Siberiadok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Siberiadok, oorspronkelijk Afrikadok in 1887, dat 13,10 ha groot was, later vanaf 28 mei 1891 ook Lefèbvredok, tot 13 maart 1981 genoemd en nu een deel van het Amerikadok, werd rond 1887 gegraven en bestond toen als het verste noordelijkste dok van het Antwerpse havengebied. Het dok werd aangesloten op het Suezdok en men bouwde daar de Siberiabrug, een wipbrug. Deze brug is al meermaals vernieuwd en in de jaren 90 werd de oude brug nog versterkt met een nieuwere klapbrug, om het aangroeiende hedendaags verkeer op te vangen.

Het Siberiadok had de vorm van een brede hoorn. De zuidkant was aangesloten met het bestaande Suezdok en overbrugd. De oostkant was een platte kade waar de latere doorgang naar het Straatsburgdok zou komen en Droogdok 7. Op deze plaats was wel een soort smalle waterweg die nu in de huidige bedding van het Straatsburgdok en het Albertkanaal tot Merksem en Deurne, samenkwam met het Schijn. Verderop lag toen Sluis 6, afgebroken in 1872 van de Kempische vaart. De Kempische vaart of Schelde-Maaskanaal: Antwerpen-Herentals, (verdween gedeeltelijk in 1935 maar grotendeels behouden in het Albertkanaal, gebouwd in 1935). - Dessel-Bocholt, 78 km, alwaar aansluitend op de Zuid-Willemsvaart.

Aan de noordzijde was er een platte kade tot aan de huidige nummer 102 oostkant en aan de overzijde nummer 103 westkant. Het Siberiadok liep iets naar het westen verder, tot aan de huidige nummers 54 zuidkant en 93 noordoost kant. Er stond toen daar op de hoek van het dok, op het huidige nummer 93, een Indianen totempaal, als mascotte, ter verduidelijking dat daar het geplande Amerikadok zou gegraven worden en deze naam zou krijgen, in plaats van "Siberiadok". Het dok werd later ook het Lefèbvredok genoemd. De binnensluisdeur van de Royerssluis draagt nog de naam Lefèbvrebrug. Samen met de "koude oorlog" werd deze naam, die verbonden was met de USSR, verdoezeld met de naam van een toenmalige Belgische premier Theo Lefèbvre.

Eind jaren 50 werd het Amerikadok verder westwaarts doorgetrokken en later verbonden met het Vijfde Havendok. Bij dit alles verdween het polderdorp Oosterweel en het grootste deel van het Noordkasteel en kwam daar de lange dubbele viervaksbrug, de Noordkasteelbrug, een tweedubbele wipbrug, met zijn 50 meter brede nuttige vaargeul voor schepen tussen de brugsteunen. Het polderdorp Oosterweel moest plaats maken voor de uitbreidende haven. Het oude geklasseerde kerkje van Oosterweel staat verlaten, onderkomen en alleen in een diepte en getuigt van weleer.