Keizer Frederik II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Frederik II van Hohenstaufen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik II
Frederick II and eagle.jpg
Rooms-Duits (tegen-)koning en keizer
Regeerperiode 1212 - 1250
Betwist door Otto IV (1211-1218)
Hendrik Raspe (1246-1247)
Willem II, graaf van Holland (1247-1250)
Voorganger Otto IV
Opvolger Koenraad IV
Koning van Sicilië
Regeerperiode 1198 - 1250
Huis Hohenstaufen
Vader Hendrik VI
Moeder Constance van Sicilië
Geboren 26 december 1194
Jesi
Gestorven 13 december 1250
Castel Fiorentino
Echtgenotes 1e Constance van Aragon
2e Yolande van Jeruzalem
3e Isabella van Engeland
Religie Rooms-katholiek

Frederik II (Jesi, 26 december 1194 - Castel Fiorentino, 13 december 1250) was sinds 1198 koning van Sicilië, sinds 1215 Duits koning en van 1220 tot 1250 keizer van het Heilige Roomse Rijk. Frederik was de zoon van Hendrik VI van Hohenstaufen en Constance van Sicilië. Via zijn moeder was hij de kleinzoon van Rogier II van Sicilië. Via zijn vader was hij de kleinzoon van Frederik I van Hohenstaufen bijgenaamd Frederik Barbarossa.

Kinder- en jeugdjaren[bewerken]

Frederik werd geboren op 26 december 1194, één dag na de kroning van zijn vader Hendrik VI tot koning van Sicilië. Zijn moeder, Constance van Sicilië, onderweg naar Sicilië, was opgehouden als gevolg van haar zwangerschap; zij schonk het leven aan haar zoon in het stadje Jesi in de Marken.

Volgens propagandaverhalen baarde Constance haar kind in een praaltent op het marktplein van Jesi. Constance was al veertig jaar oud en realiseerde zich dat velen haar moederschap in twijfel zouden trekken, daarom zou zij enige matrones uit het stadje verzocht hebben om als getuige bij de geboorte aanwezig te zijn. Later zou ze teruggekeerd zijn naar het marktplein, alwaar zij haar kind publiekelijk de borst gaf.

Enige tijd later werd Frederik in Assisi gedoopt en kreeg hij de namen van zijn twee illustere grootvaders: Frederik Rogier.

Zijn vader Hendrik VI was reeds Rooms keizer toen hij op kerstdag 1194 tot koning van Sicilië gekroond werd. Om het keizerschap voor het huis van Hohenstaufen veilig te stellen had Hendrik VI de keurvorsten laten beloven dat ze zijn zoon tot koning van de Duitsers zouden kiezen. Toen Hendrik in september 1197, tijdens een jachtpartij in de buurt van Messina, overleed aan de gevolgen van een koortsaanval, bevond de kleine Frederik zich nog steeds in Midden-Italië onder de bescherming van graaf Koenraad van Spoleto. Het kind werd in grote haast naar zijn moeder aan het hof in Palermo gebracht.

Constance van Sicilië die als dochter van de laatste Noormannenkoning Rogier II Hauteville aanspraak kon maken op de titel koningin van Sicilië, liet haar drie jaar oude zoontje op 17 mei 1198 tot koning kronen terwijl zij zichzelf als regent aanstelde. In Frederiks naam verbrak zij de banden met het keizerrijk, en deed afstand van de aanspraken op het Duitse koningschap. Zij deed dit om Frederiks kans, koning van Sicilië te blijven, te vergroten . Om dit te realiseren was steun van de paus noodzakelijk. Aangezien de paus niets meer vreesde dan een vereniging van het koninkrijk Sicilië met het Roomse Rijk, was hij hier graag toe bereid. Hendrik VI had zich bijzonder wreed gedragen gedurende de korte periode dat hij koning van Sicilië was. Zijn Duitse raadgevers en avonturiers waren door de bevolking gehaat; Constance stuurde hen naar het vaste land van Italië (ook onderdeel van het koninkrijk Sicilië), alwaar Hendrik hen rijkelijk van lenen had voorzien.

Nog in hetzelfde jaar stierf Constance op 28 november 1198, maar niet nadat zij het bestuur van het koninkrijk had ondergebracht bij een raad van regenten, onder leiding van kanselier Walter van Palear, en de nieuwe paus Innocentius III had aangesteld als voogd over haar zoontje.

Tijdens de minderjarigheid van Frederik II raakte zijn koninkrijk in verval. Grote gedeelten van de koninklijke domeinen werden weggegeven, terwijl verschillende groepen elkaar, in steeds wisselende allianties, bevochten. Verschillende verbannen Duitsers zoals Diphold van Vohburg en Markward von Annweiler keerden terug naar het eiland, waarbij de laatste de kind-koning zelfs in handen wist te krijgen. Op aandringen van de paus heeft Wouter van Brienne zich in de strijd gemengd. Wouter was niet van onbesproken gedrag, en vóórdat Frederik meerderjarig werd vluchtte hij naar Venetië. Hij is daarna niet meer in het koninkrijk van Sicilië weergekeerd.

