Magisch denken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Magisch denken is de overtuiging dat ideeën, gedachten, acties en woorden, of het gebruik van symbolen de loop van de gebeurtenissen in de materiële wereld kunnen beïnvloeden. In psychologische zin bedoelt men er het dwangmatige geloof van een persoon mee, dat zijn gedachten, woorden of handelingen een bepaalde gebeurtenis kunnen oproepen of verhinderen, waarbij algemeen geldende regels voor oorzaak en gevolg genegeerd worden. Hieruit kan een dwangstoornis ontstaan.

Kenmerken[bewerken]

Magisch denken gaat ervan uit dat dingen elkaar vanop een afstand kunnen beïnvloeden doordat er een zekere gelijkaardigheid is tussen hen (homeopathische of mimetische magie), of omdat ze ooit met elkaar in contact zijn geweest (contactmagie), of omdat ze deel uitmaken van elkaar. Anders gezegd: symbool en referent zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in een magisch gedachte wereld.

Magisch denken wordt gedeeltelijk ontologisch en etnologisch als een denkvorm gezien van de zogenaamde oervolken, naast dualistisch denken (boven/onder/goed/kwaad) en loopt ontwikkelingspsychologisch vooruit op religieus en logisch denken. Vooral 19e-eeuwse antropologen maakten dit onderscheid tussen magisch denken, religie en wetenschappelijk denken. Zo zette bijvoorbeeld James Frazer in The Golden Bough (1890-1922) uiteen dat magie tot het vroegste stadium van de geestelijke ontwikkeling behoort, religie tot het tweede, en positivistische wetenschap tot het laatste. Dit ontwikkelingsdenken zou 20e-eeuwse psychologen als Sigmund Freud en Jean Piaget beïnvloeden in hun theorieën.

Voorbeelden van magisch denken buiten de psychologie en psychiatrie, bevinden zich in het bijgeloof, maar ook in bepaalde rituele handelingen of religieuze offers. In deze twee laatste categorieën is de term verzoeking van de goden gangbaar.

Pathologie[bewerken]

Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
"Magisch denken is het geloof dat (a) de overdracht van energie of informatie tussen fysieke systemen uitsluitend plaatsvindt vanwege hun gelijkenis of contiguïteit in tijd en ruimte, of (b) dat iemands gedachten, woorden of acties specifieke fysieke effecten kunnen veroorzaken op een manier die niet beheerst wordt door de principes van gewone transmissie van energie of informatie"
— Leonard Zusne, Warren H. Jones: Anomalistic Psychology: A Study of Magical Thinking

Magisch denken kan een normale doorgangsfase in de kinderjaren zijn. Op volwassen leeftijd kan het een symptoom van een psychose of schizotypische persoonlijkheid zijn. Het komt voorts ook voor bij neurosen. Effectieve toepassing vanuit de cognitieve therapie (CT) worden gedaan op het gebied van verslavingen, eetstoornissen, fobieën, angststoornissen en paniekstoornissen.

Patiënten die behept zijn met magisch denken, zijn bijvoorbeeld bang dat er iets ergs kan gebeuren, wanneer zij bepaalde handelingen al dan niet voornemen of bepaalde dingen wel of niet denken. Het grote verschil met dwangmatigheid is dat dwangmatigheid ervaren wordt als opgedrongen; vaak probeert de patiënt hier ook tegen te vechten. Dwangmatigheid is meestal een psychiatrische aandoening, alhoewel magisch denken ook kan optreden bij psychiatrische ziektes. Hierbij meent de patiënt met zijn gedachten dingen te kunnen beïnvloeden.

Therapie[bewerken]

Veel onderzoek naar magisch denken is ontwikkeld door de psychiater Aaron T. Beck die in de jaren zestig van de 20e eeuw een lijst met denkfouten ontwikkelde, waaronder de beschrijving van magisch denken. Hierbij legde hij in eerste instantie de focus op depressie, waarbij hij stelde dat denkfouten depressie veroorzaakten of in stand hielden. De cognitieve therapie (CT) tracht vervormde en onrealistische denkwijzen te identificeren en te veranderen en derhalve emotie en gedrag te beïnvloeden.

De theorie van positief denken, ontwikkeld door Norman Vincent Peale, is gebaseerd op het magisch denkvermogen van de mens. Peales grondslagen vinden vooral ingang bij cognitiewetenschappers, met name het neurolinguïstisch programmeren (NLP) en managementgoeroes. In het geval van Leading Success People (LSP) had geprogrammeerd magisch denken excessen tot gevolg bij gezonde mensen, waaronder voorvallen van zelfmoord in de jaren tachtig van de 20e eeuw.[bron?]

Wensdenken[bewerken]

Wensdenken of wishful thinking is een intellectuele handeling, waardoor de appreciatie van de realiteit door die van een gewenst resultaat wordt verdrongen. Wensdenken treedt in de wetenschap op wanneer resultaten van experimenten foutief geduid of te sterk veralgemeend worden. Vaak worden wetenschappelijke resultaten opgevoerd in de vorm van wensdenken. Zo toonde Nicolaus Copernicus met zijn nieuwe inzichten aan dat de aarde niet het centrale gesternte is, maar dat alle tot dan bestaande antropocentrismen omtrent het heelal gelijk stonden met wensdenken. Wanneer er bij een theorie sprake is van wensdenken, kan dit door falsificatie aangetoond worden. Sigmund Freud duidde alle religieuze opvoeringen als wensdenken. Wensdenken is spreekwoordelijk: De wens is de vader van de gedachte.

Voorbeelden[bewerken]

De meeste inhoud van magisch denken is onschadelijk, zoals geluksbrengende rituelen of voorwerpen. Het gevaar bij ziekelijk magisch denken ligt in de manipuleerbaarheid en de irrationaliteit, wat de behoefte aan bescherming van de patiënten met magisch denken fundeert.

  • Onschadelijk: wanneer ik met het rechterbeen opsta, krijg ik vandaag een ongeluk.
  • Niet per definitie schadelijk: ik wil niet over kanker lezen, want straks krijg ik het zelf.
  • Bijgeloof: als je het er over hebt...
  • Religieus: wanneer ik een bepaald offer breng, geneest mijn ziekte.
  • Religieus/terroristisch: wanneer ik mij offer en ongelovigen in de dood meeneem, zal ik in het hiernamaals beloond worden.

Zie ook[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]