Duitse Amerikanen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Duitse Amerikanen (Duits: Deutschamerikaner, Engels: German Americans) omvat een groep van 51 miljoen mensen oftewel ongeveer 17% van de Amerikaanse bevolking. Californië, Texas en Pennsylvania zijn de staten waar de meeste Amerikanen van Duitse, en Duitstalig Zwitserse en Oostenrijkse origine wonen. De staten in het Midwesten Iowa, Minnesota, Nebraska, Wisconsin, North en South Dakota bevatten één derde van de Amerikaanse bevolking van (gedeeltelijk) Duitse afstamming. In bredere zin, de aangrenzende Canadese staten inbegrepen, telt deze immigrantengroep 53 miljoen mensen.

Geschiedenis[bewerken]

Geen enkele van de historische Duitse staten had overzeese kolonies in de Nieuwe Wereld. In 1683 arriveerden de eerste 'Duitsers' in de Britse koloniën. Zij vestigden zich voornamelijk in New York en Pennsylvania. In die laatste staat vestigden zich dissidente Oud-Lutheranen uit Pruisen en Mennonieten uit vooral het zuidwesten van het toenmalige Duitse Rijk (Württemberg, de Palts en de Elzas), en uit Zwitserland. De huidige Amishbevolking stamt van hen af. De Duitse immigranten waren in deze periode vooral arme boeren en landarbeiders die hun onvrije rechtspositie ontvluchtten: vooral in het gebied ten oosten van de Elbe ("oost-Elbië") heersten nog tot ver in de 19e eeuw middeleeuws feodale toestanden. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog pachtte de Britse regering zulke onderdanen van met name de hertog van Hessen om dienst te doen in het koloniale leger, in totaal bijna 30.000 soldaten voor bijna 1,8 miljoen pond sterling. Voor de gevallenen - de helft - kregen de Duitse vorsten dan een compensatie uitgekeerd. Een derde liep echter over naar de Amerikanen en werd daarvoor beloond met vrijheid en land. In de 18de eeuw vormden de Duitstaligen in Pennsylvania een derde van de bevolking zodat deze staat tweetalig bestuurd moest worden. De zogenaamde Pennsylvania Dutch, oorspronkelijk afkomstig uit het zuidwesten van Duitsland en uit Zwitserland, gingen in toenemende mate hun sterk van het Hoogduits afwijkende dialect als hun schrijftaal gebruiken, voordat zij op het Engels overgingen. 'Dutch' was de door Engelstaligen aan hen gegeven naam, afgeleid van de door henzelf gebruikte aanduiding "Deitsch". Dit heeft dus te maken met 'Deutsch' en niet met 'Dutch' als de moderne Engelse benaming voor Nederlands of Hollands. Een tweede stroom, nu van democraten en intellectuelen, kwam op gang toen de revoluties van 1830 en 1848 in de Duitse staten en in Oostenrijk mislukten en veel liberalen en socialisten moesten vluchten voor vervolging. Armoede en economische uitzichtloosheid was de aanleiding voor een derde stroom van massale immigratie in het laatste kwart van de 19de eeuw. Toen emigreerden drie miljoen Duitsers en Oostenrijkers, behorende tot het stedelijke en plattelandsproletariaat, vooral afkomstig uit het noordoosten van het toenmalige Duitse Rijk: Mecklenburg, Pommeren, Silezië en Oost-Pruisen.

