Slag om Borneo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Borneo
Onderdeel van Azië in de Tweede Wereldoorlog
Japanse troepen landen aan de westkust van Borneo
Japanse troepen landen aan de westkust van Borneo
Datum 1941 - 1942
Locatie Borneo, Nederlands-Indië
Resultaat Japanse overwinning
Strijdende partijen
Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine van het Japanse Keizerrijk Naval Jack of the Netherlands.svg Koninklijke Marine
Naval Ensign of the United Kingdom.svg Royal Navy
Vlag van Nederland Nederland KNIL
British Raj Red Ensign.svg Brits-Indië
Flag of the Kingdom of Sarawak (1870).svg Koninkrijk Sarawak
Commandanten
Merchant flag of Japan (1870).svg Kiyotake Kawaguchi Flag of the United Kingdom.svg Robert Brooke-Popham
Flag of the United Kingdom.svg C.M. Lane
Flag of the Netherlands.svg Dominicus Mars
Troepensterkte
4.500 man infanterie 1.000 Sarawak-soldaten, 1.000 leden van de Punjab en 1.000 man van het Indische leger
Portaal  Portaalicoon   KNIL

De slag om Borneo in 1941 en 1942 was een succesvolle campagne van het Japanse Keizerrijk om het bewind over Borneo te verkrijgen; de aanval was vooral gericht op het Koninkrijk Sarawak, Noord-Borneo, en het westelijke stuk van Kalimantan, dat behoorde tot Nederlands-Indië. Het belangrijkste krijgsmachtonderdeel van de Japanners tijdens deze strijd was de 35ste infanteriebrigade, geleid door generaal-majoor Kiyotake Kawaguchi.

Geschiedkundige context[bewerken]

Serawak en kampongs omstreeks 1865

In 1941 was Borneo verdeeld in Nederlands-Indië, Engelse protectoraten (Noord-Borneo, Sarawak en Brunei) en Engelse kroonkolonies (Labuan). De zogenoemde White Rajahs, James Brooke en zijn familie, hadden Sarawak, op de noordkust van Borneo, bijna een eeuw lang geregeerd, in het begin als radja's. Dat was eerst onder de vlag van het sultanaat Brunei, een dan klein maar eerder machtige staat die begrensd werd door Sarawak, en vanaf 1888 als een protectoraat van het Britse Rijk. Het noordoosten van het eiland omvatte Noord-Borneo, sinds 1882 ook een Brits protectoraat onder de vleugels van de North Borneo Chartered Company. Voor de kust lag de kleine Engelse kroonkolonie Labuan.

De rest van het eiland - meestal Kalimantan genoemd - stond onder Nederlands bewind. Nederland werd in 1940 door Nazi-Duitsland bezet. Echter, vrije Nederlandse troepen, voornamelijk van de Nederlandse Marine, en het 85.000 man sterke Indische leger (inclusief een kleine afdeling van de KNILM) vocht door en verspreidde zich over Nederlands-Indië. Tegen de maand december 1941 werden deze en andere geallieerde troepen bijeen gebracht en gecommandeerd door het kort levende geallieerde samenwerkingsverbond ABDA.

Achtergrond van het conflict[bewerken]

Door het driemogendhedenpact tussen Duitsland, Italië en Japan verschaften deze drie landen elkaar steun, wat voor Japan in 1941 goed uitkwam toen nazi-Duitsland Vichy-Frankrijk dwong Frans Indochina (nu Vietnam, Laos en Cambodja) aan Japan over te dragen. Dit gaf Japan toegang tot het Chinese vasteland, waarmee het al langer in militair conflict was, en sinds 1937 de Tweede Chinees-Japanse Oorlog uitvocht tegen de tijdelijk geallieerde legers van de Kwomintang en de Communistische Partij van China. Het gaf Japan ook een toegang via de Chinese Zee naar Serawak en Noord-Borneo. Japan wendde nu de blik van de oorlog met China naar strategische punten in het Pacifisch Gebied en Nederlands-Indië. In december van dat jaar viel Japan de Verenigde Staten aan op Hawaï en de Filipijnen en verklaarde het de oorlog aan Amerika.

