Vlaktaks
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De vlaktaks (eng: flat tax) of proportionele belasting is een vorm van inkomstenbelasting waarbij ieder inkomen met hetzelfde percentage belast wordt. De vlaktaks houdt het midden tussen de progressieve belastingen waarbij het tarief hoger wordt naarmate het inkomen stijgt en de degressieve belastingen waarbij het tarief lager wordt naarmate het inkomen stijgt.
Inhoud |
[bewerken] Theorie
In de economische wetenschap is de vlaktaks veelvuldig bestudeerd, meestal in combinatie met een negatieve inkomstenbelasting of basisinkomen. De vlaktaks is een liberaal principe en wordt niet graag gezien door socialisten, die menen dat het de armsten schaadt. Liberalen werpen dan weer op dat een vlaktaks iedereen gelijk behandelt en dat het de economie stimuleert omdat het bijklussen niet afstraft. In de praktijk leidt invoering van een vlaktaks tot een verlaging van het belastingtarief maar daar staat tegenover dat aftrekposten geheel of gedeeltelijk komen te vervallen. Een bijkomend voordeel van een vlaktaks is dat het systeem eenvoudiger wordt, daarmee beter te controleren en uiteindelijk dus kostenbesparend werkt voor de overheid. In Rusland verdubbelden de belastinginkomsten na de invoering van een vlaktaks van 13%.
In de jaren '70 legde de Amerikaanse econoom Arthur Laffer met de zogenaamde Laffercurve het verband tussen belastingopbrengsten en belastingtarieven vast. Hij stelde dat er een verband is tussen de hoogte van belastingopbrengsten en de hoogte van het belastingtarief. Bij een stijgend belastingtarief zal de belastingopbrengst minder evenredig stijgen dan wel dalen. Belastingplichtigen zullen bij een hoger tarief belasting gaan ontwijken of ontduiken hetgeen de belastingopbrengst negatief beïnvloedt.
Het waren Robert Hall en Alvin Rabushka die de vlaktaks als systeem introduceerden in hun boek met de voor de hand liggende titel The Flat Tax. De vlaktaks volgens Hall-Rabuska ziet er uit als volgt:
- Elke vorm van inkomsten wordt slechts één maal belast
- Het belast de inkomsten uniform, volgens eenzelfde percentage
- Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vennootschappen en individuen
- Individuen hebben een grote belastingvrije schijf
[bewerken] Benthamse progressie
Die laatst genoemde schijf geeft aan de vlaktaks een progressief imago. Zo kunnen sociale correcties uitgevoerd worden door met die belastingvrije schijf te spelen. Het aantal belastingen dat een individu moet betalen wordt dus als volgt berekend:
-
- inkomstenbelasting=vlaktaks X (inkomsten - belastingvrije schijf)
Een voorbeeld werkt als volgt. Een vlaktaks kent een belastingvrije schijf van 30.000 en een tarief van 20%. Individu A verdient 40.000, individu B verdient 50.000 en individu C verdient 60.000. De belastingdruk wordt dan als volgt:
- A betaalt (40.000-30.000) x 20% = 20% van 10.000 = 2.000. Op zijn totaal inkomen bedraagt de belastingdruk (2.000/40.000) x 100% = 5%.
- B betaalt (50.000-30.000) x 20% = 20% van 20.000 = 4.000. Op zijn totaal inkomen bedraagt de belastingdruk (4.000/50.000) x 100% = 8%.
- C betaalt (60.000-30.000) x 20% = 20% van 30.000 = 6.000. Op zijn totaal inkomen bedraagt de belastingdruk (6.000/60.000) x 100% = 10%.
Er is hierdoor dus een zeer milde progressie ontstaan, die ook wel bekend staat als de Benthamse progressie, vernoemd naar de filosoof Jeremy Bentham. De effectieve belastingdruk neemt met het stijgen van het inkomen toe tot vrijwel gelijk aan het tarief van de vlaktaks.
[bewerken] Uitgavenbelasting
De laatste jaren speelt het idee in brede kring op om niet de inkomsten, maar eerder de uitgaven te belasten. Zodoende ontmoedigt de belasting de productiviteit niet. Bij toenemende inkomsten van een persoon stijgen over het algemeen zowel de hoeveelheid als de prijs van de geconsumeerde goederen. Als men de uitgaven zou belasten met een vlaktaks, dan zal het beginsel van de sterkste schouders de zwaarste lasten toch overeind blijven.
