Zoek dit woord op in WikiWoordenboek

Kastenstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Kastesysteem)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een kastenstelsel is een gesloten systeem van sociale stratificatie waarbij sociale groepen een onderlinge hiërarchie kennen, vaak met bijbehorende beroepen, op basis van afkomst die in stand wordt gehouden door endogamie, het binnen de groep trouwen. Een bekend voorbeeld zijn de jati's uit India die de kern vormen van het Indische kastenstelsel.

Het oorspronkelijke kastenstelsel (varna-ashrama) wordt heel vaak verward met de hiërarchische klassenverdeling naar geslacht of erfelijke herkomst. Deze verkeerde interpretatie van de oorspronkelijke verdeling volgens de geestelijke ontwikkeling en karma is ontstaan tijdens de koloniale overheersing van India door de Portugezen in de 16e eeuw.

De Verenigde Naties gebruikt voor kastendiscriminatie de omschrijving discriminatie op basis van werk en afkomst. Behalve de dalits in India worden ook andere groepen erkend als slachtoffer van deze vorm van discriminatie, zoals de burakugemeenschap in Japan en groepen in Somalië en Jemen.

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Kaste is ontleend aan het Portugese en Spaanse casta. De oorsprong daarvan is onzeker en wordt veelal gezocht in het Latijnse castus (kuisheid), voor het eerst door Sebastián de Covarrubias in 1611.[1] Joan Coromines stelde dat dit een misverstand was. De kuisheid kon geen verband hebben met het zuiverheidsprincipe dat onderdeel is van het Indische kastenstelsel, aangezien dit nog onbekend was ten tijde van het eerste gebruik van casta in Iberië. In 1417 gebruikte Enrique de Villena casta in de betekenis van fokken of voortplanten.[2] In Spanje bleef dit gebruik nog geruime tijd in zwang, zoals door Cristóbal de Villalón in 1555.[3][4] Coromines zocht dan ook de oorsprong in het Gotische *kasts, wat nest of worp betekende en gaf het de betekenis van diersoort.[5]

In 1516 werd casta voor het eerst gebruikt met betrekking tot India. Duarte Barbosa vergezelde zijn zwager Ferdinand Magellaan op diens poging tot de eerste circumnavigatie en schreef daarover in O livro de Duarte Barbosa. Volgens Henry Yule en Arthur Coke Burnell had casta hier echter betrekking op het woord familie. Het begrip kaste zou zijn uitgedrukt met leis de gentios, letterlijk heidense wetten.[6] Barbosa onderscheidde er 18. Sebastião Rodolfo Dalgado wees er echter op dat verderop in de tekst casta wel in de betekenis van kaste wordt gebruikt als het over de Nayres gaat.[7] Yule en Burnell zagen casta al in gebruik om ras aan te geven in een stuk over de inwoners van de Canarische Eilanden in de Navigazioni van Alvise Cadamosto dat zij dateerden in 1444.[8] Het werk van Cadamosto werd echter pas in 1507 gepubliceerd door Fracanzano da Montalboddo en in deze originele Italiaanse versie wordt homini gebruikt.[9]

Kasten in India[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Indische kastenstelsel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nergens anders is het kastensysteem zo ingewikkeld en systematisch uitgewerkt als in India. Het systeem ontstond nadat de Indo-Ariërs naar Noord-India gemigreerd waren; althans, volgens de Indo-Arische migratie-theorie. De Indiase term voor kaste is jati. Een kaste kan uit een handvol mensen tot vele duizenden variëren. Er zijn duizenden dergelijke jati's en elk heeft zijn distinctieve regels. De term varna (kleur) verwijst naar de oude en enigszins geïdealiseerde viervoudige onderverdeling van de hindoeïstische maatschappij:

  • Brahmanen, de priesterlijke en geleerde klasse;
  • Kshatriya's, de strijders en de heersers;
  • Vaishya's, de landbouwers en de handelaars;
  • Shudra's, de burgers en arbeiders.

Deze afdelingen waren vroeger grote, brede, niet-gedifferentieerde sociale klassen. Onder de categorie van Shudra's staat de groep onaanraakbaren, ook wel paria's. De kastelozen worden wel als 5e kaste of anders de buitenkasten (outcaste) beschouwd, de dalits. Deze groep mensen doen het vuile werk van de maatschappij. Ze werkten als slagers en leerlooiers (wat een hindoe niet mag omdat het leer van de heilige koe komt), werkten met afval en er waren ook huursoldaten en huurmoordenaars bij, die niet tot de Kshatriya behoorden.

Hoewel er veel verwarring over is geweest, zijn jati en varna verschillend in oorsprong en functie. De diverse kasten binnen ieder bepaald gebied van India worden hiërarchisch georganiseerd, waarbij elke kaste ruwweg aan een of andere van de Varnacategorieën beantwoordt.

