldjes voor de verkoop aan toeristen. Ook vervaardigde hij kinderkopjes en realistische karakterportretten, veelal van Volendammers. Zijn eerste officiële opdracht was het vervaardigen van een portretbuste van de Leidse filosoof professor Bolland in 1919. In dat jaar huwde hij Lucie Leonárd; Leonárd was net als Termote tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gevlucht.[4] Samen betrokken ze in 1920 een woning aan de Berend Demmerstraat. Samen met Wilm Wouters hield hij in april 1922 zijn eerste tentoonstelling in Rotterdam in Kunstzaal Unger & Van Mens.

Definitieve vestiging in Voorburg[bewerken]

Uiteindelijk vestigde hij zich in augustus 1922 in Voorburg op aanraden van kunstschilder Jan Bakker. Deze introduceerde hem in het kunstenaarsgenootschap Pulchri Studio waarvan hij tot zijn dood lid zou zijn. Zijn werk was te bezichtigen op vele tentoonstellingen van dit kunstenaarsgenootschap. In die eerste jaren in Voorburg gaf hij lessen in het boetseren en houtsnijden.[5] Begin april 1922 werd zijn zoon Robert Egmond geboren en eind april 1924 werd zijn dochter Anna Maria geboren.[6] Omstreeks 1930 nam zijn bekendheid en de waardering voor zijn talent toe. In 1930 ontving hij de opdracht tot het vervaardigen van het radiomonument in Eindhoven, de stroom opdrachten begon. Hij zou vele opdrachten krijgen om kleine en grotere beelden te ontwikkelen. In 1932 verwierf hij zijn Nederlands staatsburgerschap.[7] Hij kreeg in 1951 de Jacob Marisprijs voor beeldhouwen.

Termote was tevens docent aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Hij was daar leermeester van onder anderen Lancelot Samson, Charlotte van Pallandt, Frans Verhaak, Adriaan Bruggeman, Mary Dekkers, Pim van Moorsel, Lidi van Mourik Broekman, Bram Roth en Hilde Brückmann.[1]

Bezoek aan zijn geboortedorp[bewerken]

In 1971 bezocht Termote met zijn zoon Robert zijn geboortedorp Lichtervelde. Hij kondigde zijn bezoek niet aan en werd in beperkte kring op het gemeentehuis ontvangen, onder wie de onderwijzer en heemkundige Georges Vandewalle en schepen van cultuur Johan Goddyn. Na een receptie bezocht hij de kerk, die hij maar lelijk gerestaureerd vond, en zijn geboortehuis in de Neerstraat, intussen cinema De Keizer. Het was vooral Georges Vandewalle, een verzamelaar van Lichterveldse objecten en geschriften, die Albert Termote in herinnering bracht in Lichtervelde. De heemkundige kring die onder impuls van Vandewalle in 1964 werd opgericht, wijdde in 1969 een publicatie aan Albert Termote. Nadien viel de kring uiteen tot in 1985.

Einde van een loopbaan[bewerken]

Termote werkte tot op zijn 85e levensjaar. Op doktersadvies en vanwege moeilijkheden over de huur besloot hij met het zware beeldhouwerswerk te stoppen. Op 13 juli 1972 heeft Termote vele van zijn gipsmodellen, in zijn atelier, aan stukken geslagen. Termote had besloten zich enkel bezig te houden met kleine plastieken in een atelier aan huis.[8][9][10]

Kenmerkend voor Termote was de bescheidenheid waarmee hij met zijn bekendheid omging. Illustratief hiervoor is wat hij zei[11] tijdens een tentoonstelling van zijn werken in Museum Swaensteyn van 22 januari 1977 tot 6 maart 1977:

"Ik kan haast niet geloven, dat dit allemaal mijn werk is, maar aan de andere kant, weet ik nog precies waar, wanneer en waarom ik de dingen maakte."

In april 1978 werd Termote ernstig ziek; een week later, op 13 april, overleed hij. Op 17 april werd hij gecremeerd. Het laatste beeld waaraan hij werkte was Vrouw van Lot.

Termote na zijn dood[bewerken]

Onder impuls van heemkundige kring Karel Van de Poele werd in maart 1987, 100 jaar na zijn geboorte, een bronzen gedenkplaat van kunstenaar Ron Deblaere aan zijn geboortehuis geplaatst. Van 24 juni tot 2 september 2001 werd er in Museum Swaensteyn een groot deel van het werk van Termote tentoongesteld. 65 werken werden tentoongesteld onder de naam: Albert Termote. Een Vlaamse beeldhouwer in Voorburg.

Werken van Albert Termote[bewerken]

Ruiterstandbeeld van Sint Martinus voor de voormalige Sint-Martinuskerk in Utrecht
Sybille in Voorburg 1956
Meisjeskop in het Kröller-Müller Museum
Het radiomonument in het Stadswandelpark in Eindhoven
Herdenkingsmonument "Zij waren eensgezind 1940-45" aan de buitenmuur van de Scheveningse Gevangenis, het voormalige Oranjehotel
Buste van G.J.P.J. Bolland in Leiden

Ruiterstandbeelden[bewerken]

Een viertal ruiterstandbeelden van Termote staan in verschillende steden door Nederland verspreid.

