Vrijgezel
Vrijgezel (verouderd vrijer) is de benaming voor iemand die niet gehuwd (vrij) is, geen relatie heeft, niet samenwoont, en geen weduwe of weduwnaar is. De term single is een meer algemenere term dan vrijgezel, namelijk iemand die geen relatie heeft.
Inhoud |
[bewerken] Evolutie
[bewerken] Nederland
In Nederland zijn naar schatting 2,3 miljoen mensen vrijgezel, hoewel dit geen vaststaand aantal is. In 2015 zullen er naar verwachting 3 miljoen vrijgezellen zijn. In Amsterdam is 40% van de mensen tussen 25 en 40 jaar alleenstaand, een term die gehanteerd wordt door sociaal-economische instanties om mensen met een zelfstandig huishouden aan te duiden. De sterke toename van het aantal vrijgezellen is een van de structurele oorzaken van de Nederlandse woningschaarste.
[bewerken] Oorzaken
Mogelijke redenen voor de groei van het aantal vrijgezellen:
- psychologisch: een maatschappij meer gericht op keuzevrijheid, waardoor partners egoïstischer worden. Vroeger werd minder een beroep op de sociale vaardigheden gedaan, dan tegenwoordig het geval is. Ook de emancipatie-revolutie van vrouwen heeft een belangrijke rol gespeeld.
- economisch: een relatie is economisch gezien niet meer noodzakelijk (in vergelijking tot 30-40 jaar geleden), hier spelen ook prioriteit voor opleiding en werk een rol
- sociologisch: grotere variatie in relatievormen in de maatschappij waar het ontbreken van een relatie ook in past
[bewerken] Bachelor
De in Nederland geaccepteerde, van oorsprong Engels academische titel Bachelor wordt in de Engelse taal ook gebruikt voor iemand die niet gehuwd is. Om die laatste reden wordt iemand met een Bachelor-titel in Nederland in studentenkringen wel vrijgezel genoemd.
[bewerken] Vrijgezellenfeest
Soms komt men het woord tegen bij feestjes, waarbij vrienden de avond vóór de huwelijksdag nog eenmaal het vrijgezel-zijn van de bruid of bruidegom in afwezigheid van de beoogde partner samen vieren, een vrijgezellenfeest.
[bewerken] Etymologie
- Het woord "vrijgezel" is waarschijnlijk afgeleid van vrije gezel. Gezel had in het Middel-Nederlands de betekenis makker of kameraad. Men vindt het woord gezel ook nog terug in de woorden gezellig en metgezel[1].
- In sommige streken van Nederland en België wordt een vrijgezel van 30 "os" genoemd. Buren of vrienden verspreiden dan een foto met "Voornaam is Os", een poging om uitgenodigd te worden op een traktatie.
[bewerken] Zie ook
| Referenties |
| Relatievormen |
|---|
|
Vriendschap · Verliefdheid · Verkering · Concubinaat · Verloving · Huwelijk · Weduwschap · Homohuwelijk · Samenlevingscontract · Geregistreerd partnerschap · Echtscheiding · Latrelatie · Vrijgezel · Monogamie · Bigamie · Polyamorie · Polyandrie · Polygamie · Seksuele relatie · Buitenechtelijke relatie · Promiscuïteit · Celibaat |