De Indiase kasten worden sterk onderscheiden door rituelen en geloven die al het gedachtegoed en het gedrag (zie dharma) doordringen. De extreme hogere en lagere kasten verschillen zo sterk in gewoonten in het dagelijkse leven en verering dat slechts de tussenliggende kasten kunnen dienen om de Indiase maatschappij samen te houden.

De verklaring dat de Indiase kasten oorspronkelijk op rassenbarrières werden gebaseerd om de rassen en culturele zuiverheid te bewaren, is historisch ontoereikend om van de fysieke en culturele verscheidenheid van dergelijke groepen rekenschap te geven. Kaste wordt echter wel bepaald door afkomst en het is niet mogelijk om van kaste te veranderen. Kastendiscriminatie wordt dan ook internationaal erkend als vorm van rassendiscriminatie.

De beroepsbarrières onder Indiase kasten zijn langzaam, onder economische druk, sinds de 19e eeuw vervaagd, maar het sociale onderscheid is meer blijvend. De houdingen ten opzichte van Shudra's begonnen slechts in de jaren '30 onder de invloed van het onderwijs van Mahatma Gandhi te veranderen. De dalits (kastelozen) werden door Mahatma Gandhi de Harijans genoemd, wat betekent de kinderen van God. Hoewel de Shudrastatus in 1949 onwettig werd verklaard, is de weerstand tegen verandering sterk, vooral in plattelandsgebieden.

De kasten leveren een specialisatie op, waarbij verschillende groepen verschillende taken binnen de samenleving hebben. Hindoes geloven dat de kaste waarin iemand geboren wordt afhankelijk is van het karma uit de vorige levens.

Zowel Gautama Boeddha, de stichter van het boeddhisme, en Mahavira, de stichter van het jainisme, kwamen uit een lijn van kshatriya's en verwierpen niet zozeer de varna's als wel de positie van de brahmanen daarin. Onder meer in de Assalayanasutta van de Majjhima-Nikaya wees de Boeddha de gronden af waarop de brahmanen zichzelf superieur beschouwden. Ieder persoon kon, onafhankelijk van zijn kaste, bij hem monnik worden.

Spanje[bewerken | brontekst bewerken]

Spanje kende na het verdrijvingsedict uit 1492 een onderscheid tussen oude christenen (cristiano viejo) en nieuwe christenen (cristiano nuevos). Die laatste groep bestond uit, veelal gedwongen, bekeerde joden (converso's) en moslims (morisken). Dit onderscheid kwam voort uit een al langer bestaand christelijk proto-racisme met het proto-raciale concept van de limpieza de sangre ofwel zuiverheid van bloed. Het hiermee samenhangende beleid werd nooit volledig doorgezet en gehandhaafd, maar bleef tot in de negentiende eeuw de nakomelingen van converso's achtervolgen.[10]:15-17 Américo Castro stelde dat de limpieza de sangre voortkwam uit het joodse of semitische systeem van zuiverheid van afstamming. De joden zouden zich al hebben afgezonderd in wat Castro de periode van convivencia (coëxistentie) noemde. Volgens de tres culturas- of tres castas-these van Castro vormde de Spaanse identiteit zich pas vanaf de Omajjadische verovering van Hispania (711-718).[noot 1] Castro beschouwde de drie bevolkingsgroepen dan ook als castas. Ondanks hun bekering werden de nieuwe christenen nog geregeld achtergesteld en gediscrimineerd, een praktijk die Castro casticisme noemde.

De stratificatie van de bevolking in de Spaanse koloniën in Amerika ontwikkelde zich tot een systeem van rassensegregatie dat bekend werd als casta.

Kasten elders[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel sociale stratificatie wijdverbreid is, heeft dit zich nergens zo ontwikkeld als kaste in India. Japan kende wel de bushido met een hiërarchie van samoerai, burgers, handelaren en burakumin (onaanraakbaren) die kenmerken van de varna's hadden, maar de uitgebreide jati's ontbraken hier. Mede door de indianisering van Zuidoost-Azië bereikten onderdelen van het kastenstelsel wel omringende landen, zoals Nepal, Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en Bali (Indonesië). Het koningshuis in Thailand kent nog steeds brahmaanse rituelen en de hindoeheld Rama staat model voor de koningen. Naast de Indische invloed zijn er minderheden in Azië, vooral jager-verzamelaars en pastoralisten, die net als de tribale bevolking in India achtergesteld zijn. Ondanks de tegenstelling tussen deze seminomadische groepen en sedentaire groepen, kennen deze landen echter minder diversiteit in etniciteit, cultuur, taal en religie dan India en is er dan ook nooit een uitgebreid kastenstelsel ontstaan. De brahmanen in India hielden ook meer afstand tot de verschillende koningshuizen dan priesterklassen in de omringende landen veelal deden en was er dan ook geen sprake van een nationale religie. Ook stelden de brahmanen zichzelf in hun eigen literatuur op gelijke of zelfs grotere hoogte als de koningen. Dit waren weliswaar niet voldoende voorwaarden om de ontwikkeling van het kastenstelsel in India te verklaren, maar ze droegen er wel aan bij.[11]:28-29

