Audrey Hepburn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Audrey Hepburn
Audrey Hepburn met haar eerste echtgenoot Mel Ferrer in War and Peace (1955)
Audrey Hepburn met haar eerste echtgenoot Mel Ferrer in War and Peace (1955)
Algemene informatie
Volledige naam Audrey Kathleen Hepburn-Ruston
Geboren 4 mei 1929
Overleden 20 januari 1993
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Werk
Jaren actief 1948 - 1989
Beroep Actrice
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Audrey Hepburn, geboren als Audrey Kathleen Ruston, (Elsene, 4 mei 1929Tolochenaz, 20 januari 1993) was een Britse actrice en speciaal ambassadrice van het United Nations Children's Fund (Unicef). Ze gaat door als een van de beroemdste filmactrices van de twintigste eeuw. In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw was ze een stijlicoon.

Ze won in 1953 voor haar vrouwelijke hoofdrol in Roman Holiday een Oscar, een BAFTA Award en een Golden Globe Award. Hepburn was daarmee de eerste actrice die deze drie filmprijzen won voor dezelfde vertolking. In totaal won ze drie BAFTA's, een record voor vrouwen, en werd vijf keer genomineerd voor een Oscar. Ze is een van de weinigen die zowel een Oscar, een BAFTA, een Emmy en een Tony Award wonnen. Daarnaast won ze de Cecil B. DeMille Award, de Screen Actors Guild Life Achievement Award, de Special Tony Ward en in 1992 ontving ze nog een BAFTA Lifetime Achievement Award. Andere bekende hoofdrollen van haar zijn onder meer in de films Sabrina (1954), The Nun's Story (1959), Breakfast at Tiffany's (1961), Charade (1963), My Fair Lady (1964) en Wait Until Dark (1967).

Biografie[bewerken]

1929 - 1935[bewerken]

Hepburn werd in het Belgische Elsene geboren als Audrey Kathleen Ruston.[1] Ze was een dochter van de Britse bankier Joseph Anthony Ruston en de Nederlandse Ella barones van Heemstra. Haar vader veranderde later zijn geslachtsnaam in die van Hepburn-Ruston. Hepburns moeder was een dochter van de voormalige burgemeester van Arnhem en gouverneur van Suriname Aarnoud van Heemstra. Hepburn had twee halfbroers uit het eerste huwelijk van haar moeder met een Nederlandse aristocraat, Alexander en Ian Quarles van Ufford. Hepburn groeide op in de Keienveldstraat te Elsene. Toen ze bijna twee was, verhuisde het gezin kortstondig naar de Elsensesteenweg 311 en naar de Bronstraat 99 in Sint-Gillis.[2] Vanaf januari 1932 woonde het gezin in een villa in het landelijke Linkebeek (nu Beukenstraat 129). Tijdens deze Brusselse kinderjaren ging ze soms met haar moeder naar balletten en concerten.

1935 - 1945[bewerken]

Haar ouders verhuisden naar Londen en verbonden zich daar aan de British Union of Fascists. Haar vader zamelde er geld voor in en haar moeder was redactrice voor het partijorgaan The Blackshirt. In die hoedanigheid woonde ze in 1935 de Reichsparteitag bij in Neurenberg. In 1939 scheidden haar ouders, maar haar moeder woonde toen al enkele jaren in Nederland, terwijl Hepburn bij haar vader in Londen verbleef. Na de inval in Polen in september 1939 en de daaropvolgende Britse oorlogsverklaring aan Duitsland werd Hepburn door haar moeder naar Nederland gehaald in de verwachting dat het neutrale Nederland buiten de oorlog zou blijven. Hepburn ging in Arnhem naar de Openbare Lagere School nr. 21. Het gezin woonde in Arnhem eerst in een eengezinswoning aan Sickerszlaan 7, maar verhuisde al snel naar een ruime bovenwoning aan de Jansbinnensingel 8A. Uiteindelijk woonde Hepburn aan het eind van de oorlog in Velp. Hepburn zat op de Arnhemse Muziekschool van 1939 tot 1945, waar ze balletlessen volgde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaf ze meerdere malen met haar school openbare balletuitvoeringen.