De discussie leidt weer tot andere knelpunten en moeilijkheden. Zo bestaat er immers al in de meeste landen btw, men vraagt zich af wat de verhouding hiermee zal zijn. Ook controle zou een probleem kunnen vormen, omdat voor individuen uitgaven veel moeilijker te controleren zijn. In een aantal deelstaten in India is met een uitgavenbelasting geëxperimenteerd, maar men is hier op teruggekomen.
[bewerken] Nederland
Voorstellen voor een basisinkomen zijn in de tachtiger jaren en in de negentiger jaren van de 20e eeuw in Nederland meermalen gedaan, waaronder door de minister van economische zaken Wijers (D66). De VVD nam in 2005 de invoering van de vlaktaks op in haar partijprogramma. De PvdA vindt invoering van een vlaktaks onder voorwaarden bespreekbaar. Wel wil de partij een tweede belastingtarief voor de topinkomens. D66 staat er niet negatief tegenover, maar zegt wel dat de hypotheekrenteaftrek erbij betrokken moet worden. Ook de nieuwe partij van Geert Wilders, de Partij voor de Vrijheid, is voorstander van een vlaktaks. In september 2005 stelde de Raad voor Economische Adviseurs voor om een vlaktaks in te voeren ter hoogte van 40-44%. Dit zou gefinancierd moeten worden door minder aftrekposten toe te staan en 65-plussers meer belasting te laten betalen.
Bij de belastingherziening in 2001 werd voor inkomen uit vermogen een vlaktaks van 30% op de fictieve inkomsten, namelijk 4% van het vermogen, ingesteld
Op 11 juni 2008 verklaarde Trots op Nederland-leider Rita Verdonk voorstander te zijn van een enkel belastingtarief voor iedereen. "We moeten toe naar belastingvermindering en een eenvoudiger belastingsysteem. Dan kun je gaan denken aan de vlaktaks", aldus Verdonk.
[bewerken] België
In België lanceerde de groene partij Agalev in 1985 een economisch programma met een vlaktaks van 50% en een basisinkomen van 10.000 BEF. Het hoogste belastingtarief was toentertijd 72%. Deze eenvoudige fiscale zekerheid zou niet zozeer de economische groei stimuleren maar de mensen bij tijd en wijle de kans geven "uit de markteconomie en uit de staatseconomie" te stappen. Later ging de partij opnieuw over naar een meer klassiek links programma.
VLD-Vivant hebben in 2005 op hun economisch congres voorstellen gedaan om de vlaktaks in te voeren. Op korte termijn zouden de vijf belastingschijven herleid worden naar twee, zoals in Nieuw-Zeeland (cfr. Fair tax), en op lange termijn naar een zuivere vlaktaks leiden. SP.A heeft zich al uitgesproken tegen.
Ook Lijst Dedecker heeft van een vlaktaks, met belastingvrije schijf voor de laagste inkomens, een van zijn belangrijkste programmapunten gemaakt.
Ook het Vlaams Belang maakt plannen om de vlaktaks als programmapunt op te nemen. de N-VA staat ook wel positief tegenover de vlaktaks, maar heeft ze op dit moment nog niet in haar programma geplaatst.
[bewerken] Buiten België en Nederland
Estland voerde als eerste land de vlaktaks in 1994 in, en legde die op 26%. Andere Midden- en Oost-Europese landen volgden het voorbeeld: Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne en Slowakije. Tsjechië en Polen hebben het ook op hun agenda geplaatst. Vanaf 2008 zal ook Bulgarije een vlaktaks van 10% invoeren. [1]
Ook Nieuw-Zeeland paste het principe van belastingsvereenvoudiging toe, maar behield twee belastingstarieven (van 21,5% en van 33%, afhankelijk van het inkomen).
De VS heeft op federaal niveau geen vlaktaks, maar progressieve belastingheffing. De laatste jaren wordt deze heffing wel wat vlakker.
| Referenties: |
|

