Joos van Cleve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anthuenis van Hilten. 40x29cm. Olieverf op hout

Joos van Cleve (ca.1464-1540 of 1541) werd naar men aanneemt geboren in de stad Kleef in het gelijknamige hertogdom Kleef (tegenwoordig Duitsland, vroeger taalkundig en cultureel een deel van de Nederlanden). Hij staat ook wel bekend als Joos van den Beke. Na een leerperiode bij een kunstschilder in zijn geboortestreek en mogelijk ook bij Jan Joest van Calcar, eveneens uit het hertogdom afkomstig, was hij waarschijnlijk vanaf 1507 werkzaam in Brugge. Later verhuisde hij naar Antwerpen, waar hij in 1511 als meesterschilder bij het gilde werd ingeschreven.

Van Cleve werd een van de meest invloedrijke Antwerpse schilders. Hij kreeg belangrijke opdrachten voor portretten en altaarstukken. Zo schilderde hij bijvoorbeeld in een dubbelportret Athuenis van Hilten, van beroep lakensnijder in Sluis en aldaar schepen, kerkmeester en belastinginner van keizer Karel V van het stadje en omgeving. Het ander paneel van het tweeluik, toont zijn vrouw Agniete van den Rijne. Deze twee portretpanelen zijn aanwezig in het Rijksmuseum Twenthe, in Enschede. Zij zijn met grote indringendheid geschilderd.

In zijn schilderijen combineerde hij een traditionele aanpak met vernieuwende elementen. Zo schilderde hij al vroeg weidse landschappen als achtergrond. De meeste schilders in het noorden kregen pas later in de 16e eeuw oog voor het landschap. Al zijn zijn portretten in het licht van de Italiaanse schilders bezien nog ouderwets, ten opzichte van zijn noordelijke collega's vallen ze al als heel modern op. Van Cleve bouwt voort op de Antwerpse traditie en is daarom in veel opzichten meer geavanceerd dan menig Noord-Nederlands schilder uit die tijd.

Enige andere personen die hij heeft geportretteerd:

Joos van Cleve was de vader van Cornelis van Cleve, ook wel 'Sotte Cleef' genoemd, die ook kunstschilder was.

Literatuur[bewerken]

  • Micha Leeflang, 'Uytnemende Schilder van Antwerpen'. Joos van Cleve: atelier, productie en werkmethoden. Proefschrift Groningen, 2007, ISBN 978-90-367-3105-8