Over de oorlogsperiode schreef één van haar biografen Barry Paris dat zij koerierstaken zou hebben vervuld en heimelijk hebben gedanst voor publiek om geld voor het verzet in te zamelen.[3] Het Airborne Museum in Oosterbeek concludeerde in 2016 dat er geen enkel bewijs was voor de bewering dat Hepburn voor het verzet actief was geweest.[4]

Na de landing van de geallieerden in Normandië op D-Day werden de levensomstandigheden moeilijker, doordat Arnhem zwaar werd getroffen door de gevechten tijdens Operatie Market Garden.

Hepburns halfbroer Ian Quarles van Ufford was in Berlijn tewerkgesteld in een Duits werkkamp. Naar eigen zeggen kreeg Hepburn in de Tweede Wereldoorlog last van acute bloedarmoede, ademhalingsproblemen en oedeem.[5]

In 1991 deed ze de volgende uitspraken:

Ik herinner me nog dat ik meermalen op het station zag hoe wagonladingen Joden werden afgevoerd. Hun gezichten staken boven de rand uit. Ik herinner me heel duidelijk een jongetje dat met zijn ouders op het perron stond. Hij was heel bleek en erg blond met een veel te grote jas die op de trein stapte. Ik was een kind dat naar een ander kind keek.

Hepburn merkte haar overeenkomsten met Anne Frank op:

Ik was net zo oud als Anne Frank. We waren allebei tien toen de oorlog uitbrak en vijftien aan het eind. Ik kreeg het boek als drukproef in het Nederlands van een vriend in 1946. Ik las het en was ontdaan. Dit brengt het teweeg bij wie het voor het eerst leest. Maar ik las het niet als een boek. Dit was mijn eigen leven. ....Het boek heeft me veranderd, zo greep het me aan.
In het Dagboek vond ik een plaats waar ze zegt: 'vandaag vijf gijzelaars doodgeschoten'. Dat was de dag dat mijn oom werd doodgeschoten. En in deze woorden van een kind herkende ik wat in mij zat en nog zit. Het was een katharsis voor me. Dit kind dat opgesloten zat tussen vier muren, had een volledig verslag geschreven van alles wat ik had gevoeld en meegemaakt.

Toch heeft Hepburn ook genoten van een deel van haar jeugd. Hepburn zag weer een parallel met Anne Frank:

De wil om te overleven is zo sterk bij Anne Frank. Soms schrijft ze: 'Ik ben zo gedeprimeerd'. Maar daarna verlangt ze ernaar te gaan fietsen. Ze is duidelijk een symbool van een kind in moeilijke omstandigheden, waar ik nu al mijn tijd in stop. Ze overstijgt haar dood.

Hepburn bracht haar oorlogsjaren onder meer door met tekenen. Een paar tekeningen zijn nu nog te zien.[6]

Na de Bevrijding kwamen de vrachtwagens met hulpgoederen.[7] Hepburn vertelde in een interview dat ze een heel blikje melkpoeder leegat en misselijk werd van haar eerste maaltijd van hulpvoedsel omdat ze te veel suiker in haar pap had gedaan.[8] Deze ervaring inspireerde haar later voor Unicef te gaan werken.[9]

Na de bevrijding in 1945 verhuisde Hepburn naar Amsterdam, waar ze balletlessen nam bij Sonia Gaskell en toneellessen bij de Engelse acteur Felix Aylmer.[10]

1948 - 1953[bewerken]

Na de oorlog speelde ze op achttienjarige leeftijd een rolletje als KLM-stewardess in Nederlands in zeven lessen. De regisseur van deze Nederlandse film uit 1948, Charles Huguenot van der Linden, zou later claimen dat hij de ontdekker was van Hepburn. Later verhuisde ze met haar moeder naar Londen waar ze balletles nam. Audrey had altijd al een passie voor ballet en wilde het in deze wereld maken. Maar door geen enkele auditie werd ze geselecteerd. Ze heeft ook als model gewerkt en begon pas later, in 1951, met acteren in speelfilms. Tijdens een opname in Zuid-Frankrijk werd ze opgemerkt door de schrijfster Colette, die haar wilde als hoofdrol in het door haar geschreven stuk Gigi.

Audrey Hepburn met haar eerste echtgenoot Mel Ferrer tijdens een avond in het Amsterdamse Theater Tuschinski op 2 november 1954. Hepburn draagt een creatie van het Franse modehuis Givenchy.

