Vermogensbelasting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vermogensbelasting is een directe belasting die geheven wordt over het vermogen ongeacht de inkomsten die uit dit vermogen verkregen worden. Deze belasting werd lange tijd in Nederland volgens de bepalingen van de aparte Wet op de Vermogensbelasting geheven. Deze werd in 2001 ingetrokken. Ook sindsdien wordt nog belasting op vermogen geheven, maar nu door middel van de vermogensrendementsheffing in box 3 in plaats van middels een aparte wet.

Argumenten voor en tegen vermogensbelasting[bewerken]

Al voor de invoering van de inkomstenbelasting werd door economen zoals De Bruyn Kops gepleit voor de invoering van een vermogensbelasting. Omdat het vermogen vroeger vooral uit onroerende zaken bestond was dit immers gemakkelijker vast te stellen dan het inkomen. Een voordeel van het belasten van het vermogen ten opzichte van het belasten van de inkomsten uit vermogen is dat geen verschil hoeft te worden gemaakt tussen belaste dividenduitkeringen en niet of lager belaste koerswinsten en dat schijninkomsten uit rente die wordt uitgekeerd om inflatie of risico's te compenseren niet worden belast. Als nadeel kan gezien worden dat eigenaars hun onroerend goed slechter zullen onderhouden wanneer de onderhoudskosten niet meer aftrekbaar zijn voor de belasting. Economisch gezien heeft een vermogensrendementsheffing hetzelfde effect als de vermogensbelasting.

Nadeel is ook de mobiliteit van het vermogen. Terwijl vroeger een vermogen hoofdzakelijk bestond uit onroerend goed, bestaat een vermogen sinds de Industriële revolutie vooral uit aandelen en obligaties. Door het vrij verkeer van kapitaal is het niet moeilijk om zijn vermogen te verplaatsen naar een andere EU-lidstaat. Dit leidde tot fiscaal toerisme. Bekend voorbeeld zijn de Nederbelgen, namelijk Nederlanders die wegens de vermogensbelasting net over de grens in de Belgische provincies Antwerpen en Limburg kwamen wonen. Doordat de domicilie naar het buitenland verplaatst, verliest de overheid vaak ook inkomsten in de vorm van personenbelasting. De kosten/baten-analyse van een vermogensbelasting wordt daarom vaak betwist. In veel landen waar de vermogensbelasting werd afgeschaft, werd als alternatief de belasting van onroerende goederen verstrengd.

Vermogensbelasting naar land[bewerken]

België[bewerken]

België heft geen vermogensbelasting. Vóór 2001 was dit een reden voor vermogende Nederlanders om hun fiscale woonplaats van Nederland naar België te verplaatsen. Hiermee kon de heffing van Nederlandse vermogensbelasting voorkomen worden. Mits de woonplaats daadwerkelijk naar België verplaatst werd, was er in zo'n geval overigens geen sprake van belastingfraude.

Nederland[bewerken]

In Nederland werd tot en met 2000 een vermogensbelasting geheven van 0,7% van het vermogen op 1 januari (de peildatum) van elk jaar na aftrek van de schulden en een vrijgesteld deel. De vermogensbelasting ontmoette een toenemende maatschappelijke weerstand. Met name vermogende particulieren wisten deze belasting in toenemende mate te ontwijken door gebruik te maken van bepaalde legale constructies, of te ontduiken door roerend vermogen in belastingparadijzen met een bankgeheim te plaatsen en dit vermogen niet langer in Nederland aan te geven (belastingfraude).

Per 1 januari 2001 is de Wet op de Vermogensbelasting 1964 ingetrokken en vervangen door de vermogensrendementsheffing in box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De wet veronderstelt een forfaitair rendement van 4% hierover, en belast dit tegen 30%. Uiteindelijk wordt dus 1,2% (30% van 4%) geheven over het vermogen per 1 januari van het betreffende belastingjaar. Dit is dus meer dan de oude vermogensbelasting, maar daar staat tegenover dat de inkomsten uit vermogen niet langer belast worden. Bij een groot vermogen en een belastbaar rendement van 4% waarover voorheen 60% inkomstenbelasting betaald moest worden is het totale tarief dus gedaald van 3,1% naar 1,2%. Bij een groot vermogen en een belastingvrij rendement is het tarief echter gestegen van 0,7% naar 1,2%. Juridisch is de vermogensbelasting in Nederland in 2001 opgehouden, maar economisch is deze dus (als onderdeel van de inkomstenbelasting) blijven bestaan.[1]

Zie ook de geschiedenis van de inkomstenbelasting.

Anti-cumulatieregeling[bewerken]

De anti-cumulatieregeling hield in dat een belastingplichtige niet meer aan inkomsten- en vermogensbelasting tezamen hoefde te betalen dan 68% van zijn inkomen voor de inkomstenbelasting. Een onbedoeld effect was dat een dga (directeur grootaandeelhouder) een nul-inkomen van de eigen BV kon bedingen en zijn vermogen zo kon beleggen dat het rendement belastingvrij was. Omdat er geen belastbaar inkomen was hoefde over het aanwezige vermogen ook niets betaald te worden.

Vermogensbelasting in Europa[bewerken]

In volgende Europese staten geldt of gold een vermogensbelasting:

Land Status
Denemarken afgeschaft 1995
Duitsland afgeschaft 1997
Finland afgeschaft 2006
Frankrijk 0,55% tot 1,8%
Griekenland 0,8%
Ierland afgeschaft 1974
IJsland 1,5%
Italië afgeschaft 1992
Liechtenstein 0,07%
Luxemburg afgeschaft 2006
Nederland 1,2% (30% van 4%)
Noorwegen 0,9% tot 1,1%
Oostenrijk afgeschaft 1994
Spanje afgeschaft 2008
Zweden afgeschaft 2007
Zwitserland op kanton-niveau

Internationale aspecten[bewerken]

Zie voor de internationale aspecten van vermogensbelastingen: belastingverdrag.

Bronnen, noten en/of referenties