Internationaal privaatrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lady justice standing.png

Internationaal Recht

Het internationaal privaatrecht of IPR is de tak van het recht die in een internationale situatie zal uitmaken welk recht van welk land toepasselijk is (rechtskeuzerecht), welke rechtbank van welk land bevoegd is, en hoe andere landen die rechterlijke uitspraak eventueel zullen erkennen en uitvoeren (internationaal procesrecht).

Het bestaat uit internationale verdragen, Europese verordeningen, maar vooral uit nationaal recht.

Conflicten van recht[bewerken]

Als een Nederlandse auto botst met een Belgische auto in Frankrijk, dan zal zeker de Franse verkeerswet gelden, maar misschien ook Belgische of Nederlandse wetten in verband met schade-aansprakelijkheid, verzekering en dergelijke.

Ook in familierecht, inzake nationaliteit, afstamming, huwelijk, erfrecht, kunnen de zaken gecompliceerd worden. Het is best mogelijk dat een Nederlandse rechter een erfenis moet regelen volgens de Turkse wet, of althans voor zover die wet niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Het beëindigen van een huwelijk door verstoting naar Islamitisch gebruik zal soms in Nederland toch moeten worden erkend, omdat het tot problemen leidt als mensen hier nog getrouwd worden geacht te zijn die dat elders al lang niet meer zijn.

Internationale verdragen[bewerken]

In de familiesfeer zijn er vele internationale verdragen afgesloten in Den Haag, uit hoofde van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.

Er is in dit IPR ook een belangrijke afdeling voor het internationale handelsverkeer. Wat te doen als een Amerikaanse klant een factuur van een Nederlandse onderneming niet betaalt voor een levering in Mexico?

Een belangrijk verdrag dat het recht inzake internationale koop- en verkoopovereenkomsten van roerende zaken eenmaakt, is het Weens Koopverdrag.

Verordeningen van de Europese Unie[bewerken]

De Europese Unie heeft als supranationale instelling diverse verordeningen inzake het Internationaal Privaatrecht afgekondigd. Bij het bepalen welke rechter becoegd is of welk recht er van toepassing is op een bepaalde situatie zal een verordening vaak voorrang krijgen op het nationale IPR van de staat.

Dankzij deze verordeningen worden internationale discrepanties vermeden. Zo zal op grond van deze verordeningen slechts een beperkt aantal rechters bevoegd zijn, en wordt geregeld wat er gebeurt wanneer rechters uit meerdere EU-lidstaten bevoegd zijn. De verordeningen die bepalen welk nationaal recht op een concrete situatie van toepassing zijn, zorgen voor meer rechtszekerheid aangezien zij tot doel hebben dat iedere rechter binnen de Europese unie hetzelfde recht zal toepassen op dezelfde situatie.

De belangrijkste verordeningen inzake bevoegdheid, erkenning en uitvoering zijn:

  • de Brussel-I verordening (algemene bevoegdheidsgronden)
  • de Brussel-II-bis verordening (ouderlijk gezag en beëindiging van het huwelijk)

De belangrijkste verodeningen inzake het toepasselijk recht zijn:

  • de Rome-I verordening (overeenkomsten)
  • de Rome-II verordening (buitencontractuele aansprakelijkheid)
  • de Rome-III verordening (bepaalde vormen van beëindiging van het huwelijk)


Daarnaast bestaat er nog een Alimentatieverordening en een Insolventieverordening. Die verordeningen bevatten regels ter aanduiding van de bevoegde rechter, het toepasselijke recht en de erkenning en uitvoering van beslissingen.

Nationaal recht[bewerken]

Het internationaal privaatrecht bestaat zowel uit regels die afgesproken worden in internationale verdragen als uit regels die de landen eenzijdig uitvaardigen. Men spreekt dus - op het eerste gezicht ietwat paradoxaal - van Nederlands internationaal privaatrecht als het gaat om de betreffende wettelijke regeling in Nederland.

Sinds 16 juli 2004 heeft België een Wetboek van internationaal privaatrecht, waarin alle regels die vroeger her en der te vinden waren, bijeengebracht zijn. Ook in Nederland is men met een dergelijke operatie bezig geweest; een groot deel van conflictenrechtelijke regelgeving is bijeen gebracht in het nieuwe Boek 10 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek, dat op 1 januari 2012 in werking is getreden.

Externe links[bewerken]