Als gevolg van deze onstabiele situatie beval Frederik, toen hij meerderjarig was, een oorkondeschouw. Iedereen die een oorkonde van de koning had, moest deze komen tonen. Allen werden ongeldig verklaard alleen deze die Frederik nog wenselijk achtte werden opnieuw aan de eigenaars gegeven. Hiermee werd veel verloren gegaan bezit voor de kroon herwonnen.

Uiteindelijk kreeg paus Innocentius III de situatie enigszins onder controle. Bij het meerderjarig worden van de jonge koning (14 jaar) arrangeerde deze paus een huwelijk met Constance van Aragon. Constance van Aragon was reeds weduwe van koning Emmerik van Hongarije en zij bracht als bruidsschat 500 ridders mee. Deze waren nodig om de greep van Frederik op zijn troon te verstevigen, al mocht dat niet echt baten want eenmaal in Italië stierf een groot gedeelte van de ridders door een epidemie.

Bij het huwelijk was Constance dertig jaar oud en haar jonge bruidegom vijftien, twee jaar later werd een zoon geboren; Hendrik. Frederik moet echt van haar gehouden hebben, want bij haar begrafenis heeft hij in een emotioneel moment de kroon van Constance in haar sarcofaag geplaatst. Deze wordt tentoongesteld in de schatkamer van de kathedraal van Palermo.

Keizer[bewerken]

Na zijn keizerskroning in 1220 kon hij zijn aandacht volledig richten op Sicilië. Hier waren de moslims, wier voorvaderen zich daar reeds in 827 gevestigd hadden, in opstand gekomen. In de heuvels rond Palermo en Monreale probeerden ze een eigen islamitische staat te stichten. Als koning van Sicilië kon hij deze situatie niet tolereren en in 1222 begon hij aan een grootse veldtocht om op het eiland de orde te herstellen. Hij omsingelde de verblijfplaats van de opstandelingen en dwong hen zich na twee maanden over te geven, waarna hij hun leider Ibn-Abbad in Palermo liet ophangen. Om toekomstige problemen te vermijden liet hij de moslims die zich niet wilden bekeren tot het christendom, overplaatsen naar de stad Lucera. Dit waren er ten minste 20.000. Paus Honorius III ging ervan uit dat door hun afzondering deze moslims zich snel zouden bekeren. Onder zijn opvolger Gregorius IX echter bleken deze moslims allemaal Italiaans te spreken en nog maar weinig te hebben ingeboet van hun islamitische geloofsovertuiging. Hij reageerde hierop door hen allen te dwingen zich te bekeren. Frederik reageerde hier niet echt op omdat de bedoeling van Lucera militair en economisch was. Hierna verdween Lucera uit de pauselijke belangstelling en dus ook grotendeels uit de geschiedenis.

In 1225 trad Frederik in het huwelijk met de dochter van Jan van Brienne, Yolande. Bij gelegenheid van zijn kroning (Aken 1215) beloofde hij aan de paus om op kruistocht te gaan. Hij vertrok pas in 1228 en was ondertussen al een keer geëxcommuniceerd geweest omdat hij zijn vertrek uitstelde. De bedoeling van Frederik was om door middel van compromispolitiek de heilige plaatsen definitief open te stellen voor het Westen.

In 1229 sloot hij in Egypte de tien jaar durende Vrede van Jaffa met sultan Al Kamil van Egypte. Al Kamil had Frederik eigenlijk willen gebruiken als machtsmiddel tegen zijn broer al-Mu'azzam, die de sultan van Syrië was. Al-Mu'azzam was echter al in 1227 overleden. Toen Frederik in 1228 arriveerde in het Heilig Land, was hij voor Al Kamil een doorn in het oog. Door te dreigen met geweld en ondertussen een diplomatiek offensief in te zetten (iets waarin Frederik door zijn intelligentie, opleiding en gevoel voor hoofse cultuur uitblonk) wist hij al-Kamil uiteindelijk zover te krijgen om de heilige steden en een kuststrook van Israël aan hem te overhandigen. Door deze vrede kregen de christenen een wijde bewegingsvrijheid in Palestina. Omdat Frederik geëxcommuniceerd was, kroonde hij zichzelf op 12 maart 1229 tot koning van Jeruzalem. Terwijl dit gebeurde, haastte de Patriarch van Jeruzalem zich naar de stad, gewapend met de opdracht tot interdict van de stad van de hand van paus Gregorius IX. De Frankische vorsten accepteerden Frederik II als regent voor de koning (Frederiks zoon Koenraad, die via zijn moeder van de bloedlijn van de koningen van Jeruzalem was), maar weigerden zijn directe gezag in alles te accepteren. Volgens de tradities van het Koninkrijk Jeruzalem waren er duidelijke grenzen aan wat de koning wel en niet mocht. Als gevolg hiervan kwam Frederik in conflict met een aantal van hen. Dit conflict duurde nog zo'n tien jaar, tot aan de dood van Richard Filangieri, de Italiaanse vertegenwoordiger van Frederik in het koninkrijk. Ten slotte kreeg Frederik nog onenigheid met de Tempeliers omdat hij de Duitse Orde meer rechten wou geven in het Heilig Land. Uiteindelijk verliet hij Akko en keerde terug naar Sicilië, waar hij eerst en vooral de bezittingen van de Tempeliers in beslag liet nemen. In 1244 ging Jeruzalem definitief voor het westen verloren.

