Europees erfgoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ename archeologische site
Kaap Finisterre
Monument haven Gdańsk

Als Europees erfgoed wordt het cultureel erfgoed beschouwd dat van belang is voor de Europese geschiedenis en cultuur. Anno 2018 staan 38 objecten op de lijst.[1]

Achtergrond[bewerken]

Een groot deel van het cultureel erfgoed in Europa staat op nationale lijsten van cultureel erfgoed. Op de Werelderfgoedlijst staan bovendien ongeveer 450 objecten in Europa vermeld. In 2011 heeft de Europese Unie op voordracht van de Europese Commissie besloten een speciale Europese Erfgoedlijst te maken van het belangrijkste Europese cultuurgoed, dat wil zeggen het erfgoed dat van belang is voor de Europese cultuur. Deze lijst wordt stap voor stap opgebouwd.

De Europese Commissie wil met dit initiatief meer aandacht schenken aan Europees erfgoed om het gevoel onder burgers te versterken dat zij deel uitmaken van Europa, in het bijzonder van de Europese Unie. Vooral jongeren moet geleerd worden wat de gemeenschappelijke waarden en belangrijkste elementen uit de Europese geschiedenis zijn en hoe deze zijn verankerd in het Europees cultureel erfgoed. Tegelijk wil de Commissie de nationale en regionale diversiteit stimuleren en het wederzijds begrip en de interculturele dialoog versterken.

Voorlopig mogen de lidstaten die meedoen per jaar voorstellen doen voor maximaal twee kandidaten voor de lijst. Daarvan wordt er een geaccepteerd, die dan het Europees erfgoedlabel krijgt. Anno 2012 stonden op de lijst onder meer de Akropolis, de scheepswerven van Gdańsk, de archieven van het voormalige koninkrijk Aragon en kaap Finisterre.

Label[bewerken]

De EU heeft gekozen voor het toekennen van een Europees erfgoedlabel aan de belangrijkste elementen van het Europees erfgoed. Hiervoor komt in aanmerking het cultureel erfgoed dat een sterke symbolische Europese waarde heeft en de gemeenschappelijke geschiedenis van Europa en de opbouw van de Europese Unie benadrukt. De regels en procedures voor het Europese erfgoedlabel zijn wettelijk vastgelegd (in besluit nr. 1194/2011/EU).

Om tot een lijst van Europees cultureel erfgoed te komen zijn nationale coördinatoren aangewezen, die nationale selecties maken en deze vervolgens kunnen aanmelden. De Europese Unie is van plan alleen aanmeldingen {'sites') te honoreren die:

  • een sleutelrol in de geschiedenis van Europa en de EU hebben gespeeld
  • een belangrijke symbolische waarde hebben, eerder dan te letten op schoonheid of architectonische kwaliteit
  • een belangrijke rol kunnen spelen om Europese burgers, met name jongeren, meer inzicht te geven in het gemeenschappelijk Europese cultureel erfgoed, inclusief de democratische waarden en mensenrechten.

Cultureel erfgoed wordt door de EU breed gedefinieerd. Het omvat natuurlijke, archeologische, industriële of stedelijke locaties, monumenten, cultuurlandschappen, plaatsen van herinnering, cultuurgoederen en -objecten en immaterieel erfgoed.

Naast nationale zijn er transnationale sites. Een transnationale site omvat enkele sites in verschillende EU=lidstaten die gericht zijn op een bepaald thema. Een zogenaamde nationale thematische site omvat meer dan een site in een lidstaat rondom een thema.

Deelname[bewerken]

Niet alle lidstaten van de EU doen mee aan het cultureel erfgoedlabel. In 2012 hadden zich aangemeld: België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië en Slowakije.

Uit de nationale voordrachten wordt elk jaar een keuze gemaakt. Voor 2013 waren voorgeselecteerd:

Op de voorlopige Europese Erfgoedlijst staan verschillende objecten uit België: het Paleis van de Prins-bisschoppen in Luik, het pottenbakkerijmuseum te Raeren, de kolenmijn Bois du Cazier bij Charleroi en de archeologische sites te Ename en de Koudenberg (Brussel). In Nederland hebben drie objecten het erfgoedlabel ontvangen: het Vredespaleis in Den Haag, Kamp Westerbork en het Verdrag van Maastricht (1992).[1]

Externe link[bewerken]