Italiaanse keuken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tomaten, basilicum en olijfolie, typische ingrediënten in de Italiaanse keuken

De Italiaanse keuken omvat de inheemse kookkunst van het Italiaanse schiereiland. Deze keuken is zeer gevarieerd en seizoensgebonden. Er wordt veel belang gehecht aan het gebruik van verse ingrediënten. Met name de eenvoud van de gerechten, vaak met slechts enkele ingrediënten waarbij de verhoudingen nauwkeurig worden afgewogen, zijn typerend voor de Italiaanse keuken.

Doordat de Italiaanse eenwording pas in 1861 plaatsvond is de keuken sterk regionaal verdeeld. Elk gebied heeft haar eigen specialiteiten en lokale smaak. De Italiaanse keuken is in vele landen bekend, en wordt wereldwijd geïmiteerd. Internationaal vindt men pizzeria's en in veel huishoudens worden er op de Italiaanse keuken gebaseerde pastagerechten gemaakt.

Kaas en wijn spelen een centrale rol. Het land kent dan ook vele kazen en wijnen met een eigen regionale keurmerk. Verder speelt koffie een centrale rol in het Italiaanse leven. Met name de espresso en de Cappuccino die beide in Italië zijn ontstaan.

Literatuur[bewerken]

De basis voor de hedendaagse Italiaanse keuken werd gelegd door Pellegrino Artusi in zijn alom bekende kookboek La Scienza in cucina e l'Arte di mangiar bene. In dit werk probeerde hij de Italiaanse keuken samen te vatten en nieuw leven in te blazen, onder andere door het gebruik van traditionele ingrediënten. Artusi had de opvatting dat zelfs een arm Italië het plezier van goed eten kon ondervinden. Hierin werd hij beïnvloed door de filosofie van de cucina povera. Vrij vertaald betekent dit "armeluis keuken". Deze kookstijl is gericht op het ten volste benutten van ingrediënten en staat aan de basis van de Italiaanse keuken. Een hedendaags standaardwerk over de Italiaanse keuken is de Zilveren Lepel.

Enkele gerechten[bewerken]

Pasta met Bolognesesaus en Parmezaanse kaas, zowel de saus als de kaas zijn streekgerechten uit Emilia-Romagna
  • Pasta, is het basisvoedsel van de Italiaanse keuken. Het is een deegwaar dat gekookt wordt totdat het zacht is en kent verschillende verschijningsvormen, zoals spaghetti, macaroni en penne of gevulde pasta zoals ravioli en cannelloni. Waar en wanneer pasta precies ontstaan is, is nog steeds onderwerp van debat maar de eerste beschrijving stamt uit 1154 op Sicilië. Er bestaan veel bekende, vaak regionale, sauzen die over de pasta worden geserveerd.
  • pizza, is een bodem van deeg met verschillende ingrediënten erop. Er zijn vele varianten waarvan de Pizza margherita één van de bekendste is en ook het eenvoudigst. De pizza werd voor het eerst beschreven in de 10e eeuw in de stad Gaeta. Na de Tweede Wereldoorlog veroverde dit gerecht de Verenigde Staten waar eigen varianten ontstonden, zoals de New York-style pizza en de Chicago-style pizza (deze is extra dik en heeft meer de vorm van een taart). Één van de meest gegeten pizza's is de Pizza Hawaï die voor het eerst in Canada werd geserveerd.
  • Lasagne, een ovenschotel met laagjes saus, gescheiden door laagjes deeg. Het recept ontstond waarschijnlijk in Napels in de 14e eeuw.
  • Pesto, een saus gemaakt van o.a. verpulverde knoflook, pijnboompitten en basilicum. Het recept komt oorspronkelijk uit Genua maar is mogelijk gebaseerd op een ouder recept uit de Romeinse tijd. Pesto wordt voor van alles gebruikt en o.a. als saus over de pasta.

Gangen[bewerken]

Gelato, schepijs

Voor de Italiaanse keuken worden de volgende gangen onderscheiden.

  • Aperitivo, (aperitief) een alcoholisch drankje voorafgaand aan de maaltijd.
  • Antipasto, betekent voorafgaand aan de maaltijd, is een hapje vooraf. Dit kan een warm of koud gerecht zijn. Bijvoorbeeld een kleine salade.
  • Primo, eerste gang. Een klein warm gerecht.  Bijvoorbeeld pasta, soep of risotto.
  • Secondo, hoofdmaaltijd. Vaak gebakken vis of vlees.
  • Contorno, bijgerecht dat bij de Secondo wordt geserveerd. Vaak salade of gekookte groenten.
  • Formaggio e frutta, het eerste nagerecht. Dit is een kaasplankje en/of fruit.
  • Dolce, iets zoets zoals taart, cake, tiramisu of gelato.
  • Caffè, een kop koffie.
  • Digestivo, een klein glas sterke drank. Bijvoorbeeld likeur, grappa of limoncello. Dit om de gerechten die zwaar op de maag liggen wat te verzachten.

Zie ook[bewerken]