Kerkelijke werken[bewerken]

Door heel Nederland kunnen in vele kerken beeldhouwwerken van Termotes hand gevonden worden, het grootste deel van zijn gehele oeuvre bestaat uit religieuze werken, hiervoor ontving hij het ridderschap in de Orde van Gregorius de Grote in de Civiele Klasse.

  • Stenen Hoekbeeld van de heilige Dominicus (circa 1933), Sanatorium Berg en Bosch (Bilthoven).
  • Onze Lieve Vrouwe van Lourdes (circa 1933), Sanatorium Berg en Bosch (Bilthoven).
  • Stenen Beeld van paus Pius X (1938), kerk van de Sint Petrusparochie (Leiden).
  • Gevelplastiek in reliëf (circa 1939), St Anna en Maria (Haarlem).
  • Stenen beeld boven Engelmundusaltaar (zuid transept) (1941), parochiekerk van St. Engelmundus (Velsen).
  • Beeld van Pancratius (circa 1946), de patroon van de kerk, een Romeins soldaat die in 304 de marteldood stierf (Sassenheim).
  • Bronzen beeld pastoor H.W. Roes (1951), (Deurne).
  • Kruiswegstaties (1952), Onze Lieve Vrouw van Lourdes (Scheveningen).
  • Mariamonument (1952), Wilhelminasingel (Maastricht).
  • Madonna op de Gevangenpoort (1954), Lievevrouwestraat (Bergen op Zoom).
  • Teakhouten St. Jozefbeeld (1957), Mariakerk (Driel).
  • Teakhouten beeld van Sint Bavo (1958), Kathedrale Basiliek Sint Bavo (Haarlem).
  • Kerstgroep en kruisweg, Sint Adrianuskerk (Esbeek).
  • Kruisweg, Sint Jozefkerk (Geldrop).
  • Bronzen beeld van Christoffel, Sint Jozefkerk (Enschede).
  • Stenen beeld van Sint Sunniva, ingang van de kapel van het Sint Franciscus Ziekenhuis Florida (Bergen (Noorwegen)).

Standbeelden[bewerken]

Data onbekend:

  • Stenen Fantasiedieren op de brug der zuchten, Vaillantplein (Den Haag).
  • Beelden en ornamenten van het voormalige Rabobankgebouw in de Jacobsstraat (Utrecht). Tegenwoordig maken deze beelden deel uit van de parkeergarage Springhaver aan de Strosteeg.
  • Keizerbeelden en de Madonna, aan het raadhuis (Nijmegen).
  • Beeldhouwwerk en ontwerp voor reliëf St. Maarten met bedelaar, gevel van de Bibliotheek Utrecht - voormalige uitbreiding V&D - architect Jan Kuyt (Reliëf uitgevoerd door Adrianus Johannes Dresmé. In 2002 vervangen door een gereconstrueerde kopie door beeldhouwerij Mooy.).

Portretten[bewerken]

Herdenkingmonumenten[bewerken]

Oorlogsmonumenten 1940-1945[bewerken]

  • Wieringerwerf, Granpré Molièrestraat, onthulling: 31 oktober 1946.
  • Voorburg, plaquette bij het voormalige gemeentehuis, onthulling: 1947.
  • Schipluiden, Burg. Musquetiersingel 56, onthulling: 3 mei 1950.
  • Herdenkingsmonument Oranjehotel, aan de buitenmuur van de Scheveningse gevangenis. Op 16 september 1950 onthulde koningin Juliana het beeldhouwwerk 'Zij waren eensgezind 1940-45'.
  • Willemstad, Curaçao, Nederlandse Antillen, 'Vrouwe des Overvloeds', Het monument is onthuld op 7 augustus 1953 door prins Bernhard.
  • Arnhem, 'Gedenkteken 1940-1945', Klapstraat te Elden, onthulling: 5 mei 1954.

Penningen[bewerken]