Met zijn rijke oliebronnen, bijvoorbeeld op Tarakan, Balikpapan en Bandjermasin, was Borneo een belangrijk doelwit voor Japan en bovendien een dat slecht verdedigd werd. Aangezien Japan een chronisch gebrek aan grondstoffen had kon het op deze manier voorzien in zijn brandstofbehoefte. Daar had het veel van nodig om het doel, de grootste macht in het Pacifisch Gebied te worden, te bereiken. Borneo was bovendien gelokaliseerd aan de belangrijkste zeeroutes naar Java, Sumatra, Maleisië en Celebes. Het beheersen van deze routes was cruciaal om de omgeving te kunnen domineren.

Verdediging in Sarawak en Noord-Borneo[bewerken]

De belangrijkste doelen waren de olievelden bij Miri in de regio Sarawak en Seria in Brunei. Raffinage van de olie vond plaats te Lotong, gelegen bij Miri. Ondanks de rijke olievoorraden werd Sarawak niet bewaakt door zee- of luchtmacht. Pas laat in 1940 zond air chief marshal Sir Robert Brooke-Popham het tweede bataljon, vijftiende Punjab-regiment, een zware batterij artillerie afkomstig van de artillerie van Hong Kong en een detachement van de 35ste Fortress Company (Koninklijke Engineers) naar Kuching. Het totale aantal manschappen bedroeg 1.515, en bestond voornamelijk uit Iban en Dajaks, die werden gecommandeerd door de Engelse luitenant-kolonel C.M. Crane; het stond bekend als de "SARFOR" (Sarawak-Force). Nadat men het nieuws had vernomen van de aanval op Pearl Harbor op 8 december 1941 gaf het Brooke-gouvernement bevel om de olievelden bij Miri en Seria en de raffinaderij bij Latung snel te ontmantelen. De Nederlandse Marine Luchtvaartdienst, Onderzeedienst en ML-KNIL waren actief betrokken bij aanvallen op de Japanse landingsvloot.

Hr. Ms. Vliegboot X-32 & X-34, 17 december 1941[bewerken]

Op 17 december 1941 wist de Dornier Do 24 K vliegboot X 32 van de vlieggroep GVT7 Marine Luchtvaartdienst uit Tarakan onder commando van Bastiaan Sjerp de Japanse destroyer Shinonomé van de Fubuki-klasse tijdens de Japanse landingen bij het oliestadje Miri in Sarawak te bombarderen, waarbij het Japanse schip met twee voltreffers tot zinken werd gebracht. De Do-24 X 34 wist daarop een ander Japans schip aan te vallen maar werd echter neergeschoten door een Japans boordvliegtuig van de Kamikawa Maru, waarna de Dornier genoodzaakt was om een noodlanding te maken. Twee bemanningsleden kwamen daarbij hierbij om het leven. Twee uur later werd door zes Glenn Martin bommenwerpers van de ML-KNIL een aanval verricht op deze japanse landingsvloot.

Gecombineerde actie van de vliegboot X-35 en Hr. Ms. K XIV, 23 december 1941[bewerken]

