Langstraat (streek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Meesterschoenmaker in Kaatsheuvel, een monument gemaakt door Loonse kunstenaar Louis Maas
De Langstraat (lichtgroen)
Voor het Raadhuis van Waalwijk liggen een stenen os en koe. Deze dieren drukken de relatie met de leerindustrie uit van de Langstraat
Dongen - De leerlooierij aan de Kerkstraat 33 in Dongen, waarin museum De Looierij is gevestigd.

De Langstraat is een streek in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, die eeuwenlang het centrum vormde van de Nederlandse schoen- en lederproductie.

De enige plaats met stadsrechten in de Langstraat is het stadje Waalwijk, waar tevens het Nederlands Leder en Schoenen Museum is gevestigd. De Langstraat is een tamelijk groot gebied dat grofweg ligt tussen Geertruidenberg en 's-Hertogenbosch. Van west naar oost liggen in de Langstraat de volgende plaatsen: Raamsdonksveer, Raamsdonk, 's Gravenmoer, Dongen, Waspik, Sprang-Capelle, Kaatsheuvel, Loon op Zand, De Moer, Waalwijk, Drunen, Elshout, Nieuwkuijk, Haarsteeg en Vlijmen.

Ten zuiden van de Langstraat bevindt zich het Kwartier van Oisterwijk van de Meierij van 's-Hertogenbosch, in het noorden vindt men het Land van Altena en het Land van Heusden, in het westen ligt het voormalige Hollandse stadje Geertruidenberg, en in het zuidwesten de Baronie van Breda.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

De Langstraat was oorspronkelijk een dijk die van oost naar west door een moerassig landschap liep dat zich bevond tussen de Maas en de hoger gelegen Brabantse zandgronden. De betreffende dijk werd in 1422 aangelegd in opdracht van de Graaf van Holland, onder wiens gezag dit gebied sinds het einde van de 13e eeuw viel. Al in de 14e eeuw vonden er ontginningen plaats. Langs de dijk vestigden zich boeren die het land ontgonnen in lange stroken die loodrecht op de dijk stonden, het zogenaamde slagenlandschap. Toponiemen als Zuidhollandsedijk (te Sprang-Capelle en Kaatsheuvel) verwijzen nog naar deze situatie. In 1533 werd de weg over de dijk bij Waalwijk en Besoyen reeds met keien verhard. Langs de dijk ontstonden de bovengenoemde nederzettingen.

De grens tussen het Graafschap Holland en het Hertogdom Brabant verliep zeer grillig. Zo maakten Nieuwkuijk en Drunen meestal deel uit van Brabant en hoorden Vlijmen, Haarsteeg, Elshout, Hedikhuizen, Herpt, Sprang-Capelle en Heusden bij Holland. Waalwijk werd door Holland verkocht aan Diederik van Altena, die de stad in 1232 weer doorverkocht aan Brabant. Omstreeks 1810 werd het hele gebied bij de huidige provincie Noord-Brabant gevoegd.

Leder- en schoenindustrie[bewerken | brontekst bewerken]

De Langstraat ontwikkelde zich honderden jaren geleden tot het belangrijkste leercentrum van Nederland. De regio voldeed aan de belangrijkste drie voorwaarden om deze indusctrie op te zetten, namelijk Veeteelt, Eiken en stromend water. De huiden moesten worden bewerkt in een loogbad, waar gemalen eikenschors aan werd toegevoegd (eeklooistof). Stromend water uit de rivier De Loint was nodig voor het reinigen van de huiden. Het vormde tevens een natuurlijk afvoersysteem voor het afvalvlees. De boeren hadden in de winter weinig te doen, waardoor een extra inkomstenbron welkom was. Zo ontwikkelde zich de leerlooi- en schoenenindustrie.

Een schoenmaker was een echte ambachtsman, die alles wist van het schoenproductieproces. Pas vanaf 1870 werden aparte leesten gemaakt voor linker- en rechterschoenen. Misschien was het een kwestie van geld dat de vinding zo lang op zich liet wachten, want voor elk model en maat schoen is een aparte leest nodig. Aparte linker- en rechterschoenen betekende dus een verdubbeling van het aantal leesten. Door de uitvinding van zware naaimachines kon in de loop van de negentiende eeuw meer en goedkoper worden geproduceerd, waardoor die investering de moeite waard werd.