1953 - 1967[bewerken]

Na een succesvolle reeks op Broadway, deed Hepburn auditie voor de film Roman Holiday. Eerst was de rol van prinses toebedeeld aan Elizabeth Taylor, maar door contractuele problemen moest zij de film laten schieten. De tegenspeler van Hepburn, Gregory Peck, had tijdens de opnames door dat hij tegenover een natuurtalent stond. Hij kreeg gelijk, want Hepburn ontving voor deze eerste Hollywoodrol meteen een Oscar voor Beste Actrice. Voor die prijs zou ze gedurende haar carrière nog viermaal genomineerd worden. Het lied Moon River, dat ze zong in de film Breakfast at Tiffany's, won in Hepburns uitvoering een Oscar voor beste originele lied. De toonsoort was wel aangepast wegens haar beperkte zangkwaliteiten. Hepburns zangstem in My Fair Lady werd voor het overgrote deel overgenomen door de Amerikaanse sopraan Marni Nixon. Hepburns moeder speelde een figurantenrol in de film Funny Face, als klant van een cafeetje.

Als een van Hollywoods populairste publiekstrekkers schitterde Hepburn op het witte doek naast onder anderen Fred Astaire, Humphrey Bogart, Gary Cooper, Cary Grant, Rex Harrison, Peter O'Toole, Gregory Peck, George Peppard en Sean Connery.

1967 - 1993[bewerken]

Vanaf 1967, na zestien zeer succesvolle jaren als actrice, nam Hepburn gas terug en verscheen ze nog maar af en toe in een speelfilm. Haar laatste film werd in 1988 opgenomen, net voordat ze benoemd werd tot speciaal ambassadrice van Unicef. Naar eigen zeggen ging ze voor Unicef werken uit dankbaarheid voor de noodhulp die ze aan het eind van de Tweede Wereldoorlog van de voorloper van deze VN-organisatie ontvangen had. Een andere reden waren eigen ontberingen onder de nazi's. Ze bleef goodwill ambassadrice tot aan haar overlijden.

In 1992 kreeg Hepburn van de Amerikaanse president George H.W. Bush de "Presidential Medal of Freedom" als erkenning van haar werk voor Unicef. Ze stierf in haar woonplaats Tolochenaz in het Zwitserse kanton Vaud aan de gevolgen van kanker aan het wormvormig aanhangsel en is daar ook begraven. De Academy of Motion Picture Arts and Sciences kende haar postuum de Jean Hersholt Humanitarian Award toe voor haar werk op humanitair gebied.

Stijlicoon[bewerken]

Hepburn was in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw een wereldberoemd stijlicoon, mede dankzij de creaties van de Franse couturier Hubert de Givenchy. Ze droeg zijn japonnen zowel in films als privé. Legendarisch in film- en modekringen is de door De Givency ontworpen zwarte jurk die ze in combinatie met een halsketting van Roger Scemama aanhad tijdens de beginscène van de film Breakfast at Tiffany's. Ook de witte jurk die ze droeg bij haar bezoek aan het paardenrennen in de film My Fair Lady behoort tot de bekendste filmjaponnen ooit. De Givenchy strikte haar om zijn parfums te promoten. Hepburn was de eerste wereldberoemde filmster die zoiets deed en mogelijk de laatste die zich daar niet voor liet betalen.

Privé[bewerken]

Hepburn is tweemaal getrouwd. Op 25 september 1954 huwde ze de twaalf jaar oudere Amerikaanse acteur Mel Ferrer. Voor hem was het zijn vierde huwelijk, met zijn eerste echtgenote trouwde hij tweemaal. Op 5 december 1968 werd de echtscheiding uitgesproken. Op 18 januari 1969 trouwde Hepburn met een negen jaar jongere Italiaanse psychiater. Het huwelijk werd in 1982 ontbonden. Ze kreeg twee zoons, Sean Ferrer en Luca Dotti. De Schotse schrijver A.J. Cronin was de peetoom van Sean. Ten tijde van haar overlijden was ze de levenspartner van de negen jaar jongere Nederlandse oud-acteur Robert Wolders, de weduwnaar van filmster Merle Oberon. In 1952 was ze verloofd met James baron Hanson. Hepburn verbrak de relatie in hetzelfde jaar. Als reden voerde ze aan dat een huwelijk met hem tot mislukken zou zijn gedoemd, omdat ze elkaar door haar werk als actrice weinig zouden zien. Hepburn kreeg in haar leven vier miskramen, waarvan een toen ze bij de opnamen van de film The Unforgiven van een paard viel.