  • Prof.dr. H.W. Methorst (1931), directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek
  • L.F. Duymaer van Twist (1931), luitenant generaal van het Nederlandse leger.
  • Mr. J.F. van Royen (1938), algemeen secretaris bij het Staatsbedrijf der PTT.
  • Admiraal Maarten Tromp (1941), 350 jaar geleden geboren.
  • Dr. W. Bronkhorst (1947), t.g.v. 50-jarig bestaan van Sanatorium Berg en Bosch, Bilthoven.
  • Erepenning gemeente Voorburg (1950).
  • Erepenning Academie Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen Rotterdam (1950).
  • Dr. W. Drees (1951), minister-president.
  • Ir. W.H. van Leeuwen (1952), directeur van de Koninklijke Nederlandse Gist en Spiritusfabriek in Delft.
  • Jubileumpenning baggermaatschappij Adriaan Volker, Sliedrecht (1954).
  • Amphitrite-penning (1956), naar aanleiding van het eeuwfeest van deKNSM.
  • Ir. Baron Tuyll van Zuylen (1956), voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis.
  • Prof.dr.ir. F.K. van Iterson (1957), uitvinder van de hyperbolische koeltoren
  • Jubileumpenning Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam (1959).
  • Martinus te paard (1961), St.Maartenscollege Voorburg.
  • Koninklijke zilveren bruiloft koningin Juliana en prins Bernhard (1962), met portretten van het koninklijk paar.
  • Karel de Grote te paard (1962), aar aanleiding van de onthulling van het standbeeld in Nijmegen.
  • Madurodam (1962).
  • Maecenaspenning Pulchri Studio Den Haag (1969).
  • Hofwijckprijspenning gemeente Voorburg (1971).
  • Bejaardenzorgpenning, Barmhartige Samaritaan in ajour uitvoering (1972).

Klein werk[bewerken]

  • Oude Geert (1919), brons
  • Malle Jan (1920), brons
  • Gladiator (1921), brons
  • Oud mijnpaard (1926), brons
  • Bacchus en het ezeltje (1956)
  • Mercurius op de wereldbol (onder arcade van het stadhuis te Vlaardingen) (1956), brons

Houtsnijwerken[bewerken]

In zijn Volendamse periode maakte Termote vele uit palmhout gesneden houtsnijwerken voor dagjesmensen die Volendam bezochten.

  • Berusting (1919), ebbenhout
  • Lucie Termote (1920)
  • Koes (1920)
  • Robert Termote (1929)

Musea[bewerken]

In de volgende museale collecties is werk van Albert Termote opgenomen:

Onderscheidingen[bewerken]

In 1951 won Termote de Jacob Marisprijs voor zijn beeldhouwerk. In 1959 ontving hij de zilveren erepenning van Voorburg en paus Johannes XXIII sloeg hem tot ridder in de Orde van Gregorius de Grote in de Civiele Klasse voor zijn religieus werk. De Jacob Maris stichting bood Termote vanwege zijn 75e verjaardag in 1962-1963 een eretentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum aan. In december 1968 ontving hij van het gemeentebestuur van Nijmegen de naar Keizer Karel genoemde cultuurprijs. Hij werd hij in 1969 benoemd tot erelid van de Pulchri Studio.[12] Termote was ereburger van Voorburg en sinds 26 februari 1960 derde ereburger van Lichtervelde, hij werd ook benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Albert Termote Prijs[bewerken]

De Albert Termote Prijs is een door de gemeente Voorburg ingestelde prijs, die om de twee jaar werd uitgereikt. In 2004 werd de prijs vervangen door de Aart van den IJssel prijs. De prijs is onder andere uitgereikt aan: Pim van der Maas (1971), Pan Sok (1988), Frits Wielders (1996), Nail Celovic (1998) en Guido Sprenkels (2000).

Literatuur[bewerken]

  • G. Vandewalle, Beeldhouwer Albert Termote (1969).
  • A.W.J. Bakker, Beeldhouwer Termote en zijn ruiterstandbeelden (1989).
  • Ing. R.E. Termote, Albert Termote, Van kleinplastiek tot ruiterstandbeeld (1998), Den Haag: Hoofdproductschap Akkerbouw.

Zie ook[bewerken]

Noten

  1. a b Biografische gegevens bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
  2. Georges Vandewalle. Heemkundige kroniek van Lichtervelde 1987. In: Vierde jaarboek Heemkundige Kring, Lichtervelde, 1988, p. 118.
  3. Georges Vandewalle: Beeldhouwer Albert Termote, Lichtervelde, 1969.
  4. Detailomschrijving van portret van Lucie Leonárd op sculptuurinstituut.nl
  5. Advertentie in het NRC van 2 en 3 oktober 1923
  6. Het Vaderland, 28 april 1924
  7. Pulchri, nr. 8, 1978: Een kunstenaar van formaat.
  8. Krantenartikel: Albert Termote (85) slaat veertig jaar werk tot puin van 14 juli 1972.
  9. Krantenartikel in het NRC Handelsblad: Albert Termote: "Vroeger maakte je een beeld en daar was alles mee gezegd" van 5 augustus 1972.
  10. Krantenartikel in "Vaderland": Korte metten met gipsmodellen van 14 juli 1972.
  11. Krantenartikel april 1978: Begenadigd en bescheiden
  12. Krantenartikel in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 18 april 1978: Termote overleden.

Bronnen

  • Albert Termote, een Vlaamse beeldhouwer in Voorburg (2001) Museum Swaensteyn, ISBN 90 805348 2 X
  • Ing. R.E. Termote, Albert Termote, Van kleinplastiek tot ruiterstandbeeld (1998), Den Haag: Hoofdproductschap Akkerbouw.