In 1231 werden in het koninkrijk Sicilië de Constituties van Melfi afgekondigd. In tegenstelling tot het slappere centraal gezag dat Frederik in het Heilige Roomse Rijk bezat, ging hij in Sicilië over tot een verstrakking van het centraal gezag. Hij voerde een verregaande centralisatie in naar Byzantijns model.[1]

Hij was in zijn eigen tijd bekend als Stupor Mundi ("verbazing der wereld") en sprak zes talen: Latijn, Siciliaans, Duits, Frans, Grieks en Arabisch.[2] Hij was geïnteresseerd in filosofie en wetenschap, en onderhield een correspondentie met de Egyptische sultan Al-Kamil en met de Egyptische edelman Fakr ad-Din. Deze laatste had hij zelfs een keizerlijk banier geschonken; Fakr had deze beeltenis op zijn eigen banier laten plaatsen, als eerbewijs voor de keizer. Op het eind van zijn leven heeft Frederik een standaardwerk over de valkenjacht geschreven: De Arte Venandi cum Avibus (Over de kunst van het jagen met vogels).

Huwelijken en nakomelingen[bewerken]

Legitiem[bewerken]

Illegitiem[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Olaf Rader, Friedrich II. Der Sizilianer auf dem Kaiserthron. ISBN 978-3-406-60485-0
  2. Cronica, Giovanni Villani Boek VI e. 1. ("Seppe la lingua Latina, volgare, Tedesca, Francese, Greca, Saracinesca.")

Fictie[bewerken]

  • Jan Pieter Guépin, De drie bedriegers Mozes, Jezus en Mohammed. Amsterdam 2006, (Athenaeum).
Karolingen (800–911): Karel de Grote · Lodewijk I de Vrome · Lotharius I · Lodewijk II · Lodewijk III de Duitser · Karel II de Kale · Lotharius II · Karloman van Beieren1 · Lodewijk III de Jonge1 · Karel III de Dikke · Arnulf van Karinthië · Lodewijk IV het Kind
Italiaanse keizers (891–928): Guido van Spoleto · Lambert van Spoleto · Lodewijk de Blinde · Berengarius van Friuli
Ottonen (911–1024): Koenraad I van Franken2 · Hendrik I de Vogelaar · Otto I de Grote · Otto II · Otto III · Hendrik II de Heilige
Saliërs (1024–1125): Koenraad II · Hendrik III · Hendrik IV · Rudolf van Rheinfelden · Herman van Salm · Koenraad (III)1 · Hendrik V
Hohenstaufen (1125–1254): Lotharius III2 · Koenraad III · Hendrik (VI) Berengarius1 · Frederik I Barbarossa · Hendrik VI · Filips van Zwaben · Otto IV2 · Frederik II · Hendrik VII1 · Koenraad IV · Hendrik Raspe
Interregnum (1254–1273): Willem van Holland · Richard van Cornwall · Alfons van Castilië
Versch. dynastieën (1273–1437): Rudolf I · Adolf van Nassau · Albrecht I · Hendrik VII · Lodewijk V de Beier · Frederik de Schone1 · Karel IV · Gunther van Schwarzburg · Wenceslaus · Ruprecht van de Palts · Jobst van Moravië · Sigismund
Habsburgers (1437–1806): Albrecht II · Frederik III · Maximiliaan I · Karel V · Ferdinand I · Maximiliaan II · Rudolf II · Matthias · Ferdinand II · Ferdinand III · Ferdinand IV1 · Leopold I · Jozef I · Karel VI · Karel VII Albrecht2 · Frans I Stefan · Jozef II · Leopold II · Frans II

Vetgedrukt: keizer · Cursief: tegenkoning · 1 medekoning (in een deelrijk)· 2 afkomstig uit een andere dynastie