Traktaat van de drie bedriegers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Traktaat over de Drie Bedriegers is een verhandeling uit de 17e en 18e eeuw, waarin de stichters van de drie monotheïstische wereldgodsdiensten, de joodse profeet Mozes, de islamitische profeet Mohammed en de christelijke messias Jezus worden voorgesteld als bedriegers. Het traktaat is gebaseerd op een middeleeuws ketters thema, waarvan de eerste vermelding voor zover bekend uit de tiende eeuw stamt.

Oorsprong van de legende, 'Auteurs'[bewerken]

Onderzoek door de Franse islamgeleerde Louis Massignon heeft de oorsprong van de Drie Bedriegers aangetoond, aan de hand van religieuze propagandageschriften die gebruikt werden door Abû Tâhir Sulaymân (907-944), de derde vorst van het Karmaatse koninkrijk Bahrein, gesticht door een dissidente Ismaëlische sekte. Hij zou gezegd hebben:

In deze wereld hebben drie personen de mensen bedorven, een schaapherder, een dokter en een kameeldrijver. En van die drie is die kameeldrijver de ergste bandiet en de ergste goochelaar geweest.

1239. Onder degenen die er in Europa het eerst van verdacht werden dat ze die ideeën verspreidden, of ze zelfs hadden bewerkt tot een verhandeling, is Frederik II van Hohenstaufen, de keizer van Duitsland en koning van Sicilië (of zijn secretaris Pierre des Vignes). In 1239 werd hij door Gregorius IX [1] ervan beschuldigd dat hij beweerd had dat de hele wereld bedrogen was door drie bedriegers: Mozes, Jezus en Mohammed.

c.1260. Thomas van Cantimpré[2] schrijft het verhaal van de drie bedriegers toe aan de kanunnik Simon van Tournai (ca. 1130-1201), wat in ieder geval aantoont dat het al bekend was in de tijd van Thomas de Cantimpré.

Aan verschillende personen die verdacht werden van atheïsme of beschuldigd werden van godslastering of ketterij werd het auteurschap toegeschreven. Onder de namen die geopperd zijn als bedenker of schrijver van het anonieme geschrift zijn Averroès[3], Giovanni Boccaccio, Pietro Pomponazzi, Machiavelli, Pietro Aretino, Michael Servet, Girolamo Cardano, Giordano Bruno, Thomas Hobbes en Spinoza, om het bij de meest beroemde te houden.

Vervalsingen uit de 18e eeuw[bewerken]

De imposturis religionum[bewerken]

De Tribus Impostoribus 1753 : De imposturis religionum Joachim Müller (1661-1733)

Traité sur les trois imposteurs[bewerken]

Traité sur les trois imposteurs : John Toland, 1711.

La Vie et l'esprit de M. Benoit Spinoza[bewerken]

Het thema van de Drie Bedriegers maakte opgang in het achttiende-eeuwse Europa, toen verschillende boeken met de titel Het traktaat over de Drie Bedriegers clandestien van hand tot hand gingen. Een daarvan, gesteld in het Frans, is bekend onder de titel la Vie et l'esprit de M. Benoit Spinoza of l'Esprit de Spinoza.

Het is een systematische uiteenzetting van ongeloof, met een deïstische ondertoon. Het gaat eerst over de oorzaak van de godsdienst, waarbij het alle motieven opsomt die mensen ertoe brengen om af te wijken van het “gezonde verstand” en laakt

de mensen die er belang bij hebben dat het volk door dergelijke droombeelden koest en in bedwang wordt gehouden.

Vervolgens valt het de drie zogenaamde profeten en heilige teksten aan. De Bijbel wordt bekritiseerd omdat

dat boek niet meer is dan een samenraapsel van fragmenten, die in verschillende tijden zijn samengebreid, door verschillende personen zijn verzameld en openbaar zijn gemaakt na beoordeling door de Rabbijnen, die naar hun eigen fantasie hebben besloten wat toegestaan en wat verworpen moest worden, naar gelang zij vonden dat het in overeenstemming of strijdig met de Wet van Mozes was.

Referenties[bewerken]

  1. 'Die verpestende koning heeft openlijk onder andere bevestigd dat – om zijn eigen woorden te gebruiken – de hele wereld is bedrogen door drie bedriegers: Jezus Christus, Mozes en Mohammed, van wie er twee eervol gestorven zijn, terwijl Jezus aan een kruis is doodgegaan.' Geciteerd door E. Kantorowicz, L’empereur Frédéric II, Parijs, 1987 (1e ed. Duits: 1927), p. 451-452, die eraan toevoegt dat men niet kan bewijzen dat Frederik die woorden al dan niet heeft uitgesproken, maar dat hij daartoe in staat was, en nog wel erger.
  2. Thomas de Cantimpré, De apibus. Zie het artikel, ondertekend met P. R., onder Simon de Tournai in Histoire littéraire de la France, t. 16, Paris, 1824, pp. 390-391, te vinden onder Google Books [archive.
  3. Ernest Renan, Averroès et l’averroïsme (1852), opnieuw uitgegeven te Parijs bij Maisonneuve & Larose, 1997, p. 213; Renan citeert Pierre Bayle, Dictionnaire historique et critique (1697), artikel over Averroès, noot H. (Referentie gegeven door Patrick Marcolini, Le De Tribus impostoribus et les origines arabes de l’athéisme philosophique européen, Cahiers de l'ATP, Oktober 2003.)

