Daoud Nassar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Daoud Nassar
Daoud Nassar toont schilderingen van zijn vader, grootvader en oom in de vroegere woonruimte van zijn ouders en grootouders op het land van de 'Tent of Nations'. December 2011.
"We refuse to be enemies": tekst op de grenssteen van 'Tent of Nations', gericht tegen Israëlische kolonisten in de Israelische nederzettingen in de omgeving om hen af te houden van het aanrichten van vernielingen. December 2011.
Toegang tot de ondergrondse gebedsruimte van de 'Tent of Nations' bij Bethlehem in een opnieuw uitgegraven herdersgrot. December 2011.

Daoud Nassar (Beit Jala, 18 oktober 1970) is een Palestijnse bedrijfskundige en landbouwer, Lutheraans vredesactivist en oprichter en directeur van het vredesproject "Tent of Nations " in Beit Jala, een plaats ten zuidwesten van Bethlehem in het gelijknamige gouvernement in Palestina op de Westelijke Jordaanoever. Nassar is getrouwd met de docente computerwetenschappen Jihan Hawwash. Het echtpaar heeft drie kinderen. Daoud Nassar is een zoon van de christelijke Palestijnse boer Bishara Nassar († 1976). Hij wordt geïnspireerd door de geweldloosheid van Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Zijn familiebezit ligt negen mijl ten zuidwesten van Bethlehem nabij het dorp Nahhalin[1] vlak naast de hoofdweg (Route 60) tussen Bethlehem en Hebron.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Nassar bracht zijn jeugd door in Bethlehem. Hij deed in 1989 zijn eindexamen aan de Evangelisch-Lutherse school Talitha Kumi in Beit Jala. Door persoonlijke contacten van een leraar kon hij zijn middelbareschoolopleiding doen aan de Bijbelschool Schloss Klaus in Oostenrijk, hij deed in 1991 eindexamen in Kirchdorf an der Krems. Daarna keerde hij terug naar Palestina, studeerde bedrijfskunde aan de University of Bethlehem en voltooide die met een Master. Na eerst een jaar in Bethlehem gewerkt te hebben, voltooide hij in 1997/1998 aan de University of Applied Sciences in Bielefeld een postgraduaat "International Tourism Management". Sinds zijn schooltijd heeft Nassar zich intensief beziggehouden met jeugdwerk en nam deel aan verschillende uitwisselingsprogramma's. Hij was coördinator van het Zweedse project "Youth Action Plan for Human Rights" in Bethlehem. Hij werkte beroepsmatig in het toerisme voor pelgrims in de Evangelisch-Lutherse Kerk in Bethlehem. Sinds september 2000 is hij directeur van het project "Tent of Nations" bij Beit Jala.

"Tent of Nations"[bewerken]

Als eigenaar-directeur van de "Tent of Nations" organiseert Daoud Nassar internationale bijeenkomsten voor jongeren op het oude boerenbedrijf van zijn familie. Ze helpen daar bij de aanplant, de verzorging van het terrein en de oogst. Daoud Nasser houdt wereldwijd lezingen en verzamelt fondsen voor zijn project en organiseert er culturele en religieuze evenementen. Aangezien het erop aanwezige onderkomen moest worden afgebroken hebben hij en zijn medewerkers oude, ondergrondse herdersgrotten opnieuw uitgegraven, en er waterbassins, ontmoetingsruimten en een kapel in aangelegd. Omdat zijn grondgebied werd afgesloten van water en elektriciteit heeft hij zijn hele project voorzien van eigen zonne-energie en eigen afvalverwerking.

Symbool voor vrede[bewerken]

"Tent of Nations" ziet zich als symbool van christelijk pacifisme en wil uitgroeien tot een ontmoetingscentrum en een belangrijke alternatieve pelgrimsplaats in de bezette Palestijnse gebieden, vooral voor jonge mensen. Elk jaar slaan veelal christelijke jongerengroepen uit Europa hun tenten op in de "Tent of Nations" om mee te werken in de keuken, de winkel, het kantoor, en bij de verzorging van het land en de dieren. Nassar stelt zich daarbij tot doel vrede en begrip tussen mensen uit verschillende landen en culturen te bewerkstelligen. Hij ontvangt daarom steeds vaker nieuwsgierige Israëlische groepen, soms ook uit de omringende plaatsen. Bij de ingang van zijn terrein heeft hij een grenssteen opgericht met de tekst: “Wij weigeren vijanden te zijn”. Onder het juridische eigendom van het "Bethlehem Bible College", hebben Daoud Nassar en zijn Palestijnse projectmanagers een beschermingscomité opgericht, dat er sinds 2000 voor moet zorgen dat dit internationale vredeskamp verder kan worden ontwikkeld. Thans wordt "Tent of Nations" gesteund door vriendengroepen over de hele wereld. In mei 2016 vierde het boerenbedrijf (met daarop de 'Tent of Nations') het 100-jarig bestaan. [2]

Opbouwwerk[bewerken]

"Tent of Nations" heeft ook een plaatselijke opbouwfunctie. Regelmatig verblijft er bijvoorbeeld een groep van ongeveer 30 christelijke Palestijnse jongeren van 16 tot 30 jaar, die opgroeien in de door de Israëlische Westoeverbarrière en Israëlische militaire controleposten (checkpoints) afgesloten steden Bethlehem, Battir, Husan[3], Al-Walaja en Beit Jala[4] Door mee te werken op het land, leren de jongeren dat hun stad ook nog een omgeving kent, waar zij historisch in geworteld zijn. Een ander educatief project betreft ontmoetingen tussen christelijke en moslimjongeren, de laatsten veelal nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen die tijdens de Nakba in 1948 en de Zesdaagse Oorlog in 1967 door Israël waren verdreven en er zich als afzonderlijke groep in en om het toen nog bijna geheel christelijke Bethlehem hadden gevestigd.