Een van de eerste geallieerde successen na de Japanse aanval op Pearl Harbour werd behaald op 23 december 1941 voor de kust van Kuching op Sarawak – Borneo door een gecombineerde actie van de Koninklijke Marine. Slechts 16 dagen na de aanval op Pearl Harbor werd een Japanse invasievloot gespot die op weg was in zuidelijke richting naar Brits-Borneo. De Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. K XIV, gewaarschuwd voor hun positie, werd naar het westen gestuurd om een onderschepping te maken. Commandant van de onderzeeboot was toen luitenant-ter-zee eerste klasse C.A.J. van Well Groeneveld. De Japanse vloot veranderde echter in de nacht van koers naar het oosten op weg naar de stranden van Kuching - de tegenovergestelde richting aan die van de K XIV. De patrouillerende Dornier 24 vliegboot X35 van de Marine Luchtvaartdienst merkte de Japanse invasievloot op haar nieuwe koers op. Door een opmerkelijke toevallige ontmoeting werd ook de K XIV aan het oppervlak gesignaleerd en wist de vliegboot X-35 middels lichtsignalen het bericht over locatie, koers en snelheid van het Japanse konvooi door te geven aan de K XIV. Terwijl de vliegboot X-35 de verkenningsvliegtuigen van het konvooi weglokte voer de K XIV bij daglicht aan de oppervlakte op de vijand af en bereikte hem na het invallen van de duisternis. Hierdoor was de K XIV in staat om de Japanners bij verrassing in ondiepe wateren voor het landingshoofd bij Kuching aan te vallen waardoor de Japanners een gevoelige klap kregen. Drie schepen werden tot zinken gebracht en een werd zwaar beschadigd. De X-35 slaagde erin om, ondanks het feit dat ze werd bestookt door Japanse 'Pete' watervliegtuigen van een Japanse zware kruiser, veilig terug te keren naar de basis. Ook de K XIV wist door handig manoeuvreren naar Soerabaja te ontkomen.

Actie van Hr. Ms. K XVI, 24 december 1941[bewerken]

Op 24 december 1941 werd door de onderzeeboot Hr. Ms. K XVI, onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse L.J. Jarman, de Japanse torpedobootjager Sagiri tot zinken gebracht nabij de baai van Kuching (hoofdstad van Sarawak). Ook wist de K XVI de Japanse jager Marakumo te beschadigen. Het was de eerste torpedering van Japanse oorlogsschepen in de Tweede Wereldoorlog. Het zou de laatste actie van de K XVI worden, die de daarop volgende dag verloren zou gaan. Op 25 december 1941 werd de onderzeeboot Hr. Ms. K XVI, onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse Jarman, op 60 mijl ten noordwesten van Kuching door de Japanse onderzeeboot I 66 getorpedeerd. De hele bemanning (in totaal 36 man) kwam hierbij om het leven.

Verdediging in Singkawang en Pontianak (Nederlands-Indië)[bewerken]

Aanzicht van Nederlands-Borneo bij Martapoera in de jaren 20 van de 20ste eeuw.

De Nederlandse strijdkrachten hadden een belangrijk vliegveld te Singkawang, Singkawang II geheten, dat verdedigd werd door ongeveer 750 man. De Marine Luchtvaartdienst groep GVT1 met drie Dornier Do 24 watervliegtuigen was gestationeerd te Pontianak; daar was tevens een garnizoen van het Indische leger, gecommandeerd door luitenant-kolonel Dominicus Mars en bestaande uit ongeveer 500 manschappen. De Nederlandse troepen op Borneo bestonden uit de volgende eenheden:

  • Het garnizoensbataljon van West-Borneo van het Indische leger.
  • De Stadswacht infanterie compagnie (ongeveer 125 man) in Pontianak.
  • De Luchtafweercompagnie (met 2 40 mm (1.57 in.) kanonnen) en een paar AA machinegeweren
  • Een eenheid hulptroepen
  • Een Stadswachtdetachment (ongeveer 50 man) in Singkawang
  • Een Stadswachtdetachment (onbekende sterkte) in Sintang

Pontianak werd uiteindelijk door de Japanse troepen bezet op 29 januari 1942.

1rightarrow blue.svg Zie ook de verrichtingen van Johan Davijt

Japanse landing en veldslagen[bewerken]

ABDA-gebied.

De Japanse troepen, gecommandeerd door generaal-majoor Kiyotake Kawaguchi, bestonden uit eenheden uit Canton, Zuid-China.

