Twaalftafelenwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Twaalftafelenwet of de Wet der XII Tafelen (Latijn: Duodecim Tabulæ of Lex Duodecim Tabularum) noemt men de oudste optekening van de civiele wetten van het Romeinse Rijk, die aan de basis stonden van het Romeins recht. De Wet van de Twaalf Tafelen dateert van omstreeks 451 v.Chr. en omvat zowel civiele rechten van de ciues (wapenbroeders) als de te volgen civiele procedure uit de oud-Romeinse tijd. De tekst zelf van de oorspronkelijke Wet is verdwenen, maar er zijn nog citaten uit terug te vinden. Sommige wetten waren nog volgens het ius talionis. De indeling publiekrecht als privaatrecht die men er placht aan te geven is een anachronisme.

Volgens de overlevering kwam deze wetgeving tot stand tijdens de jaren 451 v.Chr., op aandringen van de plebejers, door een college van tien mannen, de decemviri legibus scribundis, die de ongeschreven wetten van het gewoonterecht noteerden op twaalf stenen tafelen, zodat ze voor iedereen kenbaar zouden zijn. De inhoud is typerend voor een republiek waarin het leger centraal stond. Na de verwoesting van de stenen tafelen door de Galliërs werd er een bronzen versie geplaatst, die nog later werd omgesmeed.

Een van de inscripties in de Twaalftafelenwet was de mogelijkheid voor de pater familias om een pasgeboren nakomeling met een zichtbaar gebrek voor de tiende levensdag te doden (Cicero, De Legibus, 3.8.19). Dit was een onderdeel van het ius vitae necisque, vaak vertaald als het recht om te oordelen over leven en dood van zijn kinderen.

Opmerkelijk was de inscriptie dat men bij het beschuldigen van diefstal reeds de intentie diende te bewijzen.

Externe link[bewerken]

Nederlandse vertaling[bewerken]

  • Lex XII tabularum, trad. edd. J. Hanenburg, Gent, 1972.
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ab Urbe Condita. Een geschiedenis van Rome.