De periode van massa emigratie vanuit Europa lag tussen 1820 en 1910. Zij begon met op de eerste plaats Ieren, althans emigranten uit Ierland, en al snel namen emigranten uit Duitsland die eerste plaats over tot 1890. Voor 1850 waren de meeste immigranten kleine boeren en boerenarbeiders op zoek naar land en werk. Na 1850 kwamen zich ook steeds meer en meer industriearbeiders uit Duitsland in de steden vestigen. Een aparte groep vormden de revolutionaire democraten die in 1848, na de mislukking van het eerste Frankforter Parlement, moesten vluchten. Zij assimileerden snel maar op het meer conservatieve platteland bleven kleinere en homogene Duitstalige gemeenschappen tot ver in de 20ste eeuw bestaan. Na 1890 verloren emigranten uit Duitsland de eerste plaats want inmiddels was een stroom emigranten uit Zuid-Europa, vooral Italië, op gang gekomen gevolgd door Oost-Europeanen waaronder Joden de belangrijkste groep vormden. In 1900 gaven 9 miljoen Amerikanen bij de volkstelling Duits als moedertaal op, dat wil zeggen meestal geen Hoogduits maar een scala van Duitse en Nederduitse dialecten zoals gesproken in de oorsprongsgebieden van de emigranten.

Rond 1900 werden ruim 550 Duitstalige dag- en weekbladen gepubliceerd met drie miljoen abonnees en een veelvoud daarvan aan lezers. Op 4.100 Duitstalige lagere scholen 550.000 kinderen ingeschreven. Onderwijsoverheden probeerden overigens dit aantal tegen te gaan en Engelstalig onderwijs te stimuleren door Duits onderwijs te verbieden in de staatsscholen. In het buitenschoolse godsdienstonderwijs bleef Duits lang in gebruik. In duizenden plaatselijke, met name lutherse, kerkgemeenten bleef Duits de omgangs- en de preektaal, naast Engels dat in toenemende mate voor de jongere generaties werd gebruikt. De Duitstalige rooms-katholieken hielden hun taal minder lang vast omdat zij in parochies integreerden met Italianen en Ieren.

Een laatste stroom van ruim één miljoen immigranten werd in de jaren dertig van de 20ste eeuw gevormd door vluchtelingen voor het nazi-regime, vooral intellectuelen en kunstenaars en daaronder veel joodse Duitsers en Oostenrijkers, die er voortaan geen behoefte meer aan hadden hun Duitstalige identiteit te cultiveren. Zij veramerikaansten zeer snel omdat zij op hun Duitstalige achtergrond geen prijs meer stelden.

Samengevat: tot 1910 kwamen 7 miljoen emigranten naar Amerika uit de toenmalige Duitse staten en later het Duitse Rijk. Gezien de bevolkingsgroei in Amerika hebben zij zich daar en in die periode vervijfvoudigd, maar tegelijk begonnen zij zich ook met andere emigrantengroepen te vermengen. De schatting is dat op dit moment meer dan 50 miljoen Amerikanen minstens een of enkele voorouders hebben afkomstig uit, in historische zin, Duitsland.

Assimilatie[bewerken]

De Eerste Wereldoorlog, waarin Amerika de oorlog aan Duitsland verklaarde, betekende een breuk in deze ontwikkeling. Velen verengelsten hun familienaam om hun Duitse achtergrond onherkenbaar te maken of in ieder geval hun loyaliteit aan Amerika te betuigen. In die tijd werd de familienaam Zimmermann Carpenter, Klein Cline of Kline, Schuster Shuster, Herzog Duke, Schneider Snyder, Bauer Farmer, Schuster Shuster, Krämer Cramer, Gärtner Gardiner, Meier Myer, Schneider Snyder, Meister Master, Grün Green, Braun Brown, Weiss White (overigens werd Schwarz geen Black mar Swartz), Müller Miller, Fischer Fisher, Schmidt Smith, Schreiber Shriver, enzovoorts. Geografische Duitse familienamen bleven als regel wel behouden en deze komen nog steeds vooral onder joden voor. Alleen de Joodse naam Deutsch werd Dutch. Wettelijke maatregelen beperkten de Duitstalige scholen en publicaties in enkele jaren tot de helft en steeds meer 'Duitse' Amerikanen gingen versneld voor assimilatie kiezen. Een zeer uitgebreid netwerk van Duitstalige scholen, kranten en tijdschriften en ook Duits-lutherse kerkelijke gemeenten werd in en na de Eerste Wereldoorlog grotendeels ontbonden. Zoals de meeste immigranten hebben ook de Duitsers zich aangepast aan hun nieuwe thuisland en zij veramerikaniseerden. Aan de andere kant heeft de Amerikaanse samenleving als geheel ook veel woorden en gewoonten van Duitse emigranten overgenomen, zoals hierboven al aangegeven. In de jaren dertig naar Amerika gevluchte Duitsers en daaronder vooral joodse Duitsers, kregen tussen 1945 en 1950 met hun beheersing van het Duits een belangrijke rol toegewezen in de bezetting en pacificatie van het verslagen nazistische Duitsland. Een voorbeeld daarvan was Henry Kissinger. Zie ook voor statistische gegevens ook Volksduitsers.