Bloei en terugloop[bewerken | brontekst bewerken]

De leder- en schoennijverheid in de Langstraat kende grote bloeiperioden, met name in het begin van de 19e eeuw, maar ook diepe dalen. De oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) leidde al vanaf eind jaren '50 de neergang van deze industrie in. In het jaar 1965 heeft de Nederlandse schoenindustrie voor de laatste maal een stijging in aantal geproduceerde paren gekend. Sindsdien is het aantal Nederlandse schoenfabrieken, looierijen en toeleveringsbedrijven voor fournituren, garens, zolen en machines sterk verminderd.

In de lijst van Nederlandse schoenfabrieken is te zien hoeveel schoenfabrieken er ooit in Nederland zijn geweest. Al na de Eerste Wereldoorlog kreeg de Nederlandse schoenindustrie steeds meer te maken met concurrentie uit het buitenland, waardoor het aantal fabrieken geleidelijk terugliep. Anno 1960 waren er nog 227, in 2001 was er nog een stuk of twintig productiebedrijven. Deze hebben zich gespecialiseerd in kinderschoenen, gemaksschoenen voor dames of klassieke herenschoenen. Ook speciale schoenen, zoals veiligheidsschoenen en militair schoeisel, worden nog wel vervaardigd. Bekende merken zijn Greve Schoenen, Van Bommel en Van Lier. Van Bommel is overigens niet in de Langstraat, maar in Moergestel gevestigd.

Tegenwoordig ligt de nadruk op de schoenenhandel. Waalwijk kent de grootste concentratie van schoenhandelsbedrijven in Europa. Nederlandse schoenontwerpers zoals Jan Jansen worden internationaal hoog gewaardeerd.

Van industrie naar vrije tijd economie[bewerken | brontekst bewerken]

De voormalige locatie van Autotron in Drunen. Dit vormde de wortels voor het recreatiebedrijf Libéma

Sinds de teruggang van schoenenproductie was de regio gedwongen om een andere richting in te slaan. In 1933 werd in het dorp Kaatsheuvel een sportveld aangelegd door kapelaan Rietra en pastoor De Klijn. Dit was de basis voor de Efteling, wat is uitgegroeid tot het grootste pretpark van de Benelux. Mede door de groei van de Efteling is de Langstraat meer gericht op recreatie en toerisme. Er wordt meer ruimte gemaakt voor hotels en andere verblijfaccommodaties om toeristen te huisvesten. De gemeenten Loon op Zand, Waalwijk, Heusden, en Dongen gaan steeds nauwer samenwerken onder één toeristisch beleid. Naast de schoenfabrieken kende de Langstraat een bloeiende metaalindustrie, waarvan scheepsschroevenfabriek Lips de meest bekende was. Ook de familie Lips vond een toekomst met een nevenactiviteit in recreatie. Het Autotron in Drunen werd één van de toonaangevende automusea van Nederland. Dit vormde de wortels voor het recreatiebedrijf Libéma met diverse leisurelocaties in Nederland. Een ander attractiepark in de Langstraat, het Land van Ooit, kende ook succes. Het werd opgericht in 1989 maar sloot in 2007 definitief zijn deuren.

