Scharrelaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scharrelaar
IUCN-status: Gevoelig[1] (2012)
Mannetje met buitgemaakte duizendpoot.
Mannetje met buitgemaakte duizendpoot.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Coraciiformes (Scharrelaarvogels)
Familie: Coraciidae (Scharrelaars)
Geslacht: Coracias
Soort
Coracias garrulus
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Scharrelaar op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Scharrelaar op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De scharrelaar (Coracias garrulus) is een vogel uit de familie van de scharrelaars (Coraciidae). Het aantal scharrelaars in Europa is de laatste decennia sterk afgenomen, in de 19e eeuw broedden ze zelfs nog tot in Zweden, terwijl ze nu in Midden-Europa nauwelijks meer te vinden zijn. De Europese populatie is tussen 1990 en 2005 met 30% afgenomen.[2]

Voorkomen[bewerken]

De scharrelaar komt voor in Zuid- en Oost-Europa en in Azië van Turkije en Irak tot Midden-Rusland, West-China en Pakistan. Het is een trekvogel die in augustus of september vertrekt naar het zuiden van en tropisch Afrika en in april of mei weer terugkeert naar zijn broedgebied.

In Nederland[bewerken]

De scharrelaar broedt niet in Nederland. Het is een vrij zeldzame dwaalgast. Tussen 1800 en 1996 zijn er 62 bevestigde waarnemingen in Nederland gedaan waarvan er 11 (12 exemplaren) tussen 1980 en 1996.[3]

Kenmerken[bewerken]

De scharrelaar wordt ongeveer 30 centimeter lang[4] en 127 tot 154 gram zwaar en heeft een overwegend blauw verenkleed. Hij heeft een grote kop en een krachtige, dikke, zwarte snavel. Het verenkleed is helder lichtblauw met diepblauwe kleine vleugeldekveren, stuit en delen van de ondervleugel. De rug is bruin, de vleugelpunten en de bovenkant van de staart zijn zwart. Juveniele vogels zijn valer en hebben een lichter bruine rug.

Gedrag[bewerken]

Scharrelaars kunnen vaak zittend op een uitkijkpost, zoals een telefoonpaal, een draad of tak, worden aangetroffen. Vanaf deze positie kunnen ze zich op een over de grond kruipende prooi storten, waarna ze weer naar hun post terugkeren om deze op te peuzelen.

Broeden[bewerken]

Scharrelaars broeden meestal alleen, soms met enkele paartjes. De broedomgeving bestaat uit land met verspreide groepen bomen, bosranden, lanen of parken. Ze broeden in al bestaande holen, rots- of muurspleten, de eerste meestal gemaakt door de groene of zwarte specht. In enkele gevallen worden ook nestkasten gebruikt. Tijdens de baltsvlucht vliegt het mannetje roepend door de lucht, laat zich meerdere keren over de kop vallen en vliegt dan weer op.

In het nest worden 4-5 eieren gelegd, in de maand juni of juli. Beide ouders broeden, het legsel komt na 17-19 dagen uit. Hierna zorgen beide ouders voor de jongen, die na 25-30 dagen uitvliegen. Ook hierna blijven ze de jongen nog een tijdje voeden.

Voedsel[bewerken]

Scharrelaars eten vooral insecten zoals kevers en sprinkhanen en andere ongewervelden als slakken en wormen maar ook kleine gewervelden zoals kikkers, muizen en hagedissen.

Bedreigingen[bewerken]

De vogel wordt in zijn bestaan bedreigd door jacht (vooral in Oman) en het leefgebied wordt bedreigd door modernisering van de landbouw en bosbouw waardoor een gevarieerd landschap met rommelige bosjes en losse bomen verdwijnt. Daarom staat de scharrelaar als gevoelig op de rode lijst van de IUCN.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Scharrelaar op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. BirdLife factsheet
  3. van den Berg, A & C.A.W. Bosman, 1999. Avifauna van Nederland 1. ISBN 9074345131
  4. Charlotte Uhlenbroek (2008) - Animal Life, Tirion Uitgevers BV, Baarn. ISBN 978-90-5210-774-5