Invloed op de Amerikaanse samenleving[bewerken]

De Duitse Amerikanen zijn invloedrijk geweest in bijna elk aspect van de Amerikaanse samenleving van wetenschap tot architectuur, industrie, sport, entertainment, theologie, regering en het leger. Vooral in het filmbedrijf van Hollywood speelden Duitse joden in de jaren dertig en veertig een grote rol. Amerikaanse generaals met Duitse wortels zoals Baron von Steuben, John Pershing, Dwight Eisenhower en Norman Schwarzkopf stonden aan het roer van het Amerikaanse leger in respectievelijk de Amerikaanse Burgeroorlog, de Eerste Wereldoorlog de Tweede Wereldoorlog en de Golfoorlog. Vele Duitse Amerikanen speelden een dominante rol in industrie en zakenwereld waaronder John D. Rockefeller, William Boeing, Walter Chrysler (Kreisler) en Donald Trump. Sommigen zoals ingenieur John A. Roebling van de Brooklyn Bridge of architect Walter Gropius drukten zichtbaar hun stempel op Amerika. Duitsers als Albert Einstein, vervolgde jood, en Wernher von Braun, geprivilegeerde nazi, om uitersten te noemen, emigreerden als topwetenschapper. Anderen van deels Duitse afstamming zoals Babe Ruth, Lou Gehrig, Jack Nicklaus, Doris Day (oorspronkelijk Kappelhoff) en Leonardo DiCaprio (zijn tweede naam is Wilhelm), en Bob Dylan (Robert Zimmerman) werden prominente sporters, topartiesten of filmacteurs.

Lichtblauw geeft aan in welke county's mensen van Duitse origine een meerderheid vormen.

Duitsers richtten de eerste kleuterscholen op. De Duitse term Kindergarten werd letterlijk overgenomen in het Amerikaans-Engels. De traditie met de kerstboom werd door de Duitse Amerikanen geïntroduceerd net zoals populair voedsel als de hotdog of de hamburger. Ook het bierbrouwen werd in de 19de eeuw op grote schaal ontwikkeld door Duitse en Oostenrijkse immigranten Eberhard Anheuser die de firma Anheuser-Budweiser oprichtte, Adolphus Busch, Adolph Coors, Frederick Miller, Frederick Pabst en Joseph Schlitz.

Drie Amerikaanse presidenten hebben Duitse voorvaderen. Dwight Eisenhower (oorspronkelijk Eisenhauer, ook zijn moeder was van Duits-Zwitserse afkomst), Herbert Hoover (oorspronkelijk Huber). Bij Richard Milhous Nixon (zijn moedersnaam Melhausen werd verengelst tot Milhous). De huidige (2017) president Donald Trump is eveneens, gedeeltelijk, van Duitse afkomst. Trumps grootvader Friedrich Trumpf emigreerde in 1885 op 16-jarige leeftijd van Kallstadt (Rijnland-Palts) naar New York City waarna hij zijn Duitse naam verengelste tot Frederick Trump. Onder de recente kabinetsleden zijn Donald Rumsfeld en Robert Zoellick te noemen.

Zie ook[bewerken]

Galerij[bewerken]