Mobiele Urgentiegroep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf MUG)
Ga naar: navigatie, zoeken
Voertuig (BMW X5) van een Mobiele Urgentiegroep te Luik.

Een Mobiele Urgentiegroep (MUG) (in het Frans: Service Mobile d'Urgence et de Réanimation oftewel SMUR) is een gespecialiseerde eenheid die in België ingeschakeld wordt in de Dringende Geneeskundige Hulpverlening (het 112-systeem) en gespecialiseerde bijstand verleent aan het team van een ambulance. Ze fungeren als een verlengstuk van de spoedgevallendienst van een ziekenhuis en bieden gespecialiseerde dringende zorgen aan patiënten met ernstige en levensbedreigende problemen, zoals patiënten met een hart- of ademhalingsstilstand of een zwaar trauma. Enkel ziekenhuizen die over een erkende spoedgevallendienst (functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg") beschikken, kunnen een MUG hebben. Of een ziekenhuis de toelating voor een MUG krijgt hangt af van programmatiecriteria die het aantal noodzakelijke MUG's in een gebied vaststellen. MUG's zijn een ziekenhuisfunctie (een zorgonderdeel van een ziekenhuis dat diensten levert horizontaal over verschillende ziekenhuisafdelingen heen).

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de jaren 60 vonden enkele eerste proeven plaats waarbij een helikopter werd ingezet in de Dringende Geneeskundige Hulpverlening met medewerking van onder andere het Belgische Rode Kruis, de luchtmacht en het Leuvense Sint-Rafaëlziekenhuis (tegenwoordig een campus van het UZ Leuven). Deze proeven werden echter allen zonder gevolg stopgezet. In 1973 kwam er voor het eerst echte steun van de overheid voor een helikopter. Onder de naam 'Helihulp' werd een project opgestart waarbij een helikopter beheerd door de Civiele Bescherming beurtelings in Beernem (met medewerking van het Brugse AZ Sint-Jan) en Crisnée werd gestationeerd. In 1986 werd deze Helihulp echter ook stopgezet. Het Brugse Instituut voor Dringende Medische Hulpverlening (IMDH) nam daarop de werking van de helikopterdienst op zich. Sinds 1986 werd deze MUG-helikopter ononderbroken uitgebaat door het IMDH.

De eerste MUG over de weg ontstond eveneens bij het AZ Sint-Jan in Brugge aan het einde van de jaren 60 toen het een apart voertuig in gebruik nam om een medisch team ter plaatse te brengen. Tot die tijd was het nog de brandweer die bij een ernstig ongeval met een ambulance een medisch team ging ophalen in het ziekenhuis om dan verder te rijden naar de plaats van het ongeval. In 1975 kreeg het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis zelf ook een wagen opdat een arts sneller ter plaatse zou kunnen zijn. Deze werd echter weinig gebruikt. In 1978 werden drie 'snelle wagens' bij drie Brusselse ziekenhuizen geplaatst die door een bestuurder, verpleegkundige en arts bemand moesten worden. Daarna kregen ook het AZ Sin-Jan en het UZ Leuven een snelle wagen. Deze medische interventieteams werden in tegenstelling tot eerdere initiatieven wél door de overheid gefinancierd. Dit waren de eerste feitelijke MUG's hoewel de term zelf toen nog niet bestond. In het begin van de jaren 80 werd de officiële benaming 'Mobiele Urgentiegroep' voorgesteld voor dit soort eenheden. De hedendaagse normen voor MUG's deden in 1998 hun intrede.

Personeel[bewerken]

Een MUG-team moet minstens bestaan uit een gespecialiseerde arts (meestal een urgentiearts) en een spoedverpleegkundige (met de bijzondere beroepstitel in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg) en begeeft zich met een speciaal uitgerust voertuig (of helikopter) naar de interventieplaats. Sommige MUG-teams hebben extra bemanning aan boord zoals een hulpverlener-ambulancier (die dan meestal het voertuig bestuurt en assisteert tijdens de interventie) of een arts of verpleegkundige in opleiding. Ambulanciers die in een MUG-team werken krijgen vaak verdere opleiding op de spoedgevallendienst van het ziekenhuis waaraan de MUG verbonden is. Wanneer de MUG niet op interventie is, is het personeel ervan meestal werkzaam op de spoedgevallendienst van het ziekenhuis waaraan de MUG verbonden is.