Bij de Joden bestonden er in de tijd van de Joodse Tempel twee priesterkasten, de Kohaniem (opperpriesters) en de Levieten (de hulppriesters). Buitenstaanders konden niet toetreden tot deze kasten. Volgens de Joodse traditie zijn de hedendaagse joden met de achternaam Cohen en Levi nakomelingen van deze vroegere kasten.

Bij de Mandé bestond ook een kastenstelsel. Dit kan grofweg worden ingedeeld in drie groepen: edelen, smeden en djeli (zangers). Djeli bezongen de grootheid en invloed van heersers en kregen in ruil daarvoor een materiële beloning. Zij konden niet tot een andere kaste toetreden. Edelen en smeden konden door hun gedrag wel tot op zekere hoogte djeli worden.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Verklarende noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. De benadering van Castro resulteerde in een polemiek over het Zijn van Spanje met Claudio Sánchez-Albornoz. Deze zag de Spaanse identiteit al eerder ontstaan en beoordeelde de joodse en islamitische invloed als slechts gering. De Reconquista was volgens Sánchez-Albornoz te belastend geweest voor het land waardoor het achterbleef bij omringende landen.
    Problematisch was verder dat hoewel Castro stelde dat ras geen zinvol begrip was in de geschiedschrijving en cultuurverschil wel, zijn opvatting van casta in de buurt komt van ras en daarmee slechts verhullend werkt. Verder geldt dat hoewel het ontstaan van de limpieza de sangre-doctrine vanuit een door de sefardische Joden zelfverkozen separatie mogelijk enige historische adequaatheid kent, dit in geen verhouding staat tot de resulterende discriminatie en deze verklaring van Castro dan ook op zijn minst een hint van van victim blaming richting de joden heeft. Netanyahu, B. (1978-1979): 'Américo Castro and His View of the Origins of the Pureza de Sangre' in Proceedings of the American Academy for Jewish Research, Volume 46/47, p. 397-457

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Díjose casta, de castus, a. m. porque para la generación y procreación de los hijos, conviene no ser los hombres viciosos, ni desenfrenados en el acto venéreo; por cuya causa de los distraídos no engendran, y los recogidos, y que tratan poco con mujeres, tienen muchos hijos. Covarrubias, S. de (1611): Tesoro de la lengua castellana o española, p. 209
  2. vacas o bueyes que de España había traído para casta Villena, E. de (1417): Los doce trabajos de Hércules
  3. Los caballos todos son capados y mejor curados que ninguna naçión, sino es aquellos que quieren para casta, y de aquí viene que están en una caballeriza muchos muy juntos sin rifar. Villalón, C. de (1555): El viaje a Turquía
  4. Araya, G. (1983): El pensamiento de Américo Castro. Estructura intercastiza de la historia de España, p. 222
  5. Corominas, J. (1954): Diccionario crítico etimológico de la lengua castellana, Francke
  6. Yule, H.; Burnell, A.C. (1886): Hobson & Jobson. A Glossary of Anglo-Indian Colloquial Words and Phrases and of Kindred Terms, Etymological, Historical, Geographical and Discursive, p. 170-171
  7. Dalgado, S.R. (1913): Influencia do vocabulário português em línguas asiáticas, Imprensa da Universidade, p. 46
  8. Whence I conclude that this race (casta) of men is the most agile Yule; Burnell (1886)
  9. conclude che li sonno i piu destri e i piu lizieri homini che siano al mondo Cadamosto, A. (1507): 'In comenza el libro de la prima Navigatione per l'occeano a le terre de Nigri de la Bassa Ethiopia per comandamento del Illustrissimo Signor Infante Don Hurich fratello de Don Dourth Re de Portogallo' in Montalboddo, F. da Paesi novamente retrovati et Novo Mondo da Alberico Vesputio Florentino intitulato
  10. Rattansi, A. (2007): Racism. A Very Short Introduction, Oxford University Press
  11. Bayly, S.B. (1999): Caste, Society and Politics in India from the Eighteenth Century to the Modern Age. The New Cambridge History of India, Volume IV·3, Cambridge University Press
Zie de categorie Castes in India van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.