Sjechiena

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord Sjechiena (Hebreeuws: שכינה , het wonen) geeft de Goddelijke aanwezigheid aan, in het bijzonder in de Tempel te Jeruzalem.

De werkwoordsvorm wordt expliciet beschreven in de Tenach, of de Bijbel, maar als zelfstandig naamwoord komt het in de Talmoed voor.

Tijdens de Exodus was Gods aanwezigheid, Sjechiena, duidelijk zichtbaar in de wolkkolom overdag en de vuurzuil 's nachts die de Israëlieten begeleidde. Toen de tabernakel gereed was, daalde de Sjechina neer over de tent waarin de Ark van het Verbond stond. Later in de Tempel was ook de Sjechiena aanwezig als een vuurgloed boven de Ark. Volgens joodse legenden verdween de Sjechiena kort voor de verwoesting van de Tempel in 586 voor de jaartelling en is er nooit meer teruggekeerd. Ook van de Ark van het Verbond is niets meer vernomen, en men weet niet of hij verwoest is of ergens verborgen door de tempelpriesters. Volgens de Joodse traditie is de Sjechiena verdwenen omdat de zonden en ontrouw van de Israëlieten zo erg waren geworden dat vanaf toen de 'tijden der heidenen' begonnen. Deze tijden zullen pas eindigen met de komst van de messias, een telg uit het huis van David. De messias zal dan de Tempel weer opbouwen en de Sjechiena zal hier dan weer zijn intrek nemen.

Opmerkelijk is dat in de Tweede Tempel nooit de Ark van het verbond, met Sjechiena, aanwezig is geweest, terwijl deze toch essentieel was voor het jaarlijkse zoenoffer voor het gehele volk. Volgens orthodoxe joden is de reden hiervoor dat de Tempelberg waar het Heilige der Heiligen was, sinds de Babylonische ballingschap nooit meer onder volledig onafhankelijk joods bestuur, onder het huis van David, is geweest. Het is volgens de Tenach en de Talmoed namelijk noodzakelijk dat de plaats van de tempel onder het soevereine gezag staat van het joodse volk onder de leiding van een afstammeling van koning David. Gedurende de periode van de Makkabeeën en Herodianen waren de joden wel (min of meer) onafhankelijk, maar leefden ze niet onder een Davidische heerser. Ook tegenwoordig staat de Tempelberg niet onder bestuur van Israël, maar valt deze onder het islamitisch bewind van de moefti (Arabisch=rechter) van Jeruzalem. Als de tijd van het hernieuwde koningschap van David, in de persoon van de messias, aanbreekt, zal God de schuilplaats van de Ark openbaar maken zodat deze in de eveneens hernieuwde Tempel zijn plaats weer kan innemen. Hierna zal de Sjechiena de Ark opnieuw bekleden.

Rabbijnse literatuur, kabbala en traditie[bewerken]

Volgens de Talmoed ‘rust de Sjechina waar een minjan bijeen is’ (Sanhedrin 39a), ‘is zij aanwezig waar drie rechters samen zitting houden’ (Berachot 6a), ‘verwijlt de Sjechiena aan het hoofdeinde van een zieke’ (Sjabbat 12b) en ‘begeleidt zij allen die gedwongen zijn om in ballingschap te gaan’ (Megillah 29a). Ook geeft de Talmoed aan dat de Sjechiena verantwoordelijk is geweest voor de profetie van profeten en voor de compositie van Davids psalmen (Pesachim 117a). Profeten verwijzen in hun visioenen vaak naar Gods aanwezigheid.

De Sjechiena wordt in de traditie geassocieerd met de bruid van de sjabbat (sjabbat ha-malka). De beroemde kabbalist rabbijn Loeria heeft veel over dit thema geschreven in proza en dichtvorm. De hechte band tussen de sjabbat en het Joodse volk wordt vergeleken met de band tussen bruid en bruidegom. De traditie van de Sjechiena als sjabbat-bruid geeft ook de band weer tussen God en het Joodse volk.

De Joodse eredienst[bewerken]

In het Sjemoné Esré (stiltegebed) is als 17e beracha opgenomen:

  • hamachazier sjechiena-to leTzion".

Hierin wordt God verzocht:.."Zijn goddelijke aanwezigheid weer naar Tsion terug te brengen".