Werking[bewerken]

Een MUG wordt ingeschakeld door het Hulpcentrum 100/112 indien uit een noodoproep blijkt dat een patiënt mogelijk in levensgevaar is. Een ambulancier kan ter plaatse ook aan het Hulpcentrum 100/112 verzoeken om de assistentie van een MUG (zoals wanneer de toestand van een patiënt verslechtert of wanneer men pijnstilling wil toedienen alvorens tot transport over te gaan). In de opleiding tot hulpverlener-ambulancier wordt aangeleerd dat MUG-bijstand aangewezen is bij de afwezigheid van één of meerdere vitale parameters (ademhaling, bewustzijn en circulatie; ABC) of het risico op het afwezig worden van één of meerdere van deze parameters. Het MUG-personeel kan ter plaatse gespecialiseerde dringende zorgen toedienen waarvoor ambulanciers niet bevoegd zijn, zoals het intuberen van patiënten of het toedienen van geneesmiddelen. Een MUG zelf vervoert geen patiënten; patiënten worden steeds in de ambulance vervoerd. Bij patiënten in kritieke toestand blijft het MUG-personeel vaak bij de patiënt in de ambulance tijdens de rit naar het ziekenhuis. De inzet van een MUG zelf wordt niet gefactureerd aan de patiënt; wel worden de prestaties van de MUG-arts verrekend op de ziekenhuisfactuur indien de patiënt wordt opgenomen in het ziekenhuis. Er zijn anno 2016 100 erkende MUG-teams in België, waarvan sommigen in een beurtrol tussen meerdere ziekenhuizen werken.[1]

Alle MUG's moeten deelnemen aan de MUGREG (de verplichte registratie van alle MUG-interventies). Vroeger gebeurde die op papier maar sinds april 2008 verloopt de MUGREG via een internettoepassing. Deze registratie dient om de werking en programmatie van de MUG's te kunnen evalueren en het overheidsbeleid te ondersteunen.[2] MUG's moeten voldoen aan de normen uit het koninklijk besluit over de MUG's en worden erkend door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid; de Federale Gezondheidsinspecteur (FGI) controleert of ze voldoen aan de normen.[3]

Helikopters en PIT's[bewerken]

MUG-helikopters van Brugge en Bra-sur-Lienne.

Sinds 1998 is de MUG-helikopter West-Vlaanderen (uitgebaat door het IMDH en met het AZ Sint-Jan als standplaats) als enige MUG-helikopter in Vlaanderen erkend binnen de Dringende Geneeskundige Hulpverlening. Daarnaast is er ook nog een MUG-helikopter in Bra-sur-Lienne die in Wallonië opereert. De MUG-helikopters worden ook wel als MUGH's benoemd. In tegenstelling tot de MUG-voertuigen over de weg kunnen de MUG-helikopters wél het vervoer van de patiënt op zich nemen. Voor dit vervoer worden dan dezelfde tarieven aangerekend aan de patiënt als voor regulier ambulancevervoer over de weg.

Buiten de MUG's bestaan er ook de zogenaamde Paramedische Interventieteams (PIT's). De PIT's zijn in feite ambulances die in plaats van twee ambulanciers een ambulancier en een spoedverpleegkundige aan boord hebben. Ze fungeren daarmee als tussenniveau tussen ambulance en MUG. Net als een MUG staat een PIT bij de spoedgevallendienst van een ziekenhuis gestationeerd. De spoedverpleegkundige mag aan de hand van vooraf opgestelde procedures, de zogenaamde 'staande orders', zelfstandig enkele medische handelingen uitvoeren, zoals patiënten intuberen of bepaalde geneesmiddelen toedienen, die normaalgezien aan artsen zijn voorbehouden. Ambulanciers mogen dergelijke handelingen niet uitvoeren. Sommige PIT's werken als tussenoplossing in gebieden waar de aanrijtijd van een MUG lang is. In Brugge vindt tevens een proef plaats met het AZ Sint-Jan en het AZ Sint-Lucas waarbij beide ziekenhuizen over een PIT beschikken. Deze PIT kan bijkomend bemand worden met een MUG-arts waardoor de PIT als PIT+ oftewel MUGP uitrukt.[4]

Andere landen[bewerken]

De MUG is deels gelijkaardig aan het Nederlandse Mobiel Medisch Team. Alleen zijn er veel meer MUG's dan MMT's en hebben beide duidelijk verschillende inzetcriteria. Nog andere landen zoals Duitsland of Frankrijk kennen aan MUG's gelijkaardige eenheden, waarbij een arts en verpleegkundige zich eveneens met een eigen voertuig naar een patiënt begeven ter ondersteuning van een ambulance. In de meeste Engelstalige landen zoals de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk zijn artsen en verpleegkundigen (met medische helikopters als uitzondering) vrijwel niet actief in de prehospitaal hulpverlening. Geavanceerde dringende zorgen worden dan vaak geleverd door hoogopgeleide ambulancemedewerkers; zogenaamde paramedics.