Vermogensbelasting
Vermogensbelasting is een directe belasting die geheven wordt over het vermogen ongeacht de inkomsten die uit dit vermogen verkregen worden. Deze belasting werd lange tijd in Nederland volgens de bepalingen van de aparte Wet op de Vermogensbelasting geheven. Deze werd in 2001 ingetrokken.
Inhoud |
[bewerken] Argumenten voor en tegen vermogensbelasting
Al voor de invoering van de inkomstenbelasting werd door economen zoals De Bruyn Kops gepleit voor de invoering van een vermogensbelasting. Omdat het vermogen vroeger vooral uit onroerende zaken bestond was dit immers gemakkelijker vast te stellen dan het inkomen. Een voordeel van het belasten van het vermogen ten opzichte van het belasten van de inkomsten uit vermogen is dat geen verschil hoeft te worden gemaakt tussen belaste dividenduitkeringen en niet of lager belaste koerswinsten en dat schijninkomsten uit rente die wordt uitgekeerd om inflatie of risico's te compenseren niet worden belast. Als nadeel kan gezien worden dat eigenaars hun onroerend goed slechter zullen onderhouden wanneer de onderhoudskosten niet meer aftrekbaar zijn voor de belasting. Economisch gezien heeft een vermogensrendementsheffing hetzelfde effect als de vermogensbelasting.
Nadeel is ook de mobiliteit van het vermogen. Terwijl vroeger een vermogen hoofdzakelijk bestond uit onroerend goed, bestaat een vermogen sinds de Industriële revolutie vooral uit aandelen en obligaties. Door het vrij verkeer van kapitaal is het niet moeilijk om zijn vermogen te verplaatsen naar een andere EU-lidstaat. Dit leidde tot fiscaal toerisme. Bekend voorbeeld zijn de Nederbelgen, namelijk Nederlanders die wegens de vermogensbelasting net over de grens in de Belgische provincies Antwerpen en Limburg kwamen wonen. Doordat de domicilie naar het buitenland verplaatst, verliest de overheid vaak ook inkomsten in de vorm van personenbelasting. De kosten/baten-analyse van een vermogensbelasting wordt daarom vaak betwist. In veel landen waar de vermogensbelasting werd afgeschaft, werd als alternatief de belasting van onroerende goederen verstrengd.
[bewerken] Vermogensbelasting in België
België heft geen vermogensbelasting. Vóór 2001 was dit een reden voor vermogende Nederlanders om hun fiscale woonplaats van Nederland naar België te verplaatsen. Hiermee kon de heffing van Nederlandse vermogensbelasting voorkomen worden. Mits de woonplaats daadwerkelijk naar België verplaatst werd, was er in zo'n geval overigens geen sprake van belastingfraude.
[bewerken] Vermogensbelasting in Nederland
In Nederland werd tot en met 2000 een vermogensbelasting geheven van 0,7% van het vermogen op 1 januari (de peildatum) van elk jaar na aftrek van de schulden en een vrijgesteld deel. De vermogensbelasting ontmoette een toenemende maatschappelijke weerstand. Met name vermogende particulieren wisten deze belasting in toenemende mate te ontduiken door gebruik te maken van bepaalde constructies (niet per definitie ongeoorloofd) of door roerend vermogen in belastingparadijzen met een bankgeheim te plaatsen en dit vermogen niet langer in Nederland aan te geven (belastingfraude).
Per 1 januari 2001 is de Wet op de Vermogensbelasting 1964 ingetrokken en vervangen door de vermogensrendementsheffing in box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Daarbij wordt het vermogen op 1 januari en het vermogen op 31 december genomen, opgeteld, en gedeeld door twee. De wet veronderstelt een forfaitair rendement van 4% hierover, en belast dit tegen 30%. Uiteindelijk wordt dus 1,2% (30% van 4%) geheven over het gemiddeld vermogen. Dit is dus meer dan de oude vermogensbelasting, maar daar staat tegenover dat de inkomsten uit vermogen niet langer belast worden. Voor bezitters van grote vermogens, die voorheen 60% inkomstenbelasting betaalden, is het tarief bij een effectief rendement van 4% dus gedaald van 3,1% naar 1,2%. Juridisch is de vermogensbelasting in Nederland in 2001 opgehouden, maar economisch is deze dus (als onderdeel van de inkomstenbelasting) blijven bestaan.
[bewerken] Anti-cumulatieregeling
Een bekende manier om minder of zelfs geen vermogensbelasting te betalen, was de zogenaamde anti-cumulatieregeling. Deze regeling, die ook wel 'Lubbers-regeling' genoemd werd, hield het volgende in. Een belastingplichtige hoefde niet meer aan Inkomsten en Vermogensbelasting tezamen te betalen dan 68% van zijn inkomen voor de Inkomstenbelasting. Van de regeling werd vooral misbruik gemaakt door dga's (directeur grootaandeelhouder). Men kon een nul-inkomen van de eigen BV bedingen en zo geen Loon- en Inkomstenbelasting betalen. Omdat er geen inkomen was, hoefde vervolgens over het aanwezige vermogen ook niets betaald te worden.
[bewerken] Vermogensbelasting in Europa
In volgende Europese staten geldt of gold een vermogensbelasting:
| Land | Status |
|---|---|
| Denemarken | afgeschaft 1995 |
| Duitsland | afgeschaft 1997 |
| Finland | afgeschaft 2006 |
| Frankrijk | 0,55% tot 1,8% |
| Griekenland | 0,8% |
| Ierland | afgeschaft 1974 |
| IJsland | tarief onbekend |
| Italië | afgeschaft 1992 |
| Liechtenstein | 0,07% |
| Luxemburg | afgeschaft 2006 |
| Nederland | 1,2% (30% van 4%) |
| Noorwegen | 0,9% tot 1,1% |
| Oostenrijk | afgeschaft 1994 |
| Spanje | afgeschaft 2008 |
| Zweden | afgeschaft 2007 |
| Zwitserland | op kanton-niveau |
[bewerken] Internationale aspecten
Zie voor de internationale aspecten van vermogensbelastingen: belastingverdrag.