Eerbewijzen, vernoemingen, tv-film[bewerken]

Hepburn heeft een ster op de Hollywood Walk of Fame, te 1652 Vine Street. Door de KLM werd een passagiersvliegtuig naar haar genoemd: de McDonnell Douglas MD-11 met registratie PH-KCE. De gemeente Almere heeft een straat naar haar vernoemd, de 'Audrey Hepburnstraat'. Een buste, gemaakt door Kees Verkade, is sinds 1994 te bezichtigen op het Burgemeestersplein te Arnhem.[11]

Een deel van haar leven werd in 2000 voor de televisie verfilmd onder de titel The Audrey Hepburn Story. De rol van Hepburn werd gespeeld door Jennifer Love Hewitt, die ook de productie op zich nam.

Filmografie[bewerken]

Filmografie als actrice
Jaar Titel Rol Opmerkingen
1948
Nederlands in zeven lessen Stewardess
1951
Monte Carlo Baby Linda Farrel
1951
One Wild Oat Hotel receptioniste
1951
Laughter in Paradise Cigarette girl
1951
The Lavender Hill Mob Chiquita
1951
Young Wives' Tale Eve Lester
1952
Nous irons à Monte Carlo Melissa Walter
1952
The Secret People Nora Brentano
1953
Roman Holiday Princess Ann Boxoffice Blue Ribbon Award
NYFCC Best Actress Award
BAFTA Best Film Actress Award
Golden Globe Award: Best Motion Picture Actress
Academy Award: Oscar Best Actress
Tony Award Best Dramatic Award
1954
Sabrina Sabrina Fairchild NYFCC Best Actress Award
BAFTA Best Film Actress Award
Academy Award: Oscar Nomination Best Actress
1956
War and Peace Natasha Rostov Modern Screen Award: Best Performance
NYFCC Best Actress Award
BAFTA Best Film Actress Award
1957
Funny Face Jo Stockton
1957
Love in the Afternoon Ariane Chavasse/Thin Girl NYFCC Best Actress Award
Golden Globe Award: Best Motion Picture Actress, Musical/Comedy
1959
Green Mansions Rima
1959
The Nun's Story Sister Luke (Gabrielle van der Mal) BAFTA Best Film Actress Award
NYFCC Best Actress Award
1960
The Unforgiven Rachel Zachary
1961
Breakfast at Tiffany's Holly Golightly Academy Award: Oscar Nomination, Best Actress
David di Donatello Best Foreign Actress Award
Golden Globe Award: Best Motion Picture Actress, Musical/Comedy
1961
The Children's Hour Karen Wright
1963
Charade Regina 'Reggie' Lampert BAFTA Best Film Actress Award
1964
Paris - When It Sizzles Gabrielle Simpson/Gaby
1964
My Fair Lady Eliza Doolittle NYFCC Best Actress Award
BAFTA Best Film Actress Award
David di Donatello Best Foreign Actress Award
1966
How to Steal a Million Nicole Bonnet
1967
Two for the Road Joanna Wallace
1967
Wait Until Dark Susy Hendrix NYFCC Best Actress Award (nominatie)
Academy Award: Oscar Nomination, Best Actress (nominatie)
1976
Robin and Marian Lady Marian
1979
Bloodline Elizabeth Roffe
1981
They All Laughed Angela Niotes
1987
Love Among Thieves Baroness Caroline DuLac televisiefilm
1989
Always Hap

In 1992 ontving zij de BAFTA Lifetime Achievement Award.

Literatuur[bewerken]

  • Sean Hepburn Ferrer, Audrey Hepburn, An Elegant Spirit: A Son Remembers, New York: Atria, 2003.
  • Barry Paris, Audrey Hepburn, New York: Putnam, 1996.
  • Diana Maychick, Audrey Hepburn: An Intimate Portrait, Citadel Press, 1996.
  • Donald Spoto, Enchantment: The Life of Audrey Hepburn, Harmony Press, 2006.
  • Alexander Walker, Audrey: Her Real Story, London: Weidenfeld & Nicholson, 1994.
  • Ellen Cheshire, Audrey Hepburn, London: Pocket Essentials, 2003

Zie ook[bewerken]

Audrey Hepburn-postzegel

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Shirley Booth
voor Come Back, Little Sheba
Academy Award voor Beste Actrice
1953
voor Roman Holiday
Opvolger:
Grace Kelly
voor The Country Girl