Bibliografie[bewerken]

  • Raoul Vaneigem (red.): L’art de ne croire en rien suivi de Livre des trois imposteurs, Éditions Payot et Rivages, Parijs, 2002
  • Louis Massignon: 'La légende de tribus impostoribus et ses origines islamiques' in Revue de l’Histoire des Religions, deel 82, 1920, p. 74-78
  • (it) M. Esposito: 'Una manifestazione d’incredulità religiosa nel medioevo' in Archivio storico italiano, jaargang 7, deel 16, 1931, p. 3-38
  • (en) R.W. Southern: Western views of Islam in the Middle Ages, Cambridge MA (USA), 1962, p. 75 en 16.
  • ‘Aanklacht door Paus Gregorius IX tegen keizer Frederik II, in de context van de tweede excommunicatie’ (1239) in Epistolae saeculi XIII e regestis pontificum romanorum selectae deel 1, ed. C. Rodenberg, Berlijn, 1883, p. 653, n° 750. (Frederik heeft zich tegen deze beschuldiging verdedigd)
  • Ernst Kantorowicz: L’empereur Frédéric II, Parijs, 1987 (eerste uitgave, in het Duits, 1927), p. 451-452
  • Patrick Henriet, 'Cluny, système chrétien (XIe-XIIe siècles). Naar aanleiding van een recente uitgave' in Le Moyen Age, deel 108, 2002, nr. 3-4. (Bron van de hierboven vermelde bibliografische elementen)
  • Thomas de Cantimpré: De Apibus (Schrijft het idee van de drie bedriegers toe aan Simon van Tournai)
  • S. Berti: 'Jan Vroesen, autore del "Traité des Trois Imposteurs" ' in Rivista Storica Italiana 103 (1991), waarvan de noten 4-6 een belangrijke bibliografie verschaffen
  • J.A.I. Champion & R.H. Popkin: Bibliography and Irreligion. Richard Smith’s 'Observations on the Report of a Blasphemous Treatise by some affirmed to have been of late years published in print of three grand impostors, circa 1671, 2006. De noten verschaffen een recente bibliografie
  • Françoise Charles-Daubert, « Le TTP, une réponse au Traité des trois Imposteurs ?, Études philosophiques, Parijs, n°4 (oktober-december 1987), p 385-391, "Le TTP une réponse au Traité des trois imposteurs ?", Hyper-Spinoza.
  • Françoise Charles-Daubert, « Note sur La Vie et l'Esprit de Spinoza - 1719 », Bulletin de l'Association des Amis de Spinoza, Parijs, n°21 (1988).
  • Françoise Charles-Daubert, « Spinoza et les Libertins - Le Traité des Trois Imposteurs ou L'Esprit de Spinoza », in Spinoza, Science et Religion, Over de Wiskundige methode om de Heilige Schrift te interpreteren, Institut Interdisciplinaire d'Etudes Epistémologiques, Lyon, 1988 (verspreiding Vrin, Paris), p. 171-181. N XI, 17 (Jacqueline Lagrée)."Spinoza et les libertins", Hyper-Spinoza
  • Françoise Charles-Daubert, « Les principales sources de L'Esprit de Spinoza, Traité libertin et pamphlet politique », in Werken en Documenten van de Spinozistische Onderzoeksgroep, n°1 : "Lire et traduire Spinoza", Presses de l'Université Paris-Sorbonne, Parijs, 1989, p. 61-107. N XII, 17 (Pierre-Henry Frangne).
  • Françoise Charles-Daubert, « L'image de Spinoza dans la littérature clandestine et l'Esprit de Spinoza », in Spinoza in de XVIIIe eeuw, Méridiens-Klincksieck, Parijs, 1990, p. 51-74.
  • Françoise Charles-Daubert, « Note sur l'Esprit de Spinoza et le Traité des Trois Imposteurs », Bulletin de bibliographie spinoziste XII, supplément aux Archives de Philosophie, Parijs, deel 53, nr. 4 (1990), p. 10-12.
  • Le traité des trois imposteurs et l'esprit de Spinoza : philosophie clandestine entre 1678 et 1768, teksten uitgebracht door Françoise Charles-Daubert, Voltaire Foundation, Oxford, 1999, 800 p.
  • Patrick Marcolini, « Le De Tribus impostoribus et les origines arabes de l’athéisme philosophique européen », Cahiers de l'ATP, oktober 2003, on line.
  • Georges Minois, Le traité des trois imposteurs. Histoire d'un livre blasphématoire qui n'existait pas, Parijs, Albin-Michel, 2009.