Spoorlijn[bewerken | brontekst bewerken]

De Moerputtenbrug in Natura2000-gebied 'Moerputten', was onderdeel van de Halve Zolen Lijn, in 2006 is de brug gerestaureerd als onderdeel van een wandelroute
Het Halve Zolen Lijntje

In de periode 1886-1890 werd de Spoorlijn Lage Zwaluwe - 's-Hertogenbosch aangelegd. Deze spoorlijn, officieel Langstraatspoorlijn genoemd, stond ook bekend als de halve-zolenlijn, vanwege de vele schoenfabrieken aan het tracé. Schoenverkopers gingen met het halve-zolenlijntje naar 's-Hertogenbosch en van daaruit verder het land in. In de bagage had men dan de schoenmodellen, die men aan de man probeerde te brengen. De spoorlijn werd voor reizigersvervoer gesloten in 1950, voor goederenvervoer in 1972. Daarna werd de lijn vanaf de jaren zeventig grotendeels opgebroken. Op een groot deel van het tracé ligt sindsdien een fietspad. Alle grotere stationsgebouwen zijn gesloopt, enkele kleinere (stations)gebouwen zijn nog langs de spoorlijn aan te treffen. Onderdeel van deze lijn was de 600 meter lange Moerputtenbrug, die sinds oktober 2006 dienst doet als voetgangersbrug door het natuurgebied. Ook over de Baardwijksche Overlaat lag een brug, die tegenwoordig als fietsbrug dienst doet.

Landschap[bewerken | brontekst bewerken]

Het landschap is gevarieerd, mede doordat het op de grens ligt tussen de kleigronden en zandgronden van Nederland. Het typerende Nederlandse polderlandschap wordt hier afgewisseld met naaldbossen, uitgestrekte heidevelden, veengebieden en een van de grootste zandverstuivingsgebieden van West Europa. Opvallend is dat veel van de natuur grenst aan intensieve akkerbouw.

De omgeving is rijk aan natuurgebieden met Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen als het groene hart. Het park Loonse en Drunense Duinen is tevens een Natura 2000 gebied.

Naast het Nationale park is Landgoed Huis ter Heide gelegen van circa 1000 ha. Het gebied wordt gevormd door heidevelden, het bosgebied De Mast en een hoogveengebied. Er loopt een grote populatie Schotse Hooglanders rond om het gebied te begrazen. Het gebied wordt beheert door Natuurmonumenten.

Eind 14e eeuw begon de heer van Venloon met de aanleg van een turfvaart langs de Moer,'s-Gravenmoer, Capelle, Loon op Zand, Sprang, Baardwijk en Drunen naar 's-Hertogenbosch. De vaart was in 1420 voltooid. De Westelijke Langstraat en Vlijmens Ven (met de Loonse Turfvaart) zijn hierdoor gevormd tot natuurhistorische gebieden.

Natuurgebied Westelijke Langstraat is Natura 2000 gebied van ongeveer 650 ha. Het is een drassig natuurgebied met een rijke cultuurhistorische waarde. Het andere Natura 2000 gebied ligt in het oostelijk deel van de Langstraat. Het wordt gevormd door de drie aaneengesloten natuurgebieden 'Vlijmens Ven, de Moerputten en Bossche Broek van ongeveer 900 ha. Door de ligging zijn in het gebied basenminnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven wordt beheert door Natuurmonumenten.

In het zuid-westelijke deel van De Langstraat ligt de gemeente Dongen. Hier ligt het bosgebied 'De Duiventoren' van ongeveer 1000 hectare. Het gebied is in handen van Staatsbosbeheer. Het gebied beslaat een veengebied 'Het Moerken', één klein stuifzandgebied en een bosgebied.

Wandeltochten[bewerken | brontekst bewerken]

Ter herinnering aan de rijke geschiedenis van de Langstraat wordt elk jaar De 80 van de Langstraat, in de volksmond 'De Tachtig' of in plaatselijk dialect 'Den Tachetig' genoemd, gelopen. Deze wandeltocht is een zogenaamde Kennedymars, met een lengte van 80 kilometer. De tocht dient binnen twintig uur wandelend, snelwandelend of marcherend te worden afgelegd. Hardlopen is niet toegestaan.

Vanaf 1982 wordt, naast de 80 van de Langstraat, jaarlijks de "Halve Zolen Wandeltocht" gehouden, genoemd naar het Halve Zolenlijntje. Deze wordt georganiseerd door WandelSportVereniging "Waalwijk'82". Afstanden die afgelegd kunnen liggen tussen de 5 en 40 km en voeren grotendeels door de Loonse en Drunense Duinen.