Prijzen[bewerken]

Daoud Nassar is al voor verschillende vredesprijzen genomineerd en ontving in 2007 in Rottenburg am Neckar de “Michael Sattler Peace Prize” van het Duitse doopsgezinde Peace Committee.

Dreigende confiscatie[bewerken]

Vanaf 1967 liet Israël joodse Israelische nederzettingen bouwen op de bezette Westelijke Jordaanoever, waaronder het zich steeds verder uitbreidende nederzettingenblok Goesj Etsion/Gush Etzion bij Bethlehem, wat door Resolutie 446 Veiligheidsraad Verenigde Naties veroordeeld is. In 1991 verklaarde de Israëlische regering het gehele gebied, inclusief dat van de 'Tent of Nations' tot zogenaamd 'state land'. Hoewel de familie Nassar alle originele eigendomspapieren in bezit heeft, wordt stelselmatig geprobeerd het land te onteigenen. Vanaf 1991 wordt de zaak voortgezet via verschillende gerechtelijke processen[5]. Op 14 februari 2012 werd de familie Nassar bezocht door de Civil Administration, het militaire Israëlische bestuursorgaan dat op de Westelijke Jordaanoever opereert. De Civil Administration is een onderdeel van een grotere entiteit, bekend als Coordinator of Government Activities in the Territories (COGAT), een eenheid van het ministerie van Defensie van Israël. De Civil Administration heeft bij de familie Nassar de boodschap achtergelaten dat zij 'illegaal' aanwezig zouden zijn op het land waar zij wonen. Daoud Nassar kreeg 45 dagen om in beroep te gaan. De Nederlandse kerkelijke organisatie "Kerk in Actie" riep op om de familie Nassar te steunen en voor ze te bidden.[6] Tot nu toe heeft Daoud Nassar zijn zaak tot op het niveau van het Israëlisch Hoog Gerechtshof gewonnen. De annexatie van grond ten bate van de uitbreiding van illegaal verklaarde Israëlische nederzettingen rondom hem gaat onder de rechtse Likoed-regering van premioer Benjamin Netanyahu intussen in versneld tempo door.[7]. Het land van Nassar is daardoor vrijwel ingesloten, afgesloten van water en elektriciteit en de toegangsweg is door het Israëlische defensieleger gebarricadeerd.

Vragen in de Nederlandse politiek[bewerken]

Op 13 maart 2012 stelden de Tweede Kamerleden Henk Jan Ormel, Joel Voordewind en Han ten Broeke (CDA, CU en VVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal, vragen over de afgelasting van het bezoek aan Nederland van Daoud Nassar, vanwege de toegenomen dreiging van confiscatie. De minister berichtte bij die gelegenheid de Kamer dat de familie Nassar sinds 1916 zijn twee stukken land geregistreerd heeft op naam van de familie; een landbouwperceel in de vallei (dat in mei 2014 door Israëlische bulldozers werd vernietigd) en – een paar honderd meter daarvandaan - een stuk land op een heuvel waarop tevens de boerderij is gebouwd. De Israëlische autoriteiten verklaarden het landbouwperceel in 1991 tot "state land", en niet het stuk land waarop de boerderij is gebouwd. Minister Rosenthal bevestigde In 1991 dat de familie Nassar in beroep was gegaan tegen de beslissing van de Israëlische autoriteiten om het landbouwperceel tot “state land” te verklaren en dat de familie tot februari 2012 het land zonder inmenging van de Israëlische autoriteiten hadden bewerkt. “Recentelijk...”, zo schreef de minister in 2012, “...heeft het leger agrarische installaties afgebroken op het perceel van de familie. Hiertegen diende de familie een petitie in, aldus de advocaat. Zodra de staat hierover een uitspraak heeft gedaan, zal een datum worden vastgesteld waarop de zaak wordt voorgelegd aan het Hooggerechtshof.” Minister Rosenthal zag op basis van de beschikbare informatie op dat moment geen aanleiding voor Nederland om zich te mengen in deze kwestie [8].

Verwoestingen[bewerken]

Ondanks dat er een zaak bij het Hooggerechtshof liep vernietigden Israëlische bulldozers in de vroege ochtend van 19 mei 2014 ongeveer 1500 fruitbomen van het bedrijf, omdat ze volgens de bezettingsautoriteiten geplant waren op grond die toebehoort aan de staat. Doordat ze zo vroeg kwamen had de advocaat van de familie Nassar geen kans meer om iets te ondernemen. Er loopt nog een zaak bij het Hooggerechtshof[9][10].

Externe links[bewerken]