Toccata en Fuga in d-moll (BWV 565)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Toccata en Fuga in d kleine terts (BWV 565) is wellicht het beroemdste orgelwerk van Johann Sebastian Bach (1685 - 1750).

Begin van de Toccata en Fuga in d kleine terts

Ontstaan[bewerken]

Het werk is gecomponeerd in de tijd dat Bach in Weimar verbleef (1708-1717). Van al het werk van Bach is deze toccata en fuga één van de meest vrije en expressiefste qua vorm. Bach improviseerde graag op de klavecimbel en het orgel en deze compositie ontstond waarschijnlijk vanuit een improvisatie toen hij op het orgel in de Thomaskirche in Leipzig oefende. In deze lange, hoge en smalle kerk, die een nagalmtijd van 3,5 seconde heeft, moeten de donderende harmonieën van dit stuk lang en stormachtig een kosmische indruk hebben gemaakt. Een van de karakteristieken van deze toccata is haar enorme ritmische vrijheid en de plasticiteit van het melodische materiaal. In de opvolging van de harmonieën is het stuk baanbrekend omdat het ontwerp van het stuk onregelmatig en asymmetrisch is. Voor die tijd - en ook heel lang ná die tijd - was dit ongehoord.

Het woord 'toccata' (een afleiding van het Italiaanse toccare, dat 'aanraken' betekent) beschrijft een compositie die bedoeld is om de virtuositeit van een toetsenist ten volle uit te buiten. Het was Bachs uitvinding om een toccata in één werk met een fuga (een strak gestructureerde muziekvorm waarin een thema in verschillende toonsoorten wordt ontwikkeld, zodat het met zichzelf harmonieert) te combineren. In Bachs Toccata is het thema van de fuga gebaseerd op de eerste paar noten van de toccata. Het start in de violen en beweegt zich daarna langs alle instrumenten van het orgel en keert weer terug naar de toccata voor een groots slot.

Het is overigens de vraag of dit werk door Bach is gecomponeerd. Op grond van een aantal overwegingen wordt dit tegenwoordig betwijfeld. Het gaat dan onder meer om de afwezigheid van een ondertekening van Bach, maar met name om de sterke stilistische verschillen die er zijn tussen dit werk en zijn andere orgelcomposities (zo is het ongewoon voor Bach om met octaven te beginnen). Volgens sommigen is het dan ook een stuk van Johann Peter Kellner. De musicoloog Peter Williams voert daarentegen aan dat het gaat om een orgelbewerking van een werk van Bach voor viool.[1]

Bewerkingen[bewerken]

Van dit werk zijn tientallen bewerkingen gemaakt.

De bekendste is de bewerking voor symfonieorkest van Leopold Stokowski. Deze grote bekendheid ontstond doordat dit stuk als openingsdeel van Walt Disney's film Fantasia (1940) werd gebruikt. Jaren daarvoor had Stokowski al een groot verkoopsucces met dit stuk geboekt. In 1927 nam hij met gebruikmaking van de modernste opnametechnieken het stuk op op twee 78-toerenplaten. De première was geweest met het Philadelphia Orchestra in 1926. Van deze compositie zijn nadien tientallen andere opnamen gemaakt waarbij de stereo-opname van Stokowski zelf, opgenomen op 15 januari 1958 in New York, door de internationale vakpers als dé referentieopname wordt gezien.

Zie het artikel: Stokowski's transcriptie van Bachs Toccata en fuga BWV565

Op 3 januari 1963 maakte Leopold Stokowski met het Chicago Symphony Orchestra een televisieopname voor de Amerikaanse zender WGN van deze orkestbewerking. Deze opname is op dvd uitgebracht. Andere componisten die dit werk voor orkest bewerkten, zijn onder meer: Stanisław Skrowaczewski (1962); Lucien Cailliet, René Leibowitz, Leonidas Leonardi, Alois Melchiar, Eugene Ormandy, Fabien Sevitzky en Sir Henry Wood.

Een andere bewerking, Deconstructing Johann genoemd, is die voor zes mannelijke solostemmen door de King's Singers met een door henzelf geschreven ludieke tekst op de moeilijkheden die Bach ervaren zou hebben bij de compositie van dit werk. Het openingsthema wordt gepersifleerd met de openingszin ‘J. S. Baaaaaaach, had a little problem’.

De Amerikaanse musicus Bobby McFerrin maakte van dit werk een bewerking die alleen bestaat uit het neuriën en het produceren van kleine, korte, klikkende geluidjes op basis van de thema's. De Engelse progressieve rockgroep Sky scoorde in 1980 met een bewerking van dit werk een nummer 5-hit in de hitlijsten van Engeland. Er zijn vele transcripties van dit werk voor piano-solo, bijvoorbeeld van Ferruccio Busoni en Piers Lane. Het German Brass Ensemble voert regelmatig haar arrangement voor tien koperinstrumenten van dit werk uit en het Quitessence Saxophone Quintet heeft een persiflage op de Toccata samengesteld met de titel Toccata & Funk & Chorale (voor vijf saxofoons).

De intro van de Toccata wordt gebruikt in diverse computerspellen en een adaptie ervan wordt gebruikt als achtergrondmuziek in het spel Gyruss.

Externe links[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. "BWV 565: a toccata in D minor for organ by J. S. Bach?", Early Music, vol. 9, juli 1981, blz. 330-337