  • Het hoofdkwartier van de 35ste infanterie-brigade
  • Het 124ste infanterie-regiment van de Japanse 18de divisie
  • De 2de Yokosuka landingsmacht
  • Het vierde peloton van de marine constructie-eenheid
  • Een peloton van het 12de genie-regiment
  • Een eenheid van de 18de divisie sein-eenheid
  • Een eenheid van de 18de divisie hospitaal
  • De vierde eenheid veldhospitaal, 18de divisie
  • Een eenheid van de 11de afdeling watertoevoer en hygiëne

Op 13 december 1941 verliet de Japanse invasiemacht Cam Ranh Bay in Frans Indochina, waarbij het werd begeleid door de kruiser Yura (vice-admiraal Shintaro Hashimoto) en torpedobootjagers van de twaalfde torpedobootdivisie, de Murakumo, de Shinonome, de Shirakumo en de Usugumo, de onderzeebootjager Ch7 en het vliegdekschip Kamikawa Maru. Tien transportschepen vervoerden het Japanse 35ste infanteriebrigade HQ, dat onder commando stond van generaal-majoor Kiyotake Kawaguchi. De ondersteunende troepen, gecommandeerd door viceadmiraal Takeo Kurita, bestonden uit de kruisers Kumano en Suzuya en de torpedobootjagers Fubuki en Sagiri.

Japanse walvisvaarder die is beschadigd door een Nederlandse onderzeeër bij Kuching

De bedoeling was dat een deel van de Japanse troepen Miri en Seria zouden veroveren, terwijl de resterende troepen Kuching en de nabijgelegen olievelden zouden bestormen. De troepen naderden zonder opgemerkt te worden en in de vroege morgen van 15 december 1941 veroverden twee landingseenheden Miri en Seria met maar heel weinig tegenstand van de Engelse troepen. Een paar uur later was ook Lutong in Japanse handen.

Ondertussen bewoog de strijdmacht onder leiding van luitenant-kolonel Watanabe zich op 31 december 1941 naar het noorden om Brunei, Labuan en Jesselton te bezetten. Op 28 januari 1942 landden Japanse troepen met kleine boten te Sandakan, de zetel van het Britse bestuur van Noord-Borneo. De militaire macht van Noord-Borneo (slechts 650 man) was niet in staat veel tegenweer te geven om de Japanse opmars te stuiten. Tijdens de morgen van de 19de januari gaf gouverneur Robert Smith Noord-Borneo over aan de Japanners en werd zelf krijgsgevangen gemaakt.

Nadat de Japanse troepen de olievelden in bezit hadden genomen, op 22 december, trokken zij verder naar het westen, naar Kuching. De Japanse luchtmacht bombardeerde intussen Singkawang, om een aanval van Nederlandse zijde te voorkomen. Nadat de troepen een enkele Nederlandse duikboot hadden verdreven kwamen de Japanse troepen op 23 december bij de monding van de Santubong-rivier. Het konvooi arriveerde bij Kaap Sipang, waarop de landing de volgende morgen in 20 transporten onder commando van kolonel Akinosuke Oka begon. Hoewel het tweede bataljon van het vijftiende Punjab-regiment de aanval weerstond werd zij al snel gedecimeerd en gedwongen het heil stroomopwaarts van de rivier te zoeken. Tegen de middag was Kuching in Japanse handen.

Omstreeks veertig minuten na vier uur in de middag van 25 december namen Japanse troepen met succes het vliegveld van Kuching in bezit. Het Punjab-regiment trok via het oerwoud terug naar het gebied rond Singkawang. Nadat ook deze plaats was veroverd door de Japanners (29 december) ging het restant van de Nederlandse en Engelse troepen door het oerwoud in zuidelijke richting om te proberen Sampit en Pangkalanbun te bereiken, waar een Nederlands vliegveld te Kotawaringin was. Zuid en centraal Kalimantan werd genomen door de Japanse marine, nadat aanvallen waren gedaan op het oostelijk en westelijke gedeelte. Na tien weken in de met oerwoud bedekte bergen te hebben gebivakkeerd gaven de geallieerde troepen zich